In dat soort landen heb je al gauw bloed aan je handen

De geschiedenis in Irak, Syrië en Afghanistan maakt het lastig de slachtoffers van de oorlogsmisdadigers te onderscheiden in de vluchtelingenstroom, meent Maya Aumaj.

In oktober werd de Afghaanse Nederlander Sadeq A. aangehouden in Rotterdam. Hij zou zich als leider van commando-eenheid 444 schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden in april 1979. Nabestaanden van slachtoffers hadden aangifte gedaan, in 2008 begon het OM een onderzoek. Getuigen werden gehoord.

Media suggereren dat A. schuldig is. Maar hoe kwalificeer je een oorlogsmisdadiger? Gezien het pluriforme karakter van de Afghaanse geschiedenis is het lastig om slachtoffers van daders te onderscheiden, datzelfde geldt voor Irak en Syrië. Afghanistan kent drie grote vluchtelingenstromen, de eerste kwam op gang tijdens de Sovjetinvasie, de tweede tijdens de burgeroorlog en de derde tijdens het Talibanregime. De mensen die tot verschillende stromen behoren, staan lijnrecht tegenover elkaar. Sterker, er vindt ook frictie plaats tussen mensen die tot dezelfde stroom behoren.

Het OM stelt dat A. handelde uit naam van het communistische regime. Maar hij diende zijn land ook als commandant in de periode van koning Zahir Shah. En ook toen de neef van de voormalige koning Daud Khan de macht greep met hulp van jonge marxisten. En ook na de afzetting van Khan bleef A. werken voor het ministerie van Defensie.

A. ziet zichzelf als democraat en niet als communist, zeggen familieleden. Sterker, hij verfoeide de Russen. Kort na de Sovjetinvasie werd hij vastgezet in de beruchte gevangenis Pul-e-Charkhi. Twee broers van hem vonden daar de dood. Hij overleefde, net als zijn twee andere broers, maar werd wel gemarteld. Elke woensdag werd hen verteld dat ze de dag erna geëxecuteerd zouden worden. Ze sliepen op een harde vloer of vochtige slaapmatten. Iedere ochtend wrong A. zijn doorweekte slaapmat uit, 11 jaar lang. Totdat de Sovjet-Unie zich terugtrok.

Het probleem met de zaak van Sadeq A. en andere vermoedelijke oorlogsmisdadigers uit zowel Afghanistan, Irak en Syrië, is dat slachtoffers en oorlogsmisdadigers niet eenduidig te classificeren zijn. Getuigen kunnen het onderzoek kleuren vanuit hun eigen politieke stroming. En de Afghaans-Nederlandse deskundigen die het OM adviseren, behoren veelal tot de eerste vluchtelingenstroom. Om de huidige vluchtelingenstromen uit Afghanistan, Irak en Syrië te controleren, is onafhankelijke expertise nodig. Iedereen uit het land van herkomst is mogelijk partijdig. Dat vergt dus gedegen onderzoek, terwijl nu slechts vermoedens reden zijn iemand uit te sluiten van de vluchtelingenstatus. Vermoedelijke oorlogsmisdadigers ondergaan zo een zogenaamde mort civil (burgerlijke dood): geen recht op identiteitsbewijs, werk en sociale voorzieningen.

Maya Aumaj is literatuurwetenschapper en mensenrechtenactivist. Als stagiair van VN-organisatie UNHCR deed ze onderzoek naar het 1F-beleid voor Afghanen (de vraag welke asielzoekers geen bescherming genieten onder het Vluchtelingenverdrag).