Column

Antonioni

De tentoonstelling over Michelangelo Antonioni in het Amsterdamse Eye was ik een tijdje uit de weg gegaan, omdat ik me afvroeg of ik zijn films nog wel goed zou vinden. Toen ik ze in de jaren zestig voor het eerst zag, was ik onder de indruk, maar wat kon een jongen van zeventien van al dat grotemensengetob begrijpen? Je vond het ‘interessant’, veel verder kwam je niet.

Ik beloofde mezelf dat ik niet te lang in Eye zou blijven hangen als het tegenviel. Het werden ruim twee uur. De welgekozen filmfragmenten, geprojecteerd op grote schermen, dwongen me al snel tot overgave. Zijn unieke stijl – de lange, broeierige scènes met moeizaam communicerende personages in lege buitenwijken of onpersoonlijke kamers – heeft iets hypnotiserends. Antonioni vertelt geen verhalen, hij brengt sferen en stemmingen over; hij is eerder een schilder dan een schrijver.

Met deze vernieuwende stijl dwong hij veel respect af, zowel bij collega’s als bij acteurs. Men vond het een eer voor hem te werken; het blijkt uit tal van briefjes en kaarten.

Sommigen verontschuldigen zich. Daria Halprin, actrice in Zabriskie Point, heeft spijt dat ze niet genoeg ervaring had om „meer van mezelf te geven, meer intensiteit, meer Amerika, een sterker personage, waar het publiek zich mee kan identificeren.” Toneelschrijver Sam Shepard probeerde tevergeefs Antonioni te helpen bij het scenario voor deze film: „Ik was vermoedelijk het verkeerde soort schrijver voor de film. Ik probeerde toe te voegen wat ik kon, maar het was niet veel.”

Fellini laat weten hoezeer hij genoten heeft van Professione: reporter uit 1975. Hij noemt het „de meest complete en essentiële film” uit Antonioni’s oeuvre: „Een harde film, chirurgisch en tegelijkertijd toch vol tederheid.”

Ik besloot na afloop twee films van Antonioni die ik nooit eerder had gezien, thuis te bekijken. Het waren Le Amiche uit 1955 en l’Eclisse uit 1962. De eerste viel me zwaar tegen. Antonioni heeft hier nog niet zijn vorm gevonden, het is zelfs een praatzieke film met allerlei druk bewegende vrouwen.

L’Eclisse is het sluitstuk van het vermaarde drieluik – met L’Avventura en La Notte – waarmee Antonioni zijn internationale doorbraak beleefde. De hoofdrollen waren voor Monica Vitti, zijn toenmalige vriendin en muze, en Alain Delon. Een vrouw (Vitti) verlaat eerst in een lange, memorabele openingsscène – wat mij betreft meteen de beste van de hele film – haar man en valt later voor een doortastende beurshandelaar (Delon). Zij is vervuld van een onbestemde onvrede, zoals zoveel vrouwen bij Antonioni, hij is vooral uit op materieel succes.

Ze beloven elkaar nieuwe ontmoetingen, maar al op hun volgende afspraak laten ze het afweten. Antonioni’s camera tast zeven minuten lang de lege omgeving af waar ze hadden afgesproken en waar ze elkaar voor het eerst beminden. Wat wil hij ermee zeggen?

Aan interpretaties geen gebrek. Ik geloof dat je Antonioni niet te veel moet willen interpreteren. Over de beste scènes in zijn beste films hangt een wolk van diepe melancholie, een grondeloos besef van ontoereikendheid in menselijke relaties en van vergankelijkheid. Voor wie dat niet voldoende is - jammer.

Ik vroeg me nog wel af of die intrigerende Monica Vitti nog leefde. En jawel, ze is nu 84 jaar en….lijdt al sinds vijftien jaar aan alzheimer. Dat had ik liever niet willen weten.