Column

Aanslagen van fundamentalisten werpen een schaduw over Bangladesh

Terwijl Bangladesh in veel opzichten een indrukwekkende ontwikkeling doormaakt, werpt een reeks terreuraanslagen een zware schaduw over het Zuid-Aziatische land. Al jaren bedraagt de economische groei er zo’n 6 procent. En hoewel Bangladesh nog tot de armste landen ter wereld behoort, zijn tussen 2000 en 2010 zo’n 16 miljoen Bengali’s uit de armoede gelicht. Levensverwachting en geletterdheid zijn toegenomen. De gezondheidszorg en het onderwijs zijn verbeterd. Ondanks zijn chaotische politieke cultuur en tal van andere problemen, is de vooruitgang in het land onmiskenbaar. Gisteren bezocht premier Sheikh Hasina Nederland, waarmee Bangladesh al sinds zijn onafhankelijkheid in 1971 goede banden heeft.

Het jonge land, een van de dichtstbevolkte ter wereld, heeft een traditie van verdraagzaamheid. Het overgrote merendeel van de 160 miljoen Bengalen is moslim. Maar de fundamentalisten zijn bij verkiezingen nooit verder gekomen dan zo’n 5 procent, ook al krijgen ze royaal financiële hulp uit de Golfstaten.

Nu proberen radicale fundamentalisten met geweld hun stempel op het land te drukken en andersdenkenden de mond te snoeren. Seculiere schrijvers en bloggers, hun uitgevers, buitenlanders en de shi’itische minderheid en volgelingen van het soefisme (een mystieke vorm van de islam) zijn dit jaar doelwit geweest van aanslagen en dreigementen. Zeker zeven mensen zijn daarbij om het leven gekomen. Het ontwrichtende effect hiervan op de samenleving is veel groter dan dat aantal suggereert.

Zaterdag werd in zijn kantoor de uitgever van de atheïstische schrijver Avijit Roy met kapmessen doodgehakt. Roy zelf was in februari al op straat vermoord. Een filiaal van Al-Qaeda eiste de verantwoordelijkheid op voor de slachtpartij van zaterdag. En ook voor de aanslag, eerder die dag, op nog een uitgever en twee schrijvers, die alle drie gewond raakten. Andere aanslagen zijn opgeëist door Islamitische Staat. Of deze organisaties er werkelijk achter zitten, is niet bevestigd.

In haar verklaring stelde ‘Al-Qaeda op het Indiase Subcontinent’ (AQIS) dat de twee uitgevers erger zijn dan de schrijvers wier werk ze publiceren, omdat ze „de godslasteraars royaal betalen”. In een andere verklaring liet AQIS weten uit welke groepen „onze volgende doelwitten” zullen komen: schrijvers, dichters, intellectuelen, journalisten en acteurs. Velen uit deze groepen voelden zich al eerder geïntimideerd, net als de buitenlanders in Bangladesh.

Honderden schrijvers, uitgevers en boekhandelaren betoogden maandag tegen de aanslagen en de lauwe reactie van de regering daarop. Uit protest verbrandden zij ook enkele boeken – een hoogst ongelukkig gebaar, maar een teken hoe diep hun wanhoop is.