Column

Een kopje thee met Jeremy Rifkin

Tea, earl grey, hot. In een verre toekomst bestelt kapitein Jean-Luc Picard van het ruimteschip Enterprise zijn thee bij een machine, die het terstond voor hem maakt. Apparaten maken in Star Trek, The Next Generation alles wat je wil. En daarmee wordt een toekomst voorzien waarin schaarste niet langer telt. Waar geld, laat staan een salaris, al lang geleden is afgeschaft en bezit een relatief begrip is. Want waarom zou je?

Science fiction-economie is niet nieuw. Op deze plek werd er al eens aandacht aan besteed (‘Verkocht, aan die Klingon links’ uit 2010). Nobelprijswinnaar Paul Krugman begon aan zijn studie economie na het lezen van Isaac Asimovs Foundation Trilogy. En volgend jaar verschijnt het boek Trekonomics van de Amerikaan Manu Saaida. De ophef rond dat boek is zo groot dat er nu al conferenties en rondetafelgesprekken over zijn.

Toekomstdenken krijgt vaak een utopische of juist dystopische vorm. Van zingende singulariteit en dolgelukkige quantified selfs tot overbevolking, klimaatrampen en de definitieve ineenstorting van het geldsysteem. Maar er zijn hele bedrijfstakken die gewoon om praktische redenen gedwongen zijn lang vooruit te plannen. Gisteren was de Amerikaanse wetenschapper, auteur én adviseur van de Europese Commissie Jeremy Rifkin op bezoek bij de TVVL – een zeer actief kennisplatform voor de Nederlandse installatiebranche. Het ging over de toekomst van steden. Daarbij moet, zei ondernemer en mede-organisator Henk van Dorp – de antithese van het type luchtfietser – ook zomaar veertig jaar vooruit worden gekeken.

Sombere voorspellingen gaan over grote uitvindingen, en vooral over dat die er niet meer zijn. Een belangrijke gedachteschool is dat we nu al decennialang voortborduren op de uitvinding van de micro-elektronica. En dat we de nieuwe bron van vooruitgang nog niet gevonden hebben. Nano- of biotechnologie misschien, quantumcomputers? Het is verleidelijk te zoeken, zegt Rifkin, naar de nieuwe genieën die de wereld veranderen. Naar de Elon Musks en Steve Jobsen.

Rifkin stelt daarentegen dat het vooral gaat om structuur. De twee industriële revoluties die we achter de rug hebben betroffen telkens het samengaan van nieuwe energievormen, nieuw transport en nieuwe communicatie. Stoom, rail en telegraaf in het Engeland van de negentiende eeuw. De verbrandingsmotor, het wegennet en de telefoon in het Amerika van de twintigste eeuw. Nu staan we voor de derde industriële revolutie: het versmelten van nieuwe duurzame energievormen, van nieuwe vormen van transport en van datacommunicatie in een internet of things. Eindeloze energie brengt op termijn de marginale kosten van de productie terug tot nul.

Is dat utopisch? Het is verkwikkend om het woord ‘vooruitgang’ weer eens te horen. Dat is de kracht van ondernemers, de optimisten van nature. En Rifkins aanpak oogt eerder praktisch dan theoretisch. Begin met universiteiten, begin met regio’s, zegt Rifkin. Ontwikkel die tot knopen in een netwerk dat van onderaf ontstaat. En mijd de moderne reuzenondernemingen. Want als de toekomst gaat bestaan uit monopolies dan ziet hij er bleek uit. Verdeel de vruchten. Het is niet de bedoeling dat straks alleen de 1 procent zijn earl grey op commando laat uitprinten.