Column

Hergebruik als de spil van onze groei

Aan het eind van deze maand begint de langverwachte klimaatconferentie in Parijs en dus zullen we het de komende tijd over weinig anders hebben. Vluchtelingen, het Midden-Oosten, voedsel, handelsverdragen, cv-ketels – alles kan wel op een of andere manier met het klimaat in verband worden gebracht. De mensheid is wat het klimaat betreft in tweeën te delen. De groep onverschilligen gaapt verveeld, de pessimisten zien de ondergang van de planeet binnen handbereik. Maar zelfs degenen die klimaat als toetssteen voor de toekomst beschouwen, hebben moeite om zich die toekomst voor te stellen. Is de +2-gradenwereld er straks écht een waarin mensen bij bosjes sterven zodra zij zich in de Golfstaten op straat begeven, waar verwoestende golven de delta’s van Azië overspoelen, wekelijkse hurricanes de VS teisteren en Nederland slechts overleeft achter extra hoge dijken zonder dat we ooit meer buiten schaatsen? Het lijkt zo ver en zo onwaarschijnlijk, een rampenfilm, maar daarin is er altijd een held die de baan van de aarde aanpast of een nieuwe drijvende samenleving sticht.

Klimaat is bij uitstek een onderwerp van cognitieve dissonantie: we willen dat het opgelost wordt zonder er zelf veel voor te doen in het heden. Niemand, geen land, geen individu wil gekke Henkie zijn, die als enige zijn afval scheidt en de auto laat staan. Het werkt alleen als iedereen meedoet, alle burgers, alle landen. Al bijna 25 jaar, sinds de aanloop naar de Framework Convention uit 1992, onderhandelen de VN over hoe we de effecten van broeikasgasemissies uit menselijke activiteiten zoals verkeer, landbouw, industrie en huishoudens moeten beperken. Voor het eerst liggen er nu in Parijs concrete nationale plannen. Gezamenlijk leveren die niet de gewenste reductie van de uitstoot, maar weinig ambitie is beter dan helemaal geen.

Waarom lukt het toch zo slecht om iets aan te pakken dat van evident belang is voor iedereen? Dat is niet slechts een kwestie van onvoorstelbare rampen die te ver in de toekomst liggen, maar ook van harde economie. De olieprijs staat op een dieptepunt waardoor vele alternatieve energiebronnen (nog) niet rendabel zijn. Arme landen willen eerst ontwikkelen voordat ze hun industrie aan banden leggen, en eisen bovendien compensatie van rijke landen die eerder konden groeien zonder zorgen over het klimaat. Westerse regeringen durven radicale maatregelen niet aan vanwege de kosten en dus lastenverzwaring voor de samenleving. En zo suddert het klimaatdossier al jaren.

Er zijn lichtpuntjes. Volgens de FT is de prijs van zonnecellen sinds 2000 met 75% gedaald. Afschaffen van subsidie op fossiele brandstoffen zou verbruik verminderen en geld vrijmaken voor klimaatdoelen. Misschien is het beste nieuws dat de economie steeds beter met hulpbronnen omgaat: vorig jaar bleef ondanks de economische groei het emissieniveau gelijk. Daarvan zouden gapers en pessimisten allebei blij moeten worden. En dat is precies de sleutel voor de toekomst. Uiteindelijk zal, in plaats van doemdenken over mogelijke rampen, scenario’s voor +2 of +3 graden of zelfs het tot in de late uurtjes onderhandelen over de definitieve verdragstekst, dit de doorslag geven: bevorderen dat hergebruik, efficiëntie en hernieuwbare hulpbronnen de spil vormen van economische groei. Daar zullen we op korte termijn al iets van merken. Meubels en kleding van gerecyclede stoffen, hergebruik van auto-onderdelen, een voedselketen bijna zonder verliezen, zelfs niet uit het riool. Als wetgeving, fiscale maatregelen en wetenschap zich hierop te richten, hoeft niemand gekke Henkie te zijn en wordt duurzaam klimaatbestendig leven de onvermijdbare, vanzelfsprekende oplossing.