Liever geen rituele slacht

Het onbedwelmd slachten om religieuze redenen is weer terug op de politieke agenda, na het rapport van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over risico’s in de ‘roodvleesketen’. Daarin gaat het over besmettingsrisico’s door mest, over salmonella, antibiotica, groepshuisvesting en verwaarlozing. Maar dus ook over de rituele slacht, ten bate van de joodse en de moslimgemeenschap.

Daarover is de Voedsel- en Warenautoriteit vrij pertinent. Die moet het kabinet verbieden, in het bijzonder het niet verdoven van runderen voor de slacht. Schapen en geiten blijken sneller het bewustzijn na de halssnede te verliezen, koeien vertonen veel meer verzet en reactie. Ook het verplichte fixeren zorgt voor stress. Het daardoor te traag intreden van de dood is „een ernstige aantasting van het welzijn”. Niet meer toelaten dus, wetgever.

De Tweede Kamer was het er, op initiatief van de Partij voor de Dieren, vier jaar geleden al over eens. Aan iedere slacht zou voortaan een bedwelming vooraf moeten gaan. Jammer genoeg strandde het wetsvoorstel in de senaat, waar een ruime meerderheid twijfels behield. Sindsdien werd door de regering ingezet op een verbetering van het dierenwelzijn, tijdens de onbedwelmde slacht. Daartoe werd een convenant gesloten tussen de overheid, de vleessector, het Contactorgaan Moslims en het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap. De periode tussen halssnede en de dood zou nooit langer dan 40 seconden zijn, werd afgesproken. Ook zou er voortaan permanent toezicht zijn bij deze slacht.

Staatssecretaris Dijksma (Landbouw, PvdA) liet de Kamer eind oktober weten dat dit toezicht tot nu toe niet is gerealiseerd. Waarom niet, blijft onduidelijk. Ook belooft zij de Kamer nog dit jaar de resultaten van een evaluatie „in het kader van het Convenant”. Het onderbouwde advies van de Voedsel- en Warenautoriteit spreekt echter ook al boekdelen. Er dient opnieuw een politieke afweging te worden gemaakt tussen dierenwelzijn en godsdienstvrijheid – vooral met het oog op de Eerste Kamer, die het zich eerder permitteerde een eigen afweging te maken. Overigens gesteund door de Raad van State die in een beter welzijn van dieren voor de rituele slacht „geen dusdanig dringende maatschappelijke behoefte” zag, dat de godsdienstvrijheid daarvoor moest worden beperkt.

Uiteindelijk blijft het een gevoelskwestie. Hoeveel dierenleed is een religieuze rite waard, ook als een gemeenschap deze rite als zeer waardevol beschouwt? Ook voor wie er niet in gelooft, is de vrijheid om dat wel te doen enorm belangrijk. Toch mag dierenwelzijn hier net wat zwaarder wegen. Laten we van deze voor dieren belastende praktijk afzien.