Dektuig

Inge Steenhuis tekent en schrijft over haar geboortestreek Oost-Groningen.

Voor mijn twaalfde verjaardag kreeg ik twee ooitjes. Texelaars. Op voorwaarde dat ik er wel mee moest fokken. Half oktober moest de uitgekozen ram bij de ooien. Na lang zeuren kreeg ik ook een dektuig. Een ontzettend handige en leuke uitvinding.

Je doet de ram een simpel tuigje om, dat je kruiselings vastgespt om zijn schouders, met een stempelkussen onder zijn borst. Elke 10 dagen klik je een andere kleur stempelkussen in het houdertje. Afhankelijk van wanneer ze gedekt zijn, krijgen de ooien allemaal een verschillende kleur inkt op hun rug. Je kunt precies uitrekenen wanneer de lammeren komen; als je de stip ziet worden ze over 155 dagen geboren.

Voor twee ooitjes was een dektuig natuurlijk overdreven want die ram was in één middag klaar. ’s Morgens het dektuig om gedaan, na schooltijd hadden beide ooien al een dikke rode stip op hun rug. Maar als je hier op de Dollard Dijk honderden schapen hebt lopen is het handig als je weet welk schaap wanneer onder dak moet.

Die lammeren zijn een leuke bijverdienste: ze zijn te jong voor onkosten als scheren en hoeven kappen, en eenmaal inenten voor de lammerziekte ‘zere bekjes’ is genoeg. Je belt makkelijker een slager dan voor een koe of paard, want je kijkt een schaap toch minder diep in de ogen. En voor 95 euro per stuk kun je volgende zomer je dikke rammetjes verkopen.