Ode aan een teder en tijdloos Rusland

Postbode Ljochka leert Timka het een en ander over wodka, roken, moerasmonsters en vissoep.

Het eeuwige Rusland. Een fabelachtig beeld vat The Postman’s White Night samen: postbode Ljochka keuvelt met zijn buurman terwijl aan de horizon een raket opstijgt. Het ontgaat ze of het boeit ze niet: Ljochka heeft meer oog voor de grijze fantoomkat uit zijn lucide dromen. Want het is hartje zomer, tijd van witte nachten: droom en bewustzijn vloeien in elkaar over.

The Postman’s White Nights won vorig jaar de Zilveren Leeuw in Venetië. In zekere zin is de film een antwoord op Leviathan, de geruchtmakende anti-Poetinfilm die het Russische platteland vorig jaar afschilderde als een hel van onrecht en corruptie. Regisseur Andrej Kontsjalovski is de zoon van de schrijver van Stalins én Poetins volkslied; zijn broer Nikita Michalkov, ooit ook een groot regisseur, is een soort filmtsaar. Beide broers hebben het niet zo met het cynische, wanhopige en wantrouwige Rusland dat we kennen van liberale filmmakers. Tegen dat door de geschiedenis geknakte land zetten de broers een ruw, melancholiek volk dat aandoenlijk en soms heroïsch voortmoddert.

Het verschil met de opgefokte folklore waartoe broer Nikita neigt, is dat Kontsjalovski zijn tijdloze Rusland echt houdt. Het is geen idylle: alleen oudjes, dromers en dronkelappen bewonen de houten keetjes rond het Kenozero-meer in The Postman’s White Nights. Ze hebben weinig en elke dag is als de vorige, maar er is ook geen stress of politiek en alles heeft een vertrouwd ritme. Een ‘slice of life’, soms opgenomen met reality show-technieken, die overtuigt doordat echte dorpsbewoners zichzelf spelen, aangevoerd door de droefgeestige postbode Ljochka die brieven, pensioenen en gloeilampen rondbrengt in zijn motorboot. Ooit probeerde hij een gezin en koeien, maar wodka hè. Nu is hij surrogaatvader voor Timka, zoon van de struise visserij-inspecteur Irina op wie hij een oogje heeft.

En verder? Een baboesjka sterft, een buitenboordmotor wordt gestolen, een generaal landt per helikopter om te vissen. Men ouwehoert, kijkt naar het klatergoud op tv en drinkt veel te veel. Omdat, legt buurman uit, je zo treurig wordt van al dat geduld. „Je denkt dat er iets moois achter de horizon ligt. Rood of roze. Maar dichtbij is alles weer grijs.” Een poëtische, soms zelfs magische film.