Foto’s uit het kamp

Regisseur László Nemes gebruikte vier foto’s, in het geheim genomen in Auschwitz, als basis voor Son of Saul.

Een van de vier clandestiene foto’s uit Auschwitz-Birkenau. Deze foto toont een crematie in de open lucht: de crematoria konden het werk niet meer aan in 1944.

‘Images in spite of all”, beelden ondanks alles. Zo werden ze genoemd door de Franse kunsthistoricus en filosoof Georges Didi-Huberman toen ze in 2001 voor het eerst aan een groot publiek werden getoond op de tentoonstelling ‘Mémoire des camps’ in Parijs.

Vier foto’s. Grofkorrelig en onscherp. Uit het lood geslagen. Met vreemd perspectief. Twee tonen een stapel brandende lichamen, in de verte, tussen de zwarte randen van de deur waarachter de fotograaf zich verstopt. Een andere laat naakte vrouwen zien, opgejaagd naar de gaskamer. Op de vierde staan schaduwen van bomen, als stil bewijs dat de fotograaf geen tijd had om zijn camera te richten of scherp te stellen.

Het zijn de enige bekende foto’s uit de gaskamers van Auschwitz. De enige beelden van de massavernietiging zelf. Ze werden genomen door leden van het Sonderkommando, de gevangenen die gedwongen werden in de vernietigingskampen te werken. Ze dateren uit de zomer van 1944, vlak voor de opstand in het kamp die een rol speelt in Son of Saul.

Regisseur László Nemes reconstrueerde in zijn film het moment waarop de foto’s genomen werden. Zijn hoofdpersoon Saul is er tegen wil en dank bij. Hij hoort daar helemaal niet te zijn, buiten in de open lucht, waar die zomer de lichamen op grote brandstapels werden verbrand omdat de ovens in de crematoria al overuren draaiden. Die foto’s mogen niet gemaakt worden. De dubbele tragiek van de Holocaust: niet alleen de mensen werden vernietigd, ook de sporen van hun vernietiging werden systematisch uitgewist. Er mochten geen getuigen zijn.

Het filmrolletje werd in een rol tandpasta het kamp uit gesmokkeld en aan het Poolse verzet gestuurd in de hoop de geallieerden tot actie tegen Auschwitz aan te zetten. Die hadden andere prioriteiten. De foto’s doken pas veel later weer op en speelden een belangrijke rol in het debat over de representatie van de Holocaust sinds Claude Lanzmanns tien uur durende documentaire Shoah: kun en mag je de Holocaust verbeelden? Lanzmann gebruikt geen archiefbeelden, geen reconstructies. László Nemes is van de school van Didi-Huberman die schreef: „In order to know, we must imagine for ourselves.” Om te kunnen weten, moeten we ons het zelf voorstellen. Daarom moeten we naar die foto’s kijken, ondanks alles. Omdat ze gemaakt zijn ondanks alles, en overleefd hebben ondanks alles.