Vogelvrouwtjes: kleurrijk als het kan, grauw als het moet

Vogelvrouwtje bepaalt kleurigheid.

Rood, oranje, blauw, geel en soms ook paars. Waarom bestaan er zulke bonte vogels?

De gangbare verklaring is al 100 jaar hetzelfde. Doordat alleen de vogelmannetjes met de mooiste veren mogen met het vrouwtje paren, werden mannetjes steeds bonter terwijl vrouwtjes dof en grauw bleven. Kleurrijke vrouwtjes zouden een bijverschijnsel zijn van de selectie op kleurrijke mannetjes. 

Maar dat klassieke idee klopt niet.

De kleur van vrouwtje heeft een functie op zich. Vrouwtjes zijn bont als ze een mannetje moeten verleiden of territorium moeten verdedigen. Als ze dat niet hoeven, dragen ze schutkleuren om niet op te vallen. Dat schrijft een internationaal team van vijf biologen vandaag in Nature.

De discussie over seksuele selectie broeit al langer. De klassieke theorie, al in de negentiende eeuw opgesteld door Charles Darwin gaat volgens sommige ornithologen te veel uit van het mannetje.

„De nadruk lag altijd op de kleurvariatie bij het mannetje”, zegt Bart Kempenaers, mede-auteur en hoogleraar bij het Max Planck Instituut voor Ornithologie in het Duitse Seewiesen. „De kleur van het vrouwtje hoefde niet verklaard te worden.”

Kempenaers en zijn collega’s bedachten een neutrale methode waarmee ze de kleur van mannetjes en vrouwtjes konden vergelijken. De onderzoekers scanden platen van vogels in en bepaalden de kleur van borst, keel, kop en nek. Voor elke kleur vroegen ze zich af: komt deze kleur vaker voor bij mannetjes of vrouwtjes?

De ornithologen bepaalden de kleur van álle zangvogels. Alle 6.000. Ze gebruikten het Handbook of the Birds of the World. Dit bestaat uit zestien delen en is het enige handboek waarin foto’s, platen en beschrijvingen staan van alle vogelsoorten op aarde staan.

„Over het algemeen is het zo dat mannetjes kleurrijker zijn dan vrouwtjes”, zegt Kempenaers. „Maar het is niet zo dat de kleur van het vrouwtje zomaar een afgeleide is van de kleur van het mannetje.”

Spermapakketje

Welke kleur een vrouwtje heeft, hangt onder andere af van haar leefwijze. In de tropen zijn vrouwtjes vaker bontgekleurd. Tropische vogels zijn vaker monogaam. Ze trekken niet maar blijven het hele jaar door op dezelfde plek. De competitie voor nestplekken en mannetjes is intenser dan bij trekvogels. Vrouwtjes zetten hun kleuren in om mannetjes te verleiden en territoria te verdedigen.

Bij soorten waar mannetjes niet in broedzorg investeren zijn de vrouwtjes doffer. „Dat zie je het sterkst bij mannetjes die niet meer bijdragen dan hun pakketje sperma”, zegt Kempenaers. De veren van het vrouwtje hebben in dat geval geen signaalfunctie, en ze krijgen een grauwe schutkleur, om ongezien te blijven voor roofdieren.

Katharina Riebel, gedragsbioloog aan de Universiteit Leiden, vindt de conclusies van het onderzoek spannend en verrassend. „De onderzoekers maken echt hard dat er ook selectie is op de kleur van vrouwtjes.” De resultaten zijn in lijn met Riebels eigen werk: zij liet vorig jaar zien dat ook veel vrouwtjesvogels zingen, net als mannetjes.