Het nieuwe normaal in Israël

De Israëlische regering wil de terreur stoppen. Maar de oorzaak aanpakken hoeft niet zo.

Palestijns protest op de muur die de plaats Abu Dis, op de Westelijke Jordaanoever, scheidt van Jeruzalem. Foto Ammar Awad/Reuters

Het is een belangrijk verkeersknooppunt in het zuiden van de Westelijke Jordaanoever. Lifters zoeken er hun weg naar Jeruzalem of Hebron, dorpsbewoners doen er boodschappen bij een prijsvechter, of halen een falafeltje.

Maar er is één probleem met het knooppunt Gush Etzion: Joden en Palestijnen lopen er door elkaar. En nu de spanningen tussen beide bevolkingsgroepen hoog zijn opgelopen, doen Palestijnse aanslagplegers daar hun voordeel mee. Alleen al hier vonden in één week drie aanslagen plaats, waarbij twee Israëlische burgers en twee soldaten gewond raakten.

Daarom vaardigde het Israëlische leger een maatregel uit: de Joodse en Palestijnse bevolking zullen hier zoveel mogelijk van elkaar worden gescheiden. Dit betekent in de praktijk dat Palestijnen zullen worden geweerd uit de 22 illegale Joodse nederzettingen waaruit Gush Etzion bestaat. Onduidelijk is nog wat er moet gebeuren met Palestijnse werknemers in winkels die worden gerund door Joden. 

De maatregel is exemplarisch voor de manier waarop Israël omgaat met het geweld dat in de afgelopen maand het leven kostte aan 11 Israëliërs, 69 Palestijnen en één Eritrese vluchteling. Alles is gericht op preventie of afschrikking. Zo worden Palestijnse wijken in bezet Oost-Jeruzalem afgegrendeld, waardoor de inwoners niet vrijelijk kunnen rondreizen. En de huizen van terreurverdachten worden binnen twee weken na een aanslag gesloopt.

Bij het leger zijn ze niet ontevreden over de resultaten. Zo nam het aantal aanslagplegers uit Oost-Jeruzalem na invoering van het afgrendelingsbeleid drastisch af. Dat betekent dat er minder aanslagen worden gepleegd in Israël zelf: van alle Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever zijn de inwoners van Oost-Jeruzalem de enigen die legaal door heel Israël kunnen reizen. Maar op de Westelijke Jordaanoever is de rust nog niet weergekeerd. Vooral in Hebron, een Palestijnse stad met in het hart een Joodse nederzetting, is het bijna elke dag raak met aanslagen en demonstraties.

Schietgrage soldaten

Majoor Arye Shalicar, woordvoerder van het Israëlische leger, is er bezorgd over. „Als de Joden en de Arabieren zo dicht op elkaars lip zitten, is het voor ons erg moeilijk om ongeregeldheden te verhinderen. Bovendien geldt dat elke Palestijn die wordt doodgeschoten weer als inspiratie kan dienen voor een volgende aanslagpleger.”

Het leger is in de voorbije maand geregeld bekritiseerd om zijn hardhandige optreden. Aan de grens met de Gazastrook vielen bij één demonstratie zes Palestijnse doden. Zijn de Israëlische soldaten schietgraag? Shalicar: „Zo zou ik het niet willen noemen. Zes doden in één demonstratie is wel veel, maar in het algemeen geldt dat het voor ons belangrijk is om van ons af te bijten. In Gaza drongen tientallen Palestijnen door het grenshek. Als we dan niet met kracht reageren, zijn het er de volgende keer nog meer.”

Toch biedt het leger weerstand tegen rechtse politici die roepen om een nog veel harder optreden, bijvoorbeeld door het annexeren van een deel van de Westelijke Jordaanoever, of door – net als in 2002, op het hoogtepunt van de Tweede Intifada – met tanks de Palestijnse steden binnen te rollen.

Dat zou „onverstandig” zijn, zegt Shalicar. „Soms werkt een zachte aanpak beter dan een hardere, al moet je nooit te soft zijn. Kern van de zaak is dat wij altijd iets harder terugslaan dan onze vijanden. Daarom zal onze reactie ook veel harder zijn als Hezbollah ons met honderden raketten beschiet, dan als we worden geconfronteerd met Palestijnse messentrekkers.”

De kritiek op het Israëlische beleid komt ook van mensenrechtengroepen, die bezwaar maken tegen ‘collectieve straf’. Zij wijzen op onschuldige familieleden die de dupe zijn als het huis van een terreurverdachte wordt gesloopt. Bij het afgrendelen van een wijk gaat het zelfs om tienduizenden onschuldige slachtoffers, die uren voor een checkpoint in de rij moeten staan of dagenlang niet naar school kunnen.

Een ander punt van kritiek is dat het kabinet-Netanyahu de oorzaken van het geweld niet aanpakt. Hij zou vooral bezig zijn het conflict te ‘managen’.

Maar over de oorzaken van de geweldsgolf bestaan grote meningsverschillen. De Israëlische regering wijst vooral naar haatzaaierij door Palestijnse politici en geestelijken, die de bevolking oproepen Joden aan te vallen. Moshe Arens, oud-minister (Defensie, Likud) en de leermeester van Netanyahu, schreef zondag nog in de krant Haaretz dat de Palestijnse aanslagen een exponent vormen van de „wereldwijde islamitische terreur”.

Aan Palestijnse zijde wijst men naar heel andere oorzaken. De belangrijkste is de 48 jaar durende militaire bezetting van Palestijns gebied. De frustraties worden vergroot doordat er geen uitzicht op vrede is: alle onderhandelingen liggen al anderhalf jaar volstrekt stil. Opvallend genoeg onderschrijft generaal-majoor Herzi Halevi, baas van de Israëlische militaire inlichtingendienst, deze analyse.

Ontluisterende boodschap

Voor hen had Netanyahu afgelopen week in de Knesset een ontluisterende boodschap. Op dit moment, zei hij, „moeten we de [Palestijnse] gebieden voor de afzienbare toekomst controleren”. En, tegen parlementariërs van de oppositie: „Ik word gevraagd of we voor altijd bij het zwaard zullen leven: ja.”

Van Netanyahu valt te verwachten dat hij de status-quo zal handhaven, zonder naar oplossingen te zoeken. Een tweestatenoplossing is ver weg, maar ook het alternatief – een binationale staat – vindt de premier onwenselijk.

Toch is dat alternatief volgens sommigen al realiteit. Zo schreef journalist Asher Schechter in Haaretz dat het geweld het onontkoombare gevolg is van de binationale staat die Israël is geworden. Bij gebrek aan perspectief op een tweestatenoplossing is de bestaande situatie het nieuwe normaal.

Schemerzone tussen de oplossingen

Netanyahu blijft zitten waar hij zit: in de schemerzone tussen twee potentiële oplossingen voor het conflict. Dat is wat Natan Sachs, Israël-expert van de Amerikaanse denktank Brookings, vorige maand in tijdschrift Foreign Affairs beschreef als anti-solutionism. Israëlische politici, schrijft hij, kiezen er soms bewust voor een situatie niet op lossen. Bijvoorbeeld omdat alle alternatieven voor hen slechter zijn dan de bestaande situatie.

Deze opvatting is niet per se slecht, betoogt Sachs. Zo heeft Netanyahu er volgens hem goed aan gedaan destijds niet te streven naar een oplossing voor het conflict met Syrië over de door Israël bezette Golanhoogvlakte. Maar in het geval van de Palestijnen verwijt hij Netanyahu dat hij ook het toekomstperspectief van een tweestatenoplossing uitwist, bijvoorbeeld door toe te staan dat illegale nederzettingen zich maar blijven uitbreiden.

Voorlopig lijkt Netanyahu zich meer zorgen te maken over zijn politieke positie binnen Israël. Zo blijkt uit een peiling dat de bevolking hem minder geschikt vindt om de aanslagen het hoofd te bieden dan Avigdor Lieberman, die de enige rechtse partijleider in de oppositie is. Dat is misschien wel de reden, schrijft journaliste Mazal Mualem op de website Al-Monitor, dat de premier de afgelopen weken enkele proefballonnen opliet. Hij stelde voor een speciale rechtbank op te richten die zich bezighoudt met alle zaken die terreur aangaan. En hij lanceerde het plan om sommige inwoners van Oost-Jeruzalem niet langer als inwoner van Israël te beschouwen. Het gaat om tachtigduizend mensen die achter de afscheidingsmuur wonen die hen van de rest van Jeruzalem scheidt.

Beide plannen lijken geen vervolg te krijgen, maar Netanyahu hoopt dat ze zijn imago van terreurbestrijder versterken. Mualem citeert iemand uit de directe omgeving van de premier, die zei dat Netanyahu slechts „van zaterdag tot zaterdag” leeft. Mualem: „Er is geen betere omschrijving als je de manier onderzoekt waarop Netanyahu zich door de terreurgolf heen heeft geslagen.”