De leerling en de coach

Igone de Jongh (36) coacht Floor Eimers (22) voor haar eerste grote rol als Myrtha in Giselle. Twee ballerina’s over één van de zwaarste rollen in het klassieke repertoire.

Ballerina en coach Igone de Jongh met ballerina Floor Eimers en rechts balletmeester Rachel Beaujean. Foto NOB

Beiden zijn lang, met armen en benen waar geen einde aan komt en beiden hebben de spreekwoordelijke zwanenhalzen. Voor haar eerste grote, klassieke rol wordt Floor Eimers (22), lid van het corps de ballet, gecoacht door Igone de Jongh (36), eerste soliste en het gezicht van Het Nationale Ballet. Voor De Jongh was de rol van Myrtha in Giselle óók haar eerste ervaring in een dragende rol. Daar houden de overeenkomsten niet op.

Beiden wisten ook al op hun vierde, bij de eerste kennismaking met ballet (De Jongh zag Sleeping Beauty, Eimers Het Zwanenmeer), dat dáár hun toekomst lag.

„Een onwijs cliché”, noemt Eimers dat ‘klassieke’ begin van haar balletcarrière. Die verloopt al sinds het begin van haar opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag in een stijgende lijn, op een blessure in haar eerste jaar bij Het Nationale Ballet na. Maar: „Die heeft me mentaal sterker gemaakt.”

Nu zet ze een eerste stap in de voetsporen van Nederlandse ballerina’s als Alexandra Radius en De Jongh. Floor Eimers uit Velp is een danseres van deze tijd, maar laat zich graag opnemen in de lange ‘bloedlijn’ van danseressen die sinds 1841 de rol van Myrtha hebben uitgevoerd.

Nuchter is ze, en een danseres die weet wat haar lichaam nodig heeft. Na de enorme blijdschap over haar naam op de castinglijst was het dus: „Oké, let’s go. Een geschikt cardioprogramma uitzoeken, een dieet met veel eten volgen en keihard aan de slag. Ja, ik eet veel: avocado’s, kippen, vis, pasta. Ik heb de energie hard nodig.”

Want Myrtha is een uitputtingsslag met veel solovariaties, en als dragend personage is Eimers in de tweede akte bijna de hele tijd op het toneel, ook na solo’s met grote sprongen. „Dan wil je het liefst met je benen omhoog in de coulissen gaan liggen, terwijl de choreografie voorschrijft dat je lang in één houding blijft staan. Zonder te hijgen. Dat is superzwaar. Maar na afloop is het of je op de Mount Everest staat. Dan voel je je de krachtigste vrouw van het hele theater.”

Floor is verder dan ik destijds was

„Het is een van de zwaarste rollen voor een vrouw”, beaamt De Jongh, en voegt er grootmoedig aan toe dat haar pupil waarschijnlijk beter voor de rol is toegerust dan zijzelf, achttien jaar geleden. „Floor is verder dan ik destijds en heeft van nature de kracht, het atletische vermogen om goed te kunnen springen.”

Toch, zegt zij, moet dat ‘stoere en sportieve’ – die uitstraling die veel hedendaagse (neo-klassieke) danseressen eigen is – er nu worden uitgehaald, zeker als Eimers meer hoofdrollen in het ijzeren repertoire van Zwanenmeren en Schone Slaapsters wil dansen. De afgelopen maanden heeft De Jongh hard met de danseres gewerkt aan de klassieke details, net als háár coach van weleer, Sonja Marchiolli, met haar deed.

Zo wordt de traditie doorgegeven in het ballet: van generatie op generatie, één op één in de studio, met engelengeduld bewegingen doornemend, tot het laatste pinkvingerkootje. Dat betekent niet dat een ballet als Giselle anno 2015 hetzelfde wordt gedanst als in 1841, het jaar van de Parijse oeruitvoering. De choreografie is in de loop der jaren vele malen veranderd en dansers hebben zich, zeker de laatste kwart eeuw, flink ontwikkeld.

Ter voorbereiding op haar rol bekeek Eimers op YouTube (zoekterm: Myrtha variation) tientallen filmpjes van ballerina’s die haar voorgingen. Die mogelijkheid alleen al maakt het instuderen van een historische rol anders dan vroeger. De Jongh hád geen 3.240 opnames van collega’s om zich te oriënteren.

Opmerkelijk genoeg boden de oudste filmpjes, uit de jaren zestig, weinig aanknopingspunten voor Eimers’ interpretatie. „Ik wil niet oneerbiedig zijn, maar dacht soms ‘wat zijn jullie nou aan het doen?’ De idealen zijn veranderd. Vroeger lag de nadruk meer op het artistieke omdat het fysieke aspect minder ontwikkeld was. Nu is het denk ik fiftyfifty.”

Toch ligt in deze versie uit 2009 van Rachel Beaujean en co-choreograaf Ricardo Bustamante meer nadruk op de historische, wat statische mime dan bijvoorbeeld in oudere, Russische versies. „Wij vinden dat belangrijk”, aldus een overtuigde Eimers. „Anders staat het zo raar, als je elegant met die bloemen staat te zwaaien bijvoorbeeld. Rachel en Igone hebben mij doordrongen van de betekenis: het zijn mijn wapens. Ik moet steeds uitstralen: ík ben hier de baas. Dit is míjn bos.”

Igone is onvervangbaar

Natuurlijk heeft ze ook veel filmpjes van Het Nationale Ballet gezien. „Het klinkt slijmerig, maar ik vond Igone oprecht het mooist. Misschien omdat wij qua lijf, die lange armen en benen, op elkaar lijken. Maar het is ook haar interpretatie. Háár heb ik het meest bekeken.”

Lachend: „Kijk maar in mijn browsegeschiedenis.”

Maar ‘De nieuwe Igone de Jongh’ wil Eimers niet worden, evenmin als ‘de nieuwe Alexandra Radius’. „Zij zijn onvervangbaar. Maar ik wil wél in dat rijtje komen en daar zal ik keihard voor werken. Aan mij zal het niet liggen.”

De Jongh had voorbeelden in haar directe omgeving, in een gezelschap met veel sterke eerste en tweede solisten. Dat heeft haar geholpen, zegt zij, ook al werd hier en daar met een scheef oog gekeken naar de kansen die zij als groentje kreeg. „Zeker omdat ze Nederlandse is”, spraken boze tongen.

„Voor Floor speelt dat helemaal niet. Het hele gezelschap is nu anders”, aldus De Jongh. Veel harmonieuzer dan onder de vorige artistiek leider. Zelf voelt zij zich in haar hoedanigheid als danseres én coach volledig gerespecteerd door zowel dansers als balletmeesters. Ze vreest het einde van haar dansersloopbaan, over een paar jaar, niet. Ze is er klaar voor.