De vraag is nu hoeveel een senator erbij kan doen

Lidmaatschap van de Eerste Kamer is een bijbaan. Maar elke fout die een senator elders maakt, straalt af op zijn politieke leven.

Loek Hermans kondigde maandag zijn vertrek aan als VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer. Foto ANP / Bart Maat

Sommige senatoren beginnen opzichtig te zuchten wanneer wéér naar hun nevenfuncties wordt gevraagd. Het vergrootglas ligt de laatste jaren op de Eerste Kamer en vooral op wat senatoren er allemaal naast doen. Een heleboel, zo valt af te lezen aan hun cv’s vol banen, toezichtstaken, commissariaten, stichtingsbesturen en vrijwilligerswerk. Lid zijn van de Eerste Kamer is immers een bijbaan. „Senator ben je één dag per week”, zegt Ria Oomen (CDA). „Je boterham moet je elders verdienen.”  

De discussie over bijbanen spitste zich eerder toe op mogelijke belangenverstrengeling. Maar met het vertrek van Loek Hermans als voorzitter van de VVD-fractie is die verlegd. Hermans stapte maandag op nadat hem door de rechter persoonlijk falen is aangerekend bij het faillissement van thuiszorgbedrijf Meavita, waar hij president-commissaris was. Nu is de vraag in de senaat vooral hoeveel (bij)banen, commissariaten en toezichtsfuncties een persoon maximaal aan zou kunnen. En wat het afbreukrisico kan zijn van functies naast een politiek ambt. Hermans verklaarde maandag bij zijn vertrek dat het vanwege „de aandacht op mij als persoon (...) niet langer mogelijk is om mijn taken als senator uit te oefenen.”

Geen risicomijdend gedrag

In de Eerste Kamer is er vooral respect voor zijn beslissing. „Ik zou hetzelfde gedaan hebben. Als je als toezichthouder hebt gefaald, kun je moeilijk je voorbeeldfunctie hier vervullen”, zegt Oomen, naast senator bestuurder van een pensioenfonds en een woningcorporatie.

Al zijn senatoren ook wat bevreesd dat fouten buiten de senaat hun in de Eerste Kamer de kop kunnen kosten. „Het is eigenlijk niet logisch dat je hier moet vertrekken wanneer je in opspraak raakt om iets wat weinig met je werk hier te maken heeft”, zegt Niek Jan van Kesteren (CDA), directeur van werkgeverslobby VNO. Een baan die hij overigens binnenkort beëindigt omdat die slecht te combineren is met de actieve politiek.  

Frank de Grave, de rest van de week voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten en corporatiebestuurder bij pensioenfonds PGGM, begrijpt de keuze van zijn inmiddels ex-fractievoorzitter. „Formeel hoefde hij niet weg, maar feit is dat je na zoiets niet meer kunt functioneren als fractievoorzitter van een grote partij. Dit oordeel hangt overal als een schaduw overheen. Bij alles wat je zegt, wordt in de media of in het debat deze kwestie erbij gehaald.” Maar De Grave hoopt niet dat senatoren daardoor „risicomijdend gedrag gaan vertonen”. Wie wil er straks nog toezicht houden op een woningcorporatie, zorgconglomeraat of een organisatie met problemen? 

Afweging per geval

Bij de PVV hebben de meeste Kamerleden vooral betrekkingen elders in de partij, maar senator Gidi Markuszower zit in de raad van bestuur van een internationaal belastingadvieskantoor en is onder andere bestuurder van de Nederlandse afdeling van de Israëlische Likud-partij. „Als fouten privé of zakelijk zijn, hoeven ze geen invloed te hebben op je functioneren hier. Maar al is senator zijn een deeltijdbaan, je bent het toch elke dag. Als je een fout maakt straalt het sowieso ook af op je politieke werk en je partij. Of je daarom moet opstappen, hangt natuurlijk af van de aard en de ernst daarvan. Bij toezicht op een publieke taak als de zorg is dat wel anders dan wanneer door een fout van mij mijn bedrijf verlies zou maken.”

Thom de Graaf (D66) ziet de problemen vooral bij toezicht houden, een moeilijke taak met veel verantwoordelijkheid en beperkte invloed die meer werk is dan de beloning die ertegenover staat. Zelf is hij voorzitter van de Vereniging Hogescholen en heeft een aantal adviesrollen. Is toezichthouder zijn dan niet te combineren met senator? „Als er duidelijke criteria waren van wat wel en niet kan, hadden we die wel opgeschreven en afgevinkt. Het is altijd een afweging per geval.”