Oud in China: ik ben tot last, dus spring ik

Terwijl het zelfmoordcijfer in China snel daalt, plegen steeds meer ouderen zelfmoord
Op deze foto uit 2013 springt een jonge man van de brug over de Yangtze in Wuhan.  Foto China Out / AFP

De water- en elektriciteitsrekeningen waren betaald, een afscheidsbriefje lag op zijn nachtkastje. „Ik heb een ernstige ziekte en de dokter zegt dat, hoeveel geld wij ook uitgeven aan behandelingen, genezing uitgesloten is. Ik wil geen last zijn voor mijn familie, ik ga ver weg en maak daar een einde aan mijn leven”, schreef Wang Bingzhang (72) aan zijn enige dochter.

Een volle week later werd zijn lichaam door een visser gevonden, in de Yangtze, 273 kilometer stroomafwaarts. „Mijn vader wilde niet dat wij schulden zouden maken om de dokters- en ziekenhuisrekeningen te betalen. Dat was beneden zijn waardigheid, hij wilde niet de zwakke schakel in de familie worden”, vertelt dochter Zhang Zhang in een dorp vlakbij de oude keizersstad Nanjing.

In geen ander land ter wereld is het aantal zelfmoorden de afgelopen 25 jaar zo snel gedaald als in China - van 23,3 per 100.000 in 1990 naar 9,8 in 2014 (ter vergelijking: in Nederland ligt dat cijfer op 11,0). Hoofdoorzaak: het aantal jonge vrouwen dat zelfmoord pleegt is als gevolg van de verstedelijking spectaculair gedaald: van 37,8 per 100.000 in 1990 naar 2,3 per 100.000 in 2014, volgens cijfers van het Britse medische tijdschrift The Lancet.

De verdwenen opa's

Maar er is één leeftijdscategorie waarin de statistische pijlen sinds een paar jaar weer omhoogwijzen, zo blijkt uit recent onderzoek van de Chinese socioloog Jing Jun. Vereenzaamde of zieke ouderen en bejaarden vanaf 65 op het platteland kiezen vaak zelf „het tijdstip van vertrek” uit, blijkt uit zijn nog lopende onderzoek: van 23 op de 100.000 in 2000 naar 43,3 op de 100.000 in 2014.

Iedere dag opnieuw staan de kranten vol met kleine advertenties waarin families plotseling verdwenen opa’s en oma’s of bejaarde vaders en moeders zoeken. Chen Si, een 48-jarige Nanjinger, die van de plaatselijke pers de bijnaam ‘barmhartige samaritaan’ heeft gekregen, kan uit eigen waarneming deze statistieken bevestigen. Iedere dag patrouilleert hij op zijn brommer over de Nanjing Yangtzebrug, een van de iconische bruggen van China, maar ook een beruchte zelfmoordplek.

Pas nog wist hij de 75-jarige Xiao Jumao ervan te overtuigen niet het koffiekleurige water in te springen. „Hij heeft longkanker en woonde onverzorgd alleen. Hij is nu bij zijn dochter, die hem verzorgt”, vertelt Chen Si.

„Het lijkt vanaf hier misschien niet zo hoog, maar als je hier het water in springt ben je dood”, zegt hij tijdens een korte pauze terwijl hij thee uit een meegebrachte thermosfles aanbiedt. We staren naar het snelstromende, schuimende water van de ‘Lange Rivier’: honderd meter lager schieten platbodems, visserssloepen, huisvuil, drijfhout, dooie vissen en een enkel varkenskarkas voorbij.

Uit de taboesfeer

Aandachtig volgt Chen Si een vrouw van middelbare leeftijd die met een betraand gezicht en duidelijk vermoeid het valse plat van de brug op fietst. Hij is er niet gerust op, start zijn brommer en blijft een tijdje naast haar rijden om een praatje te maken. Het blijkt loos alarm:

„Het waren tranen van de wind."

Chen Si werd in 2004 een nationale beroemdheid nadat hij een oudere man, die al op de betonnen rand van de brug stond, wist om te praten. De man kon een doktersrekening van 15.000 euro niet betalen. Met Chens hulp - en onder druk van de media - werd er een dragelijke afbetalingsregeling getroffen en kreeg de man ook psychologische hulp.

Of de patrouilles, die vooral in het weekend worden uitgevoerd, succesvol zijn of niet laat zich moeilijk in cijfers uitdrukken. De brug is bijna 2 kilometer lang en vormt een van de belangrijkste schakels in het verkeersnet van de metropool. Chen claimt bijna 200 mensen te hebben gered.

„Veel belangrijker is dat hij eraan bijdraagt dat zelfmoord uit de taboesfeer komt”, zegt Jing Jun, behalve hoogleraar sociologie aan de Tsinghua Universiteit in Beijing ook verbonden aan Harvard in Boston. Wat begon als een activiteit van een vrijwilliger is in Nanjing uitgegroeid tot een systeem van georganiseerde preventie. Chen Si krijgt bij zijn patrouilles hulp van studenten en de stad Nanjing heeft twee opvangcentra en een telefoonhulplijn geopend voor mensen die alle hoop hebben verloren. „Vaak omdat zij ook echt ziek zijn, diep in de schulden zitten of een kind hebben verloren." Chen heeft ook zijn eigen hulpverleningsmethodes. Hij neemt de mensen die hij gered heeft mee naar een dichtbijgelegen restaurant waar hij inmiddels stamgast is. Meestal wordt er dan stevig gedronken, vooral ook door hemzelf.

Stille momenten

Hij vertelt dat hij in de beginjaren vooral passerende jongeren scherp in de gaten hield. Liefdesverdriet en grote druk van ouders om op school of universiteit hoge cijfers te scoren of een topbaan te vinden kan jongeren, die als enig kind altijd verwend zijn opgevoed, tot wanhoop brengen. Oudere ‘springers’ zijn veel moeilijker te herkennen. „Zij kiezen de stille momenten als er geen patrouilles zijn om te vertrekken”, zegt hij. ‘Vertrekken’ is het Chinese eufemisme voor doodgaan.

Over Chen Si werd een documentaire gemaakt:

„Het is belangrijk dat er mensen als Chen Si zijn”, legt Jing Jun uit, „want het hele systeem van geestelijke gezondheidszorg staat nog in de kinderschoenen”. Hij vertelt dat er in provincies als Shandong, Anhui en Hebei dorpen zijn waar een minderheid van de bejaarden op natuurlijke wijze sterft. „Dat zijn dorpen waar alle jongeren en kinderen zijn vertrokken naar de grote steden. Ouderen blijven alleen en eenzaam achter, zij zien niemand meer, ook hun families niet. En ze zijn bovendien doorgaans heel slecht verzekerd”, vertelt Jing, die geldt als een van de belangrijkste onderzoekers op dit gebied. Speelt op het platteland vereenzaming een grote rol in het besluit „een fles landbouwgif leeg te drinken” (Jing over de meest gebruikte zelfmoordmethode), in de steden kunnen ouderen het tempo vaak niet meer bijhouden. „Er is in steden ook een groot gebrek aan gespecialiseerde hospices”, aldus Jing.

In feite zijn de twee belangrijkste trends - dalend aantal zelfmoorden onder jonge vrouwen en een toename van zelfmoorden onder bejaarden - terug te voeren op de razendsnelle verstedelijking. „Dat klopt. De verstedelijking, de groei van de middenklasse en de economische groei heeft twee kanten. Zoals jonge vrouwen vroeger op het platteland doodongelukkig waren, zijn de bejaarden dat nu. Jonge vrouwen krijgen in steden veel meer kansen en zijn daar over het algemeen tevreden, terwijl ouderen achterblijven in steeds stillere en armere dorpen."

Stad red vrouw

Voor vrouwen is het platteland een hardvochtige, uitzichtloze plaats, mannen domineren er, zonen hebben de voorkeur boven dochters, voegt Jing er aan toe. Steden bieden volop kansen op beter werk in schonere omstandigheden, beter opgeleide huwelijkskandidaten, betere zorg en bescherming en een relatief welvarender leven. „Vrouwen gedijen in steden beter dan op het steeds legere platteland, waar nog traditionele denkbeelden bestaan over de positie van de vrouw. Dat blijkt dus heel duidelijk uit de zelfmoordstatistieken”, stelt hij vast.

In ieder geval blijkt in China de theorie van de 19de-eeuwse Franse socioloog Émile Durkheim – verstedelijking en modernisering leiden tot sociale vervreemding en hoge zelfmoordpercentages – niet te kloppen, betoogt Jing. Op de vraag wat de Chinese overheid moet doen om het grimmig hoge aantal zelfmoorden onder bejaarden op het vaak verheerlijkte Chinese platteland om te buigen, zegt hij: „Families moeten hun opa’s en oma’s niet alleen achterlaten, maar meenemen naar de stad; voor de achterblijvers moet de zorg verbeterd worden. En China heeft grote behoefte aan een verzekeringsstelsel waardoor een al dan niet ongeneeslijke ziekte niet meteen een financiële ramp is voor de meesten. En ik zou ook de verkoop van pesticiden onmiddellijk aan banden leggen”.

Praten over zelfdoding kan bij de hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoonnummer 0900-0113