Beoordeel Eerste Kamerleden primair op hun politieke daden

Het is begrijpelijk dat VVD’er Loek Hermans in het vonnis van de Ondernemingskamer over zijn rol bij Meavita aanleiding heeft gezien om maandag af te treden als lid van de Eerste Kamer. Hermans vervulde als fractieleider van de VVD een prominente rol in de senaat. Hij bewijst zijn partij een dienst door uit de schijnwerpers te treden. Want zijn publieke optredens zouden zeker de komende periode dikwijls in verband worden gebracht met het vernietigende vonnis dat de rechters uitspraken over zijn disfunctioneren als voorzitter van de raad van commissarissen bij het ter ziele gegane zorgconcern Meavita. Een faillissement dat slachtoffers maakte onder het personeel en allerminst de zorg voor ouderen en andere hulpbehoevenden, die aan Meavita was toevertrouwd, ten goede kwam.

Bij de beoordeling of politici plaats dienen te maken, is het wel zaak onderscheid te maken tussen bewindslieden en parlementariërs. Ministers en staatssecretarissen zijn verantwoordelijkheid voor het beleid en als de meerderheid in de Tweede Kamer in hen geen vertrouwen meer heeft, of als ze zelf zich niet kunnen verenigen met het kabinetsbeleid, dienen ze op te stappen. Parlementariërs, direct of indirect gekozen volksvertegenwoordigers, hebben niet de primaire taak elkaar te controleren, maar de regering.

Op de tweede plaats is het van belang of de in opspraak geraakte politicus strafbare handelingen verrichtte of niet. Ook dan blijft het wel een kwestie van smaak en gevoel, want niet voor niets moet iemand het wel heel bont maken, ernstige ondermijnende activiteiten jegens de staat ondernemen bijvoorbeeld, wil hij uit het actief en passief kiesrecht worden gezet. Dan is het toch opmerkelijk dat enerzijds in de Tweede Kamer het lid Johan Houwers de zetel die hij eerder opgaf opnieuw bezette terwijl er een justitieel onderzoek naar hem loopt. En dat anderzijds Hermans, die grote fouten maakte maar geen delicten pleegde, wel van het Binnenhof is verdwenen. Feit is dat de wet geen onberispelijk gedrag van Kamerleden eist. Reken er maar op dat geen van de haren op het hoofd van Wilders eraan denkt dat hij moet aftreden, mocht hij door de rechter worden veroordeeld wegens ‘minder, minder’. Logisch: hij is volksvertegenwoordiger als gevolg van de opvattingen die hij vertolkt.

Voor Eerste Kamerleden geldt bovendien dat zij per definitie elders een baan hebben of andere functies. Het lidmaatschap van de senaat is, met reden, een nevenfunctie. Zij worden geacht voeling met de maatschappij te hebben dankzij hun activiteiten buiten de politiek. Daarin kunnen zij fouten maken. Maar hun geschiktheid als zittend Eerste Kamerlid moet primair worden beoordeeld op basis van hun politieke en parlementaire activiteiten.