Ik ben er nu, dus ik kan maar beter mezelf zijn

Claudia de Breij (40) vroeg zich af waarom je na je 24ste zelden nog een goed advies krijgt. Daarom interviewde ze mensen die al flink geleefd hebben en tekende ze hun wijze lessen op.

©

Wat is het geheim van een lang en gelukkig leven? Cabaretier Claudia de Breij zocht een antwoord op die vraag toen ze een paar zomers geleden erg in de war was. Ze was „verliefd, verhuisd, gescheiden, oververmoeid” en vond het leven niet meer zo leuk. Wie kon zij consulteren?

Het viel haar op dat kinderen en jongvolwassenen veel raad krijgen – soms tot vervelens toe. „En dan ineens, ergens rond je vierentwintigste, wordt het stil”, schrijft zij in haar nieuwe boek Neem een geit. Leven voor gevorderden. „Niemand die je meer zegt hoe het moet.”

De Breij (40) interviewde een aantal mensen die flink geleefd hebben: journalist Hanneke Groenteman (76), dominee Nico ter Linden (79), zangeres Willeke Alberti (70), actrice Anne Wil Blankers (75), cabaretier Paul van Vliet (80), oud-politica Hedy d’Ancona (78), schrijver Geert Mak (68), podiumkunstenaar Herman van Veen (70) en voormalig politica en zwemster Erica Terpstra (72).

Welke levenslessen deelden zij met De Breij? En hoe verhouden die zich tot háár leven? NRC legde tien wijsheden aan haar voor (waaronder een van haar zelf).

Je mag een compliment nooit voor je houden (Hedy d’Ancona)

„Vroeger deed ik het vaak: wildvreemden complimenteren. ‘God, wat heb jij mooie ogen’. Of: ‘Geweldige kuiten!’ Dat deed ik niet omdat ik iemand seksueel aantrekkelijk vond, maar omdat ik openstond voor het leven. Je kunt mensen zó ontwapenen met een compliment. Het roept wel bevreemding op, nu ik bekend ben. Maar ik doe het nog steeds.”

Alles gaat kapot (Paul van Vliet)

„Afgelopen zomer was ik bij de begrafenis van Thé Lau. Met honderd man waren we verenigd in een kerk rond een blauwe kist. Ik hoopte vurig dat zijn muziek en boeken voor eeuwig zullen voortleven. Een troostrijke gedachte. Dit leven is zinloos, omdat de aarde op enig moment verschroeid wordt door de zon. Dat vind ik zó erg, daar word ik emotioneel van. Ik heb nooit vederlicht in het leven gestaan. Misschien dat ik daarom cabaretier ben geworden. De meeste mensen die humor als uitingsvorm kiezen, zijn tobbers.”

Je moet je niet laten leiden door wat mensen van je verwachten (Anne Wil Blankers)

„Toen mijn kleuterjuf vroeg of we een elpee mee naar school wilden nemen, koos ik voor The Jazz Singer van Neil Diamond. Als puber draaide ik Ramses Shaffy grijs. Ik was, kortom, geen doorsnee kind.

„Om er toch bij te horen ging ik mij aanpassen. Ik maakte bandjes met op de A-kant Shaffy en op de B-kant Madonna. Als iemand mee wilde luisteren op mijn walkman, flipte ik snel het bandje om. Die aanpassingsdrift werd getemperd door mijn homoseksualiteit. Daarin kon ik gelukkig niet huichelen.

„Rond de tijd dat ik uit de kast kwam – ik was zestien – stond ik ook voor het eerst op toneel. Tijdens de kerstmusical speelde ik een hasjhond die te veel aan de merchandise had gezeten. Toen mijn klasgenoten hun tekst kwijt waren, begon ik te improviseren. Ik weet nog dat ik me heel erg mezelf voelde. Een kippenvelmoment, waarop mijn latere beroepskeuze is terug te voeren. Was ik mij blijven aanpassen, dan had ik nu misschien nog steeds in de Jamin gestaan.”

Als je iets bereikt hebt, zit je altijd wat wankel op die tak (Geert Mak)

„Mijn moeder heeft meer dan eens gevraagd waarom ik niet nóg zo’n nummer als ‘Mag ik dan bij jou?’ schrijf. Maar zo werkt het niet. Je kunt nooit vanuit succes iets maken. Dat nummer is geschreven vanuit kwetsbaarheid. En alles wat goed is, komt vanuit dat gevoel. Succes is geen constante, het duurt vaak kort. Zo stonden theaterdirecteuren niet te juichen toen ik begin 2014 met Teerling kwam, nadat ik twee jaar eerder een tournee had afgezegd omdat het even niet meer ging. Ik moest mij opnieuw bewijzen. Als Teerling geen succes was geworden, was ik nu geen cabaretier meer geweest. Je krijgt niet snel een nieuwe kans.”

Een valkuil is dat je in je eigen glorie gaat geloven (Paul van Vliet)

„Televisie is een gevaarlijk medium. Je leven is zichtbaar en dus is iedereen op jou gericht. Bij live events zijn soms vier mensen met mij bezig. Nummer één doet mijn haar, nummer twee mijn make-up, nummer drie reikt een glas water aan, nummer vier geeft een peptalk. Dat dóét iets met je. Waar het theater mij met beide benen op de grond houdt – ik warm mijn eigen prak op en rijd zelf overal naartoe – geeft televisie een vertekend beeld. Ik werd er ongelukkig van: zo vaak met mijn hoofd op tv. Daarom wil ik geen presentator meer zijn, maar alleen nog tafeldame. Of zoals afgelopen zomer in De Wereld Draait Door: een college over het Nederlandse lied.”

Je hoeft niet alles te kunnen in het leven. Het is geen wedstrijd (Claudia de Breij)

„Toen ik met mijn vriendin Jessica ging skiën, bakte ik er niks van. Ik was de enige in ons groepje die nooit had geskied. Daar raakte ik zwaar gefrustreerd van. ‘Skiën is voor mensen met een slecht huwelijk’, riep ik. ‘Je ziet elkaar de hele dag niet en ’s avonds ga je slapen omdat je kapot bent’. Toen Jessica voorstelde naar huis te rijden, bond ik de lange latten schuldbewust weer onder. Ik glorieer niet in die rol. Ik wil in alles uitblinken. Zoals mijn vader vroeger zei: ‘Al word je putjesschepper, dan word je wel de béste putjesschepper van de wereld’.”

Gezellig is niet genoeg (Hanneke Groenteman)

„Ik ken veel mensen die geen belang hechten aan seksuele aantrekkingskracht. Daar begrijp ik niets van. Als je bij de eerste ontmoeting al ergens overheen moet stappen – leuke man, maar hij heeft wel lullige schouders – kan het nooit goed gaan. Seksuele aantrekkingskracht is eerlijk. En het is meer dan seks alleen. Je voelt: ik wil bij jóú zijn. Voor mij vereist liefde de zoete oorlog van het minnen. Er moet iets te strijden zijn. Toen Jessica en ik net een relatie hadden, moest ik wennen aan haar verbale begaafdheid. Ze kon me echt op mijn nummer zetten. Zo erg dat ik dacht: nu is het bijna niet gezellig meer.”

Haal mensen uit het schema van goed en kwaad (Nico ter Linden)

„Lang heb ik niet begrepen dat mensen mij soms bitchy vinden. Ik zie mezelf als een watje. Wel kan ik een helleveeg zijn als iets kwetsbaars wreed wordt behandeld. Neem Bram Moszkowicz, die dit weekend aangifte deed tegen de Nederlandse staat omdat het asielbeleid strafbaar zou zijn. Moszkowicz, die ik lang als intelligente schavuit beschouwde! Ik heb even overwogen los te gaan op Twitter. Dat hij een vijand durft te maken van kwetsbare mensen. Hij, met zíjn geschiedenis! Zit hij dan zo aan de grond dat hij Wilders rechts wil passeren? Toch zou ik er liever met Moszkowicz serieus over praten. Ik kan gewoon niet geloven dat hij dit meent. Dat deed ik ook met Kees van der Staaij [de Breij wenste de SGP’er op Twitter hel en verdoemenis toe na zijn SGP-standpunt over duomoederschap]. Van dát gesprek heb ik geleerd dat je ook begrip kunt opbrengen voor elkaars onbegrip.”

Je hebt iemand nodig die blijft kijken (Hedy d’Ancona)

„Bepaalde groepen in de samenleving worden niet gezien. We vinden zorg en kinderopvang heel belangrijk, maar we hebben daar geen drol voor over. Ik heb weleens gedacht: moet ik niet de politiek in? Mijn gebrek aan onbaatzuchtigheid weerhoudt mij ervan de daad bij het woord te voegen. Stel je voor dat iedere jan lul bij je komt klagen over zijn dakkapel? Hoe vermoeiend dat is, merkte ik toen ik een schnabbel deed voor GroenLinks in de tijd van Femke Halsema. Het geduld dat ze moest opbrengen; ik zou het niet kunnen. Ik ben toch meer iemand die vragen stelt dan iemand die antwoorden geeft.”

Wees niet zo bang, ga eens leven! (therapeut van De Breij)

„Anno 2015 is het nog steeds een statement als ik hand in hand met mijn geliefde over straat loop. De moed die dat vereist, heb ik meegenomen in de rest van mijn leven. Ik heb mezelf toegestaan om totaal kwetsbaar te zijn. Ik geloof dat het daarom ook goed gaat met mijn carrière. Ik doe niets, ik bén. Of beter: ik ben er nú, even, dus kan ik maar beter mezelf zijn.”