Zo verbrand je een half miljoen

De succesverhalen kennen we. Maar hoe gaat het met de start-ups die de belofte niet konden waarmaken? Bas Prass (26) kreeg een half miljoen voor zijn start-up, die ‘het nieuwe Facebook’ werd genoemd. Dat liep anders.

Die 500.000 euro stond niet in één dag op zijn rekening. „Dat gaat geleidelijk, met een paar ton per keer”, zegt Bas Prass (26). „Maar ik weet nog hoe het voelde toen we bij de notaris zaten om alles te regelen. De investeerder zijn aandelen, wij het geld. Het was doodeng en gaf een kick tegelijk.”

Prass kreeg vijf jaar geleden een half miljoen voor zijn start-up Whoopaa, een platform waarop je privéberichten en zakelijke berichten van sociale media-accounts kon scheiden. Wie inlogde op het platform, kon bijvoorbeeld met een druk op de knop de privé-updates (kinderfoto’s) scheiden van de zakelijke updates.

Bij de lancering werd het door RTL „het nieuwe Facebook” genoemd. Whoopaa werd vermeld op nu.nl en alle Nederlandse techblogs. De Wereld Draait Door belde. Vijf jaar terug was het nog heel bijzonder om zo veel geld op te halen met een start-up. „Het was een soort rollercoaster waar we in zaten. We waren superjong, dat vond iedereen extra geweldig. Al die aandacht vonden wij prachtig, maar het heeft ons daarna genekt.”

Prass begon met ondernemen op zijn achttiende. Zwitserse horloges verkopen in Nederland. „Omdat we er niet veel tegelijk konden importeren, zei ik gewoon: het is een limited edition.”

Een jaar later bedacht hij met zijn negentienjarige medeoprichter Sezan Keers Whoopaa. Vanaf het begin pakten ze het groots aan: „We hadden allebei geen verstand van programmeren, dus moesten we mensen inhuren die dat platform konden bouwen. Het kwam erop neer dat we een half miljoen nodig hadden. Dus we moesten een investeerder zoeken.” Die werd gevonden. Een Nederlandse oud-ondernemer die zijn geld nu graag in nieuwe bedrijven stak.

Project X

Met het geld konden ze aan de slag. Programmeren, het platform bouwen. Ze huurden kantoorruimte in Den Bosch. „We werkten zeker 80 uur per week. Alles en iedereen ging opzij voor het bedrijf.” Tegenover vrienden en kennissen deden ze geheimzinnig over wat ze maakten. „We hadden het altijd over ‘Project X’, omdat we bang waren dat mensen het idee zouden jatten. Achteraf denk ik: we hadden het gewoon moeten delen.”

Elke maand hadden ze overleg met de investeerder: hij was nauw betrokken. En na elke afspraak kwam er geld vrij. Het team groeide het eerste jaar van vier naar tien medewerkers, voornamelijk programmeurs. „Ook dat is lastig. Je bent superjong, stuurt opeens mensen aan die veel ouder zijn.” Voor de branding van hun merk schakelden ze een duur communicatiebureau in. „We wilden het allemaal heel goed doen, dus daar hebben we veel te veel geld aan uitgegeven. Ik weet nu: als je veel geld uit kunt geven, word je luier qua creativiteit.”

Het duurde een jaar voor het platform ‘af’ was. Voor de lancering trokken ze ook 35.000 euro uit, onder andere voor een mooi promotiefilmpje, zaalhuur en catering. „We probeerden alles aan te grijpen om de aandacht van de media te krijgen. In ons hoofd zat: we moeten één keer heel groot uitpakken.”

Ze nodigden pers uit door met een geheimzinnig koffertje redacties binnen te lopen en een sfeer van geheimzinnigheid te creëren. Dat lukte. Bijna de voltallige pers was aanwezig bij de lancering in een pand in Amsterdam. „Iedereen ging ons feliciteren, en nu denk ik achteraf: toen begon het werk pas.”

De eerste dagen groeide het aantal gebruikers extreem snel naar tienduizend. Maar daarna bleef de groei uit. En de reacties kwamen, verre van positief. Gebruikers vonden het platform ‘overbodig’, accounts werden weer verwijderd. „Je hebt een jaar lang iets gebouwd waar je heel trots op bent, en dan krijg je nare reacties.

Op Twitter bijvoorbeeld: ‘Wie investeert er nou zoveel geld in zulke jonge mensen’, en: ‘Hier heb ik helemaal geen behoefte aan’. „Dat komt deels ook doordat we zo’n hype hadden gecreëerd. Dat heeft tegen ons gewerkt. Als je wordt vergeleken met Facebook, verwachten mensen heel veel.”

Slechts een paar duizend gebruikers bleven actief op het platform. Prass: „We hebben letterlijk een jaar tussen vier muren gezeten om iets te bouwen waarvan we dachten dat het de wereld zou veranderen. Dus al de kritiek namen we heel persoonlijk op. Ik dacht telkens: mensen vinden ons niet cool. Dat heb ik moeten loskoppelen: ze vinden ons bedrijf niet cool. Maar het is lastig relativeren op zo’n moment.”

Ze gingen door. Een nieuwe doelgroep aanboren. Nieuwe functionaliteiten bedenken. Maar een verdienmodel was nog niet gevonden. „Dat legt je bedrijf lam. Alle rekeningen lopen door en moeten betaald worden. We hadden niet nagedacht over een verdienmodel, schaafden telkens bij. Ik vond het doodeng. Ik lag er wakker van, was telkens manieren aan het bedenken om nogmaals veel aandacht te genereren. Het geld vloog eruit elke maand. Sommige maanden was dat makkelijk 25.000 euro. Vooral de loonkosten waren hoog. Ik had het gevoel dat het me door vingers glipte.”

Ze hadden ook last van concurrentie, er kwamen platformen op die een beetje hetzelfde deden, zoals TweetDeck en Hootsuite. „En dan belde mijn compagnon me op: ‘Lijkt wel op dat van ons, hè?’ ” Opgeven wilden ze niet. „Noem het stom of naïef, maar het is heel moeilijk om te stoppen met het idee waar je zelf zo hard in gelooft. Liefde voor je eigen bedrijf maakt blind.”

Bijna al het geld was er doorheen

Hij praatte niet met veel mensen over de moeilijkheden van het bedrijf. „Ik had het idee dat niemand het zou begrijpen. Ik stond onder enorme druk. De enige met wie hij alles besprak was zijn compagnon. „We reden samen elke dag naar het werk. Hij pikte me om zeven uur ’s ochtends op, en dan zaten we twee uur in de auto in de file te praten.” Vaak was alles dan al besproken als ze op kantoor aankwamen. „Kregen we daar weer kritiek op van het personeel: je moet mensen betrekken bij beslissingen, niet alles zelf bepalen.”

Tot het niet meer ging. Hij stopte ermee in februari 2012, twee jaar na de start. Bijna al het geld van de investering was er op dat moment doorheen, vooral aan de loonkosten. „Ik wist dat ik mijn aandelen terug moest geven, dat stond contractueel vast. Maar dat interesseerde me niet, het enige wat me uitmaakte: of ik nog wel met mijn compagnon door een deur kon.”

Zijn compagnon, die wel door wilde, vond dat Brasser hem in de steek liet. „Voor mij was het duidelijk dat het niet meer werkte, dus daar hebben we veel over gepraat.” Ze zijn uiteindelijk goed uit elkaar gegaan, en zijn nog altijd vrienden. Zijn compagnon heeft een doorstart gemaakt. Inmiddels heet het platform HR-matches, dat recruitment voor talent doet. „Dat is nu heel succesvol geworden.”

Ook met de investeerder heeft hij nog contact gehad. „Ik heb hem bedankt dat hij me de kans heeft gegeven.” Zelf geeft hij nu als consultant advies aan start-ups en bedrijven. „Ik heb heel lang gedacht dat ik persoonlijk faalde. Het is niet geworden wat we gehoopt hadden, maar mijn vader zegt altijd: het is de beste opleiding die ik ooit heb gehad. Dat moet ik ook altijd uitleggen aan mensen: het is niet mislukt, maar is niet geworden wat we hoopten dat het zou worden.”