Van Dam: ervaren als Kamerlid maar niet als bestuurder

Twaalf jaar was Van Dam Kamerlid. Nu wordt hij staatssecretaris op landbouw.

Van Dam naar ministerie van EZ. Foto Valerie Kuypers/ANP

Met Martijn van Dam (37) als opvolger van Sharon Dijksma kiest de PvdA voor Haagse ervaring in het kabinet. Iets waar het de vorige week gesneuvelde Wilma Mansveld aan ontbrak. Hij wordt vanavond beëdigd als staatssecretaris van Economische Zaken, voor landbouw en natuur.

Van Dam is een van de langstzittende Kamerleden. Hij kwam in 2003 als jong talent uit Eindhoven, waar hij fractievoorzitter was geweest. Na zijn studie technische bedrijfskunde werkte hij kort bij Philips. Van Dam kan niet bogen op veel bestuurlijke ervaring; hij kwam niet verder dan het partijbestuur van de PvdA en het voorzitterschap van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals. 

Als Kamerlid heeft hij in de afgelopen twaalf jaar over diverse onderwerpen het woord gevoerd: van media tot immigratie en van privacy tot buitenlands beleid. Hij diende in 2009 samen met de ChristenUnie een motie in tegen verlenging van de militaire missie in Uruzgan. Enkele maanden later viel het kabinet-Balkenende IV daarover.

Van Dam dacht eerder staatssecretaris te worden

Eigenlijk vond Martijn van Dam dat hij allang in het kabinet had moeten zitten. Sterker nog, hij ging er tijdens de formatie van Rutte II van uit dat hij staatssecretaris zou worden. Het liefst werd hij staatssecretaris van Onderwijs, maar hij werd gepasseerd. In plaats daarvan kreeg hij de ondankbare taak om als vicevoorzitter de grote fractie in het gareel te houden.

Zijn ambitie om meer dan gemiddeld Kamerlid te zijn, bleek toen hij zich in 2012 kandidaat stelde om partijleider te worden. Daarin profileerde hij zich als een liberale, wat rechtse PvdA’er. Toen de leden Diederik Samsom kozen, stemde slechts 3,9 procent op hem.

Vorige maand hield Van Dam in het AD echter een pleidooi voor minder werken. Een vierdaagse werkweek moet wat hem betreft de norm worden, „zodat je een dag overhoudt voor andere belangrijke zaken”. Hij geeft het goede voorbeeld door elke vrijdag thuis te zijn bij zijn jonge zoon en dochter. Het is onwaarschijnlijk dat hij zich dat als staatssecretaris nog kan permitteren.