Was dit het dan?

Voor Nederlands topscorer aller tijden dreigt een roemloos einde van zijn interlandcarrière, nu hij voorlopig niet wordt opgeroepen. De vijf gezichten van een superster met rauwe randjes.

Bondscoach Danny Blind maakte gisteren bij de persconferentie de voorselectie bekend van het Nederlands elftal voor de komende oefenduels met Wales en Duitsland. Robin van Persie (32) zit niet meer bij de selectie.

Niet fitte routinier

Zelden was een analyse van een bondscoach zo vernietigend over een speler. „Ik vind hem niet goed spelen”, zei Danny Blind Hij schudde even zijn hoofd. „Ik vind hem niet scherp en niet fris.” Dodelijke teksten van een bondscoach die teleurgesteld is in een speler.

Fitheid, daar draait het om in het betoog van de bondscoach. Hij ziet hem wekelijks spelen bij de Turkse topclub Fenerbahçe. „Hij is daar na de zomer nooit in zijn ritme gekomen. Hij speelt geen volledige wedstrijden. We zijn vier maanden verder dit seizoen en hij heeft één hele wedstrijd gespeeld voor Fenerbahçe.”

Blind besprak het onlangs met Van Persie, dat hij meer moet trainen. „Harder.” En: „Het is toch te gek dat je één volledige wedstrijd speelt. Ik blijf het herhalen. Eén.” Blind houdt nog een slag om de arm: dit hoeft niet zijn definitieve einde te betekenen bij Oranje. „Ik hoop van ganser harte dat hij in maart wel fit is. Dan zal ik hem waarschijnlijk selecteren, want hij is in potentie de beste spits.”

Hij die teleurstelde

Een voortijdig afscheid dreigt bij Oranje. Van een grootse speler, Nederlands topscorer aller tijden met 50 doelpunten. Maar ook een speler die in de eindfase van de WK’s van 2010 en 2014, toen de wereldtitel lonkte, niet boven zichzelf kon uitstijgen. Een smet op zijn rijke loopbaan. Als een cabaretier die teleurstelt op zijn oudejaarsconference. „Van Persie heeft de verwachtingen niet waargemaakt”, zei oud-spits Patrick Kluivert over het optreden van Van Persie op het WK van 2010.

Het straatjochie

Dat Robin van Persie trots was na zijn eerste duel in de nationale ploeg, was geen verrassing. Dat die trots niet zozeer hem betrof, wel. Na zijn invalbeurt tegen Roemenië in juni 2005 sprak de destijds 22-jarige spits vol lof over twee andere debutanten, de oerdegelijke spelers Theo Lucius en Barry Opdam. „Als ik zie hoe jongens als Opdam en Lucius debuteren, daar sta ik van te genieten”, zei Van Persie in De Telegraaf. „Ik ben trots op die jongens.”

Ergens was het misschien wel typisch voor Van Persie. Toenmalig bondscoach Marco van Basten had het kunnen zeggen over Lucius en Opdam, maar het was de jonge bravourespeler van Arsenal, de vroegwijze pingelaar die in zijn jeugd altijd de beste was in de straten van Kralingen.

Tot dan toe gold hij ook als een moeilijke jongen. Een rebel die zich eens versliep door de wintertijd en het diezelfde middag waagde om zonder toestemming een vrije trap op te eisen die specialist Pierre van Hooijdonk zou nemen; die was woest. Maar ten tijde van zijn Oranjedebuut was Van Persie toch vooral nederig. Hij genoot van het grappen maken in de ploeg, trok zich moe terug in zijn hotelkamer omdat hij Nigel de Jong zo druk vond en leerde kaarten. Eenendertigen.

Tegen Roemenië miste hij een kans waar hij slecht van sliep. Tegen Finland, drie nachten later, maakte hij zijn eerste interlanddoelpunt en leverde hij twee assists. Eindelijk had hij zijn klasse kunnen tonen nadat hij er bijna een jaar over had gedaan om een plek in Oranje af te dwingen. Bondscoach Van Basten had zijn naam wel eens genoteerd in een voorselectie, maar raakte nooit helemaal overtuigd. Van Persie was te grillig.

De dwarse vedette

Kort voor de warming-up voor de halve finale van het WK 2014 tegen Argentinië. Geduldig staat de Nederlandse selectie in de spelerstunnel te wachten op Arjen Robben, voor ze gezamenlijk het veld opkomen. Eén speler verbreekt de ongeschreven regel. Robin van Persie sjokt alvast weg, de aanvoerder die blijkbaar niet langer wenst te wachten op de viceaanvoerder die hem gaandeweg het toernooi overvleugelde. Het zijn de rauwe randjes in zijn gedrag, de verongelijkte Oranjevedette die zich soms verheven lijkt te voelen boven teamgenoten.

Er zijn meer van zulke incidentjes. Een jaar geleden, EK-kwalificatiewedstrijd tegen Kazachstan. Van Persie stoomt op bij een aanval over links en schiet voorlangs, daarmee de vrijstaande Klaas-Jan Huntelaar negerend. Die gebaart, met enig recht: had op mij afgespeeld. Dat wekt irritatie op bij Van Persie, die een handgebaar maakt: niet te veel praatjes jij.

Bij het bedroevende EK in 2012 – uitschakeling in de eerste ronde na drie nederlagen – maakt Van Persie zich impopulair bij journalisten en teamgenoten met zijn privileges. Bondscoach Bert van Marwijk stemt ermee in dat hij niet met de pers hoeft te praten, als enige speler in de selectie. De uitzonderingspositie zorgt voor scheve gezichten in het team, dat als los zand uiteenvalt.

En er is het relletje bij het WK in 2010. Van Persie – die een ongelukkig toernooi speelt – wordt in de achtste finale tegen Slowakije gewisseld en zou tegen Van Marwijk hebben gezegd: „Je moet Sneijder wisselen”, zo analyseerde liplezers, ingehuurd door de NOS. Van Persie ontkende.

De stilist

Het was een wereldgoal op een wereldpodium. De vrije trap waarmee Robin van Persie de 1-0 voor zijn rekening nam in de wedstrijd tegen Ivoorkust op het WK van 2006. Met gevoel voor de kunst van het spel. Maar ook verwoestend hard. Stijf in de linkerbovenhoek bij de Afrikanen.

Hier had een stilist zich geprofileerd. Iemand die nu ook twijfelaars voor zich had gewonnen met zijn fijne trap. Maar wie hem zo’n vijf jaar eerder zag schitteren op RTL5 in de Shell jeugdcompetitie, wist allang dat de Rotterdammer die gave had. Gebruik de zoekfunctie op YouTube en je treft een beeldencompilatie aan waarin een tiener de ene vrije trap na de andere benut. Altijd met een curve. Draaiend naar onbereikbare plekken in het doel.

Makers van het wekelijkse jeugdvoetbalprogramma, wilden weten hoe hij dat toch deed. Oefenen, zei Van Persie trots. „Dag in, dag uit, herhalen, herhalen, herhalen. Dan krijg je vanzelf een goede trap. Na de training, voor de training. Ik schiet gewoon een stuk of twintig, dertig ballen. Dan gaat het gevoel in je benen zitten.”

Die vrije trap tegen Ivoorkust was niet zijn meest memorabele doelpunt. Dat was de zweefduik tegen Spanje op het WK van 2014. Na verloop van tijd krijgen mooie doelpunten vanzelf een reproductie, maar deze kopbal blijft misschien uniek in zijn soort.