Dylan, onvoorspelbare schurk

In zijn meer dan vijftigjarige concertpraktijk was het tot voor kort ondenkbaar dat Bob Dylan (74) twee avonden achter elkaar precies hetzelfde zou spelen. Totdat hij zich een jaar geleden ging toeleggen op het vertolken van Sinatra-standards uit de jaren vijftig. In de mooie akoestiek van het Eindhovense Muziekcentrum klonk het spel van zijn band afgepast en soepel, met Dylans stem als meest wispelturige factor.

Alles wijst erop dat Bob Dylan meer respect heeft voor het oude repertoire van Frank Sinatra dan voor zijn eigen catalogus. Sinatra’s What I’ll Do en I’m A Fool To Want You zong hij prachtig beheerst, maar veel trouwer aan de oorspronkelijke melodie dan zijn houterige Tangled Up in Blue. Als minzame concessie aan zijn sixtiesrepertoire zong hij She Belongs To Me met de toonloze rasp van een artiest die zijn verleden zou willen begraven.

Zijn hart ging duidelijk uit naar het Sinatramateriaal. Liefdevolle versies van Melancholy Mood en All Or Nothing At All bracht hij met zicht op een tweede album vol standards uit dezelfde koker.

Het was een vreemde gewaarwording om de grootste dichter van het rocktijdperk zijn teksten af te horen raffelen. Dylan die het berustende, uit 1949 stammende Autumn Leaves mooier zong dan alles van zijn eigen Tempest: het was weer net zo onvoorspelbaar als we het van de oude schurk gewend zijn.