Shell: overname BG lukt ook bij lagere olieprijs

Shell zet de overname van het Britse gasbedrijf BG door, ook al staat zowel Shell als BG er nu zwakker voor.

Maarten Wetselaar

Je zou kunnen denken dat Shell-topman Ben van Beurden behoorlijk in zijn maag zit met de overname van het Britse gasbedrijf BG Group.

Ruim een half jaar geleden maakte Shell bekend dat het BG zou overnemen voor een recordbedrag van 70 miljard dollar (omgerekend naar de koers van vandaag ruim 63 miljard euro). Dat leek een koopje: BG Group was ondergewaardeerd op de beurs en de activiteiten van het bedrijf in met name Brazilië zouden een welkome aanvulling zijn voor de portfolio van Shell.

Dat was in april. De olieprijs was weliswaar al flink gekelderd naar ongeveer 60 dollar per vat Noordzee-olie (Brent), maar de verwachting was dat die op termijn weer zou stijgen, naar ongeveer 90 dollar per vat.

Inmiddels is zowel de olieprijs als de waarde van het aandeel BG verder weggezakt: de olie kost nog geen 50 dollar en het aandeel BG is 10 procent minder waard geworden. Alle oliemaatschappijen rekenen inmiddels met een olieprijs die ook op langere termijn rond de 60 dollar zal liggen.

Ook de positie van Shell is er intussen niet beter op geworden. Vorige week meldde het bedrijf rode cijfers over het derde kwartaal. Die waren het gevolg van een afschrijving van 8 miljard dollar op projecten in Alaska en Canada en een naar beneden bijgestelde waardering van de reserves.

Dividend heilig

Toch hoeven beleggers zich geen zorgen te maken, probeerde Van Beurden gisteren beleggers gerust te stellen. Het dividend blijft heilig, daar wordt niet aan getornd.

De overname van BG, die volgend jaar zal worden afgerond, zal ook bij de huidige olieprijs lukken, aldus Van Beurden. BG zal Shell meer focus brengen, betoogde hij.

Op de jaarlijkse management day van Shell sprak Van Beurden van „verjonging” door de overname. Hij benadrukte de posities in diep water en geïntegreerd gas die BG inbrengt. Vers bloed dus voor strategisch belangrijke bedrijfsonderdelen. De twee bedrijven vullen elkaar volgens de topman perfect aan. Het voordeel van de samenwerking – in het jargon: synergie – wordt nu berekend op 3,5 miljard dollar. Dat is 1 miljard meer dan eerder was becijferd.

Drastisch snijden

Maar dat is niet genoeg om de klappen van de lage olieprijs op te vangen. Shell gaat zich intern anders inrichten om sneller te kunnen reageren op de veranderende markt. Er komt meer focus en meer aandacht voor een „gestructureerd en voorspelbaar” investeringsprogramma. Om mislukte avonturen zoals met de boringen in Alaska te voorkomen, gaat de exploratie- en productietak (upstream) op de schop. Voortaan moet eerder duidelijk worden welke investering rendeert en welke niet.

Aan de top komt een nieuwe structuur. De Nederlander Maarten Wetselaar wordt de baas van een zelfstandige divisie ‘geïntegreerd gas’, die onder andere LNG produceert. Deze tak is met een jaarlijkse kasstroom van 11 miljard dollar een van de belangrijkste strategische pijlers.

Daarnaast worden conventionele olie- en gasactiviteiten gebundeld, én niet conventionele, zoals schaliegas- en olie in de Verenigde Staten.

Behalve deze reorganisatie blijft Shell drastisch snijden in de uitgaven. Dat betekent bezuinigen en verkoop van minder rendabele onderdelen. Tot en met 2018 wordt voor minstens 50 miljard dollar aan bezittingen van de hand gedaan. Wat dit allemaal voor de ruim 90.000 werknemers van het bedrijf betekent, is niet duidelijk.