Kritische kunstraad

Rotterdam staat steeds vaker op jubellijstjes en dan is het lastig degene te zijn die de feestpret verstoort. Zo lastig dat je op een dag besluit dat je er beter mee op kunt houden. En daarom stapt Inez Boogaarts op, zei zij gisteravond in haar afscheidsspeech. De afgelopen drieënhalf jaar was ze secretaris/directeur van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC), die de gemeente adviseert over kunst. „De RRKC is vergelijkbaar met een ombudsman of een algemene rekenkamer. Dat wil zeggen: kritisch en onafhankelijk.”

Van de adviezen van de kunstraad trok de afgelopen tijd vooral die over het Collectiegebouw de aandacht. Het Collectiegebouw moet een gezichtsbepalend depot worden voor Museum Boijmans Van Beuningen, dat ook opengaat voor publiek. Het is begroot op ruim 73 miljoen euro. De RRKC bracht er twee adviezen over uit, met kanttekeningen over de financiering. „Iedereen roept dat het Collectiegebouw er moet komen. Ook de RRKC is niet bij voorbaat tegen, maar durft wel kritisch te kijken en te adviseren. Ik kan me voorstellen dat ze in Utrecht graag een adviesraad hadden gehad, als je kijkt naar de problemen, nu, met Muziekcentrum Tivoli.”

Volgens Boogaards was het de afgelopen jaren moeilijk een inhoudelijk gesprek over kunst en cultuur te voeren met wethouder en ambtenaren in Rotterdam: „Wel heb ik zeer regelmatig mogen horen: ‘terug in je hok’, ‘bemoei je er niet mee’, ‘dit advies heb ik niet gevraagd’. Terwijl, zei ze, „hoe harder de pr-machine ronkt, hoe meer behoefte er is aan kritisch discours”.

Volgens de Rotterdamse kunstraad investeert de stad te veel in stenen en te weinig in inhoud. „Hoeveel nieuwbouw moet je als stad willen hebben? Nieuwbouw kost de stad en daarmee de cultuurbegroting blijvend méér geld. De jaarlijkse exploitatiekosten keren steeds terug.” Daarmee bedoelde ze niet alleen het Collectiegebouw. „Een theater of nieuw museum op Zuid, wie gaat dat straks betalen als de jaarlijkse exploitatie gedekt moet worden?”