Geen moment alleen

Nicolaas Veul en Tim den Besten filmden zichzelf 24 uur per dag om alles meteen online te zetten. Ze raakten behoorlijk van het padje van dit experiment.

Het experiment is net een dag voorbij, de camera’s zijn eindelijk uit en toch schrikt Nicolaas steeds weer in paniek wakker. Waar is de camera? Is dit een goed shot? Is er over me getwitterd?

Voordat hij zijn leven vierentwintig uur per dag deelde, was er een schild van zelfvertrouwen dat hem beschermde tegen wat de buitenwereld van hem vond. Zodat het niet altijd erg was als iemand een mening over hem had. Dat schild lijkt de afgelopen dagen verwoest.

Nicolaas Veul, 31 jaar oud, is documentairemaker. Met zijn goede vriend en collega Tim den Besten (28) filmde hij aan het einde van de zomer vijftien dagen vierentwintig uur per dag alles wat hij deed om het live op internet uit te zenden. Als Tim en Nicolaas op bezoek waren bij vrienden, sliepen, naar de wc gingen,of masturbeerden. Ook hun hartslag, locatie en gemoedstoestand waren voor iedereen te volgen.

De televisiemakers wilden onderzoeken wie je nog bent als je geen privacy meer hebt. Een sociaal experiment, waarmee ze de privacydiscussie „een emotionele lading” willen geven. Van de livestreambeelden is de vierdelige documentaire Super Stream Me gemaakt. De eerste aflevering daarvan wordt vanavond uitgezonden op NPO 3. Volgens de VPRO is er 400.000 keer op de livestream geklikt.

Ze stopten eerder met livestreamen dan ze van plan waren. Drie weken hadden ze door willen gaan, maar drie dagen voor het einde besloten ze samen dat het zo niet meer verder kon. Het gebrek aan privacy was te ingrijpend. Een dag eerder was Tim al uit beeld verdwenen, op de vlucht voor de camera’s en voor kijkers die zich met alles wat hij deed bemoeide. Kijkers hadden zijn nummer, ze bleven maar bellen. En als hij uit een pak melk dronk, dan zeiden ze dat melk slecht voor hem was. Dat hij niet uit het pak moest drinken. En dat het geen biologische melk was.

Niet dat de twee televisiemakers niets gewend waren, ze speelden al vaker een rol in de programma’s die ze maakten. In de documentaire Gay-K (2012) liepen ze mee met de eerste Gaypride in Oekraïne en werden ze opgejaagd door homohaters. In Een man weet niet wat hij mist (2013) onderzoekt Tim voor de camera hoe het voor een homoseksuele jongen is om seks te hebben met een meisje. Een jaar later wonen ze een maand in een bejaardenhuis voor de veelgeprezen documentaireserie Oudtopia (2014). Super Stream Me is het eerste experiment dat Tim en Nicolaas niet helemaal afmaakten.

Het idee voor Super Stream Me komt uit The Circle, de roman van Dave Eggers over een jonge vrouw die bij het machtige technologiebedrijf The Circle werkt – een soort combinatie van Google, Facebook, Twitter en recensiesites. Ze komt terecht een wereld waar geheimen leugens zijn en privacy als diefstal wordt gezien, en besluit een camera bij zich te gaan dragen zodat de rest van de wereld mee kan kijken in haar leven. „Een wereld waarin we onze eigen big brother zijn”, zegt Nicolaas. Daar waren ze benieuwd naar.

Dag 1. Met selfiestick naar de wc

Op 27 augustus om elf uur ’s ochtends gaan de streams aan. Het eerste uur kijken duizenden mensen. En dan moet Tim poepen – vlak voor de perspresentatie van het project. Zuchtend vertrekt hij naar het toilet van het VPRO-gebouw, met de selfiestick met camera op zijn rug. Omdat hij zich schaamt voor de geluiden, besluit hij te zingen.

LOELOELOEAAHAHAHHHH

Nicolaas en andere aanwezigen kijken op een afstandje via de livestream giechelend mee. Als Tim terug van het toilet de gang oploopt, staat het filmpje op YouTube. Over het poepmoment wil iedereen in het gebouw die dag alles weten.

Tim: „Als ik gewoon normaal had gepoept was er niks gebeurd.”

Nicolaas: „Ik had wel van je verwacht dat je er een feest van zou maken. De eerste keer poepen.”

Vanaf dat moment probeert Tim te doen of niemand kijkt. Super Stream Me gaat over het gewone leven, vindt hij, hij wil niet anders doen dan normaal. Hij gaat naar vrienden, hangt urenlang een beetje rond, lijkt niet aan de camera te denken, ook niet als hij onder de douche stapt. Al snel staat hij naakt op internet. Kijkers twitteren: is dit een feestneus of een roltoeter? „OMG, Tim”, zegt Nicolaas, die op zijn telefoon meekijkt op de fiets. „Wat heftig.”

Op Nicolaas heeft de camera een heel ander effect. Hij is zich constant bewust van zijn kijkers. Hij praat tegen ze, probeert ze te vermaken, alsof hij een vlogger is. Zijn hartslag is zo hoog als die van een hardloper, zijn pupillen groot. Nicolaas: „Als ik het nu bedenk is The Circle wel echt een idioot boek. Het gebrek aan privacy heeft daar geen enkel fysiek effect.”

Nicolaas’ leven gaat niet verder zoals het was. Zijn vrienden zien een ander persoon. Zijn vriendje, die je maar zelden in beeld ziet, durft hij bijna niet aan te raken. Als hij nu de beelden terugziet waarop ze met elkaar zoenen, krijgt hij buikpijn. Tim: „Je kijkt alsof je door een hond in je gezicht wordt gelikt.”

Dag 3. Ruzie als live event

Tim heeft soms een beetje moeite met Nicolaas, vertelt hij tegen de psycholoog, die voor het programma is ingeschakeld. De Nicolaas met een camera is niet de Nicolaas die hij kent. „Wie is dit? Het is ook heel moeilijk om met hem te praten.” Nicolaas luistert thuis live mee met wat er over hem wordt gezegd. Met zijn armen over elkaar staat hij voor zijn scherm.

Als Tim thuiskomt maken ze ruzie en meer dan zevenhonderd kijkers kijken mee.

Zonder camera ben je op heel veel momenten een ander deel van jezelf, zegt Nicolaas nu, een week voordat het programma wordt uitgezonden op tv. „Bij je vriendje ben je intiem, bij je vrienden klaag je over je vriendje. Als je in de spotlights staat, is die ruimte er niet meer.” Hij werd een afgevlakte versie van zichzelf en gedroeg zich zoals hij dacht dat van hem werd verwacht om zichzelf te beschermen tegen het oordeel van de kijker.

Over hoe Nicolaas deed, zijn ze het nog steeds niet eens. Tim herkent zich niet in wat Nicolaas zegt. „Dan had je ook binnen kunnen gaan zitten en een boek kunnen gaan lezen”, zegt hij tegen Nicolaas. Daarna: „Het is een beetje onzin om te zeggen dat hoe jij deed een manier was om jezelf te beschermen.”

Nicolaas: „Dat is een heel groot onderdeel daarvan.”

Tim: „Daarom ging je de straat op. En ging je mensen interviewen?”

Nicolaas: „Dan zag je ook grote momenten van grote stress.”

Tim: „Je was van het padje. Dat was toch niet om jezelf te beschermen?”

Dag 10. Poepjongen

Tim had van tevoren niet bedacht wat hij wel of niet zou doen met de camera erbij. Dat zou vanzelf moeten blijken. Nu komen de twijfels. „Wanneer komt het moment dat mensen echt denken dat je een mongool bent?”, vraagt hij zich hardop af. Het is avond, met zijn armen over elkaar zit hij op zijn stoel. Tim wil masturberen, zegt hij, maar ja, de kijkers. „Ik heb gepoept met de camera op mijn gezicht, ik kom daar nooit meer overheen man. Ik ben die poepjongen.” Het is niet dat na dit project iedereen zijn geheugen verliest, zegt Tim. Nee, antwoord Nicolaas. „Dat geldt toch voor alles op internet?”

Het ergste van het verlies aan privacy is niet dat je op de wc of met je piemel op internet staat. „Dat glijdt wel weer van je af”, zegt Nicolaas. Ruzie, therapie waarbij je moet zeggen wat je voelt, dat bleek voor Tim en Nicolaas veel ingrijpender. „Dat mijn hart zo snel ging, en dat iedereen zag hoe gestresst ik was, zorgde er wel voor dat ik me kwetsbaar voelde. Ik voelde me zo bekeken. Onveilig, onvrij.”

Nicolaas’ emoties schommelen, Tim stort de laatste dagen in, en komt er niet meer bovenop. Zijn volgers blijven zich voortdurend met hem bemoeien. Hij is geen moment meer alleen.

Een van de laatste dagen liep Tim huilend rond op station Amersfoort, op zoek naar beschutting, die hij niet vinden kon omdat hij zijn camera bij zich droeg. Als televisiemaker moest hij de camera op zijn gezicht richten – dat zou immers het beste zijn voor het programma. Hij kon het niet meer. „Ik voelde me een hoertje van mezelf.”

Dag 11. Bel me!

Nicolaas en Tim zijn de realiteit kwijt. Met z’n tweeën zijn ze op festival Valtifest in Amsterdam, ze dansen op het podium in een pak van gekleurde ballen. Tim heeft drugs gebruikt, Nicolaas heeft gedronken. Daarna gaan ze blowen. Die nacht worden de streams live uitgezonden op NPO 3, maar daar lijken ze niet mee bezig te zijn. Tim leest ineens zomaar zijn telefoonnummer voor. Hij wordt de hele nacht gebeld door kijkers.

Vooral die nacht kwamen er veel haatberichten binnen. Over hippe homo’s die hun hippe leventje veel te belangrijk vonden. Dat begrijpen ze wel. Tim had waarschijnlijk ook zoiets getweet als iemand anders zoiets zou doen, zegt hij. Bij wijze van spreken dan.

Natuurlijk, de kijkers waren nodig voor het project. Maar zegt Tim vertwijfeld: „De mensen die vaak keken en reageerden waren vaak ook nog eens hele leuke, intelligente mensen?”

Hij lacht ongemakkelijk.

„Nou ja, het waren vaak wel, dat kan ik natuurlijk niet zeggen. Nou ja, maakt niet uit. Het waren gewoon rare mensen.”

Wie er keken, verzonnen ze er later zelf bij. Wie zou er nu aan het kijken zijn, en iets van je vinden? „Dat is die schending van je privacy”, zegt Nicolaas. „Het gevoel dat je baas meekijkt.”

Tim: „Ik vind het heel grappig dat jij nu zegt, zou mijn baas kijken? Alsof je bij een advocatenkantoor werkt. Terwijl je baas dit programma betaalt.”

Dag 15. Instorten

Tim ligt huilend in bed, zijn gezicht in een kussen gedrukt. Hij schopt de camera om die Nicolaas net weer bij hem heeft neergezet. Daarna rent hij naar buiten. Hij voelt zich nergens meer veilig. „Waar is je camera?”, roept een jongen naar hem. De volgende dag besluiten ze dat het genoeg is geweest. „Ik moet er echt niet aan denken om door te gaan”, zegt Tim, voordat hij huilend op de schoot van Nicolaas valt. Zijn telefoon durft hij niet meer aan te zetten.

15 dagen, 1 uur en 25 minuten waren ze live te zien. Vlak voordat het beeld op zwart gaat, maken ze een buiging. Als Tim daarna op de fiets stapt denkt hij; het zou best leuk zijn om dit te filmen. „En dat was de laatste keer dat ik zoiets dacht.”

De eerste aflevering van Super Stream Me is vanavond om 21.05 uur te zien op NPO 3.