Column

Was Johan Cruijff nou echt wel de beste?

Afscheidswedstrijd Johan Cruijff. Ajax verloor van Bayern Munchen met 0-8. Foto ANP

Johan Cruijff is de beste Nederlandse voetballer uit de geschiedenis, concludeerde de rubriek Factcheck van deze krant vorige week. Het is een stelling die weinigen durven tegen te spreken. Johan Cruijff, wie een lang leven wordt toegewenst, kan mooie cijfers overleggen. Tienmaal landskampioen en vele internationale titels met de clubs waarvoor hij uitkwam.

Sportverslaggever Steven Verseput was bij zijn feitencontrole niet op eigen, subjectieve waarneming afgegaan. Dat was verstandig, want toen hij geboren werd, was Cruijff drie weken eerder als voetballer gestopt.

Braziliaan Pelé de beste ter wereld

Belangrijke bron waren de ranglijsten die de International Federation of Football History and Statistics in 1999 samenstelde. Daarop werden de beste spelers van de twintigste eeuw aangewezen, op basis van punten die de leden toekenden. De Braziliaan Pelé werd zo de beste ter wereld, Cruijff mondiaal tweede en Europees eerste, voor de Duitser Franz Beckenbauer en de Argentijnse Spanjaard Alfredo di Stéfano. Marco van Basten (10), Ruud Gullit (21), Dennis Bergkamp (64), Ruud Krol (79) en Ronald Koeman (84) zijn de andere Nederlanders in de Europese top-100.

Wat meteen opvalt op de ranglijsten is de royale oververtegenwoordiging van voetballers die in de tweede helft van de twintigste eeuw actief waren, waarbij ook spelers uit de jaren vijftig er betrekkelijk bekaaid van afkwamen.

Weten ze in 2099 nog wie Messi was?

De heren historici moesten het ook maar met hun eigen partijdige geheugen doen en konden al helemaal niet oordelen over voetballers die ze nooit hadden kunnen zien spelen. Het is alvast te hopen dat de historici van 2099 zullen weten wie Messi was. De statistici hebben op basis van successen punten toegekend. Met als handicap dat de Europa Cup, de voorloper van de Champions League, pas in 1956 voor het eerst kon worden gewonnen. En resultaten in een teamsport zijn natuurlijk moeilijk aan één van de elf (of veertien) toe te schrijven, hoezeer ook sommige spelers, als Cruijff toen en Messi nu, bepalend kunnen zijn. Toeval speelt een grote rol. Spanjaarden, Catalanen vooral, koesteren andere herinneringen aan Cruijff, maar voor Nederland geldt vooral zijn optreden met het nationale elftal op het WK van 1974 als onvergetelijk. Maar vergeet dan ook niet dat in 1973 in de matige en beslissende kwalificatiewedstrijd, met Cruijff en tegen België, de scheidsrechter kort voor tijd, bij 0-0, een doelpunt van de Belgen ten onrechte afkeurde. Was dat niet gebeurd, dan had Nederland zich niet eens voor dat WK geplaatst.

Internationale successen, in teamverband behaald, zijn bepalend geweest voor de ranglijsten. Maar is het logisch dat tot de Europese top-100 spelers als Krol en Koeman wel zijn doorgedrongen, en Faas Wilkes (2 punten) en Coen Moulijn (0) niet? Om maar te zwijgen over Beb Bakhuys – van hem hadden ze vermoedelijk niet eens gehoord. Hij voetbalde in de jaren twintig, dertig en veertig en scoorde in 28 interlands 23 keer. En dan had je nog Bok de Korver, die tweemaal met Nederland brons haalde op de Olympische Spelen, in 1908 en 1912. Ga dat maar eens vergelijken. En, oh ja, de nukkige Abe Lenstra. Die had je ook.

Cruijff de beste? Het is niet te checken.

Een bewijs dat de historici en de statistici maar wat aanklooiden zijn de aparte ranglijsten die ze voor keepers maakten. Op basis daarvan zou Hans van Breukelen de beste Nederlandse doelman van de twintigste eeuw zijn, gevolgd door Edwin van der Sar en Eddy Pieters Graafland. Wie dat beweert, heeft nog nooit een doellijn van dichtbij gezien. De beste was natuurlijk, zo wordt hier in alle subjectiviteit vastgesteld, Jan van Beveren, die zich helaas door Cruijff en consorten bij het Nederlands elftal liet wegpesten. En anders Just Göbel wel, die ballen stompte in de periode 1910-1922. En Frans de Munck was echt beter dan Pieters Graafland. Ga dat maar eens checken.