Geruisloze generaal leidt nu de belastingen

Wat voor man is de nieuwe baas van de Belastingdienst? „Hij kan rustig blijven als Mandela.”

Generaal Hans Leijtens had al twee keer nee gezegd op het verzoek om directeur van de Belastingdienst te worden toen staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) het nog één keer probeerde. Hij kende Leijtens bezwaar: een prachtige baan, maar veel te vroeg. Leijtens was pas drie jaar commandant van de Koninklijke Marechaussee, waar hij de werkwijze totaal op zijn kop had gezet. Hij kon het niet maken nu te vertrekken.

Op die 12de juli van dit jaar, een zondag, nam hij de telefoon niet eens op toen de staatssecretaris belde. Leijtens stond in het Rotterdamse Ahoy los te gaan bij een „geweldig concert” van gitarist Bill Frisell. Leijtens vindt carrière belangrijk, maar tijdens het North Sea Jazz-festival is hij „drie dagen onbereikbaar”, zegt hij zelf. Hij belde Wiebes dus pas na het weekend terug. In een gesprek dat daarop volgde, liet hij zich overtuigen de overstap te maken.

Minze Beuving, één van Leijtens’ voorgangers bij de marechaussee: „Toen ik Hans daarna sprak, vroeg ik hem: waarom ga je dat nou doen? Toen bekende hij: er is druk op mij uitgeoefend.”

Staatssecretaris Wiebes zegt dat hij „zwaar geschut” heeft moeten inzetten om Leijtens te bewegen tot zijn overstap. „Ik heb hem een plaats in de geschiedenisboeken in het vooruitzicht gesteld.”

Deze week begon Leijtens als directeur-generaal van de Belastingdienst. Daar wacht hem een zware klus: een grondige reorganisatie en modernisering. Morgen trekt hij voor het laatst zijn blauwe uniform aan, wanneer hij op het Binnenhof het commando van de marechaussee overdraagt aan Harry van den Brink.

Wat maakt de bij het grote publiek vrijwel onbekende driesterrengeneraal Hans Leijtens (52) zo gewild?

Vooraf had ik deze baan niet voor hem bedacht, zegt bestuursadviseur Tom Rodrigues. „Maar ik snap heel goed dat ze bij hem zijn uitgekomen. Hans is gewend een grote uitvoeringsorganisatie [de marechaussee telt 6.500 medewerkers] te leiden die een directe dienst levert aan de burger of de samenleving. Dat is totaal iets anders dan een topambtenaar van een beleidsorganisatie waar vooral rapporten worden geschreven. Als bij de Belastingdienst iets misgaat, is het hele land in rep en roer. Hans kan dat aan.”

Diens nieuwe, politieke baas beaamt dat. Wiebes zocht ook iemand die „strak kan leiding geven en gewend is om mensen af te rekenen op resultaten”.

Rodrigues is sinds 2012 voorzitter van de Raad van Nesteliers, de adviesraad van de marechaussee die zijn naam dankt aan de nestels, de koorden die militairen van de marechaussee bij hun nette uniform over de schouder dragen. In de raad, die een paar keer per jaar bijeenkomt, heeft hij Leijtens leren kennen als „een ontwapenende man die met jongensachtige bravoure veel voor elkaar krijgt”.

Niks met militairen

Dat is iets waar het Hans Leijtens vroeger aan ontbrak. Toen hij in 1981 ging studeren aan de KMA, de militaire academie in Breda, had hij „eigenlijk niks met militairen”. Leijtens was opgegroeid in Tilburg, waar zijn vader allerlei baantjes had, van taxichauffeur tot hulp in een bouwbedrijf, en zijn moeder in de weekenden een campingwinkel aan de Drunense Duinen runde. Daar bracht het gezin vrijwel alle vakanties door.

Leijtens ging naar de KMA omdat hij anders toch in dienst moest. Daar leerde hij zijn beste vriend Joland Dubbeldam kennen. „Hans was een heel rustige jongen die niet opviel in die hectische, bravoureachtige omgeving”, zegt Dubbeldam. Hij was serieus met zijn studie bezig, maar niet zo met sporten en de bloemetjes buiten zetten. We hadden wel allebei een motor, en als we het eten op de KMA niet lekker vonden, reden we naar Tilburg om bij zijn moeder te eten.”

Leijtens wil over zichzelf niet zeggen dat hij „een grijze muis was”, maar hij kan zich voorstellen dat hij daar „niet veel indruk” heeft gemaakt”. Hij werd opgeleid voor de luchtdoelartillerie binnen de landmacht, maar stapte snel na zijn studie over naar de marechaussee. Hij was net begonnen op Schiphol, toen in 1992 de Bijlmerramp plaatsvond. Na een paar jaar begon hij zich te vervelen en zich af te vragen of hij de rest van zijn leven wel in uniform wilde doorbrengen.

Leijtens besloot een overstap naar het bedrijfsleven te wagen. Hij kwam terecht bij het van oorsprong Zweedse wervings- en selectiebureau Mercuri Urval in Eindhoven. „Ik had misschien een wat romantisch beeld van het bedrijfsleven”, zegt hij daar nu zelf over. Het werd een lesje in nederigheid. Leijtens was gewend de baas te zijn over tientallen militairen en nu moest hij telefonisch klanten werven. Op een whiteboard werd bijgehouden hoeveel telefoontjes de consultants hadden gepleegd en het aantal nieuwe klanten dat dit had opgeleverd. Leijtens bracht geen enkel netwerk mee en moest dus willekeurig bedrijven benaderen. „Ik zei vaak tegen mijn vrouw: misschien moet ik de oude baas weer bellen”, die had beloofd dat hij altijd naar de marechaussee terug kon keren. „Maar ik deed het niet, daar was ik toch te trots voor.”

Toch stapte hij na twee jaar over naar een ander bedrijf. Daar kon hij zich, als consultant, meer met managementadvies bezighouden. Hij verdiende er meer dan bij defensie, „maar ik was niet geïnteresseerd in de nieuwste laptop en leaseauto.”

Om nog iets van intellectuele uitdaging in zijn leven te hebben, begon hij met een studie bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. „Hij zal ongetwijfeld hebben gedacht dat een academische opleiding goed zou zijn voor z’n verdere loopbaan”, zegt docent Wim van Noort met wie hij goed bevriend raakte. „Maar Hans had daarnaast absoluut ook intrinsieke wetenschappelijke belangstelling. Hij spande zich aanzienlijk harder in dan de doorsnee student. En dat terwijl hij er een drukke baan en een gezin bij had.”

Het was hem niet genoeg

Leijtens studeerde binnen vier jaar af. Voor zijn scriptie over het managementbegrip ‘resultaatgerichte sturing’ kreeg hij een 8. Het was hem niet genoeg.

Van Noort: „In het voorwoord had hij zijn vrouw en dochters beloofd voortaan wat vaker thuis te zijn. Maar binnen een week belde hij me op om in te gaan op mijn uitnodiging om te promoveren.”

Ook dat deed Leijtens in rap tempo: in juni 2008 verdedigde hij zijn proefschrift over hetzelfde onderwerp. Wéér richtte hij zich in zijn inleiding tot zijn vrouw. „Ik ben mij ervan bewust dat het me heel wat jaren zal kosten om datgene wat zij voor mij gedaan heeft voor haar terug te doen.” Een belofte waar hij opnieuw niet in slaagde. Enkele jaren later scheidde hij.

Nog tijdens zijn promotieonderzoek, in 2003, keerde hij terug bij defensie, als docent op de KMA. Op de academie maakte hij kennis met Minze Beuving, die in 2004 was overgestapt van de politie naar de marechaussee om daar commandant te worden. Beuving: „Ik heb Hans toen naar Den Haag gehaald en op het bureau van de SG [secretaris-generaal, de hoogste ambtenaar op het ministerie] geplaatst. Het plezierige is dat Hans goed zicht heeft op de politieke en bestuurlijke verhoudingen. Hij had altijd in de gaten wanneer hij mij even moest waarschuwen: dit speelt of dat speelt. Zonder dat hij als verklikker te boek kwam te staan.”

Vanaf die tijd toont Leijtens’ loopbaan een voortdurende lijn omhoog, naar het commandantschap. Hij werd districtcommandant in Zuid-Nederland en ging in 2010 een half jaar naar Afghanistan. Allemaal ter voorbereiding op het op één na hoogste militaire ambt – commandant van een van de vier krijgsmachtonderdelen. Want de post van commandant der strijdkrachten, de enige viersterrengeneraal, is nog nooit door een marechaussee ingenomen. Over die positie had hij tegenover vrienden wel eens gedagdroomd, maar hij wist dat het niet realistisch was. „Ik denk dat ook binnen de NAVO niet begrepen zou worden dat iemand van de gendarmerie de hele krijgsmacht leidt”, zegt Leijtens er nu over.

Drastische stap

Zijn plafond binnen defensie bereikte hij dus toen hij nog maar 49 jaar oud was. Als commandant had hij te maken met bezuinigingen; weliswaar werd de marechaussee nog enigszins ontzien, maar er moest wel worden gereorganiseerd. Leijtens zette de drastische stap de militaire politie te veranderen van een decentrale organisatie in een centraal aangestuurde. Voorganger Beuving had zo zijn „vraagtekens” bij die verandering. Maar Leijtens kreeg het voor elkaar.

„Ik heb hem altijd bewonderd om de Mandela-achtige manier waarop hij rustig blijft”, zegt zijn vriend Joland Dubbeldam, die voor de landmacht tegenwoordig in Duitsland gestationeerd is. „Hij weet op een of andere manier altijd zijn doelstellingen te halen, zonder dat iemand het doorheeft. Hij doet het geruisloos.”

Waar het Leijtens aan ontbreekt, is zitvlees. „Hans wil elke drie jaar een stapje maken”, zegt docent en vriend Van Noort.

Het verbaast dan ook niet dat Leijtens alweer een tijdje om zich heen aan het kijken was en anderhalf jaar geleden zijn cv naar bij de Algemene Bestuursdienst stuurde, de recruiter van topambtenaren. „Voorgangers van Hans waren pas in het staartje van hun carrière commandant geworden. Hij is zo jong dat hij daarna nog wel iets wilde en ook moest”, zegt bestuursadviseur Tom Rodrigues. „Daar moet je dan ook actief je best voor doen.”

Maar de organisatorische verandering van de marechaussee die Leijtens heeft ingezet, is nog niet voltooid. „Als je het als baas goed doet, ga je altijd te vroeg weg. Dat is ook een compliment”, zegt Rodrigues.

Minze Beuving ziet de overstap ook als een compliment voor defensie. „De huidige militair kan zoveel meer dan de vijand zoeken en schieten. Ze zijn opgevoed en getraind om in lastige situaties keuzes te maken, problemen op te lossen en bij hun keuze te blijven. Dat gaat hem bij de Belastingdienst goed van pas komen.”