Wiebes geeft oppositie te weinig

In het belastingdebat in de Kamer kwam het kabinet de oppositie tegemoet, maar die vindt dat ontoereikend.

Het belastingdebat, gisteravond, in de Thorbeckezaal van het Tweede Kamergebouw.

„Ik zie dat we in de toezeggingsronde zijn beland”, sprak SP-Kamerlid Farshad Bashir hoopvol na een goed uur debatteren met staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) over de door het kabinet voorgenomen belastingwetgeving voor volgend jaar. „Kunt u dan ook nog eens kijken naar de grens tussen de derde en vierde schijf bij de inkomstenbelasting?”

Even daarvoor had Carola Schouten van de ChristenUnie al even enthousiast geconstateerd: „Doorvragen helpt!” SGP’er Elbert Dijksgraaf had zojuist een toezegging binnen van de staatssecretaris tot enige koopkrachtcompensatie voor gezinnen met één kostwinner, een diepe wens van de christelijke partijen. Hij formuleerde direct een nieuwe wens, die Wiebes beloofde „mee te zullen nemen” naar het kabinet.

Dit was de sfeer die de staatssecretaris Wiebes gisteren graag wilde creëren bij de tweede dag van het wetgevingsoverleg over het Belastingplan 2016, en wat hij achter de schermen al weken aan het doen is: beleefd de oppositie aanhoren en waar mogelijk genereus overkomen.

Hoewel het voorgenomen pakket van 5 miljard aan lastenverlichting aanlokkelijk klinkt, is dat niet zonder slag of stoot door het parlement te krijgen, sinds het kabinet Rutte II zijn meerderheid in de Eerste Kamer kwijt is. Wiebes verzuchtte in zijn inleiding: „Draagvlak vinden bij het verhogen van de belastingen is al lastig, maar dat valt in het niet bij de toeren die we moeten uithalen nu we de belastingen gaan verlágen.”

Kansen ruiken

De oppositiepartijen die het kabinet aan de overkant van het Binnenhof aan de benodigde 17 stemmen kunnen helpen, ruiken kansen om hun politieke eisen te verzilveren.

De oppositie zelf is ook versnipperd en heeft ruwweg twee verschillende wensen: CDA, SGP en ChristenUnie (en 50Plus) willen meer geld voor eenverdieners (en gepensioneerden); D66, GroenLinks en opnieuw de ChristenUnie willen meer fiscale vergroening. Wiebes wil behoedzaam opereren. Niet alleen om in de ogen van de regeringspartijen VVD en PvdA niet te veel weg te geven, maar ook om iedereen te vriend te houden. „Ik wil de ene partij tegemoet komen zonder de andere weg te jagen.”

Dat is alleen al lastig bij de wensen van de christelijke partijen, die botsen met het vurige verlangen van D66 dat alle fiscale maatregelen werkgelegenheid moet aanjagen. Het compenseren van eenverdieners zou immers veel minder banen opleveren.

Voor de VVD-staatssecretaris is het niettemin onvermijdelijk om de verschillende „dossiers” – het Belastingplan kent enige tientallen fiscale maatregelen – aan elkaar te koppelen. „Anders komen we er nooit uit.”

De oplossing waarmee Wiebes gisteren naar de Kamer kwam was creatief – maar ontoereikend. Hij verknoopte vergroening aan het compenseren van alleenverdieners. Door belasting op gas te verhogen zou hij 200 miljoen euro extra op kunnen halen, op een totaal van 150 miljard aan belastinginkomsten. Daarvan zou hij best 100 miljoen beschikbaar willen stellen aan verhoging van de kinderbijslag of kindgebonden budget, iets wat gezinnen met één werkende ouder goed uitkomt. En de overige 100 miljoen is voor bedrijven.

Het was de meeste concrete handreiking van de staatssecretaris van alle als „denkrichtingen” gepresenteerde mogelijke maatregelen de oppositie „tevredener” te stellen dan ze was. Maar het was niet genoeg.

Veel te weinig

Het was veel te weinig zelfs, zei Elbert Dijkgraaf van de SGP. „Zo komen we niet in de buurt van een oplossing.” Net als het CDA heeft hij een bedrag van 250 of 300 miljoen euro in zijn hoofd voor gezinnen met één kostwinner, niet 100 miljoen. GroenLinks, grootste pleitbezorger van extra vergroeningsmaatregelen, haalde eveneens de schouders op. „Het moet wel substantieel zijn”, zei Rik Grashoff. „Niet een fooi.”

Wiebes erkende wat de Kamerleden al tijdens een schorsing met elkaar bespraken: dit is een openingsbod van het kabinet. Volgende week, als het plenaire debat is geprogrammeerd, krijgt hij een herkansing.

De staatssecretaris heeft „goede hoop” dat ze er dan uit komen, zei hij na afloop. Maar hij vindt de 250 miljoen van de SGP wel veel. „De heer Dijkgraaf speelt met groot geld. Dat moet wel ergens dekking vinden.”

Dijkgraaf is na het debat dat twaalf uur duurde eveneens optimistisch. En hij is zich bewust van zijn stevige onderhandelingspositie. „Het gaat om de Eerste Kamer, hè. Wat wij vragen helemaal niet zo veel, per zetel.”