Column

Kortzichtig ageren tegen de bijbanen

Politieke schuldigen aanwijzen is altijd fijn. Helemaal als je daarna hun aftreden kunt eisen: heerlijk. Het legitimeert politieke onlustgevoelens. Het geeft politici ruimte de eigen zuiverheid te accenturen. En het biedt ons, burgers, de kans onze gebreken te vergoelijken: moet je die lui in Den Haag zien.

Meteen na het aftreden van VVD-senator Loek Hermans, gistermiddag, had ik een onbestemd gevoel. Een zelfde gevoel als vorige week, toen staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) het veld ruimde.

Gezien de harde conclusies van onderzoekers kon je hun vertrek begrijpen. Overheden hebben hun schappelijkheid voor burgers die een vergissing begaan verloren. Dus zullen burgers weinig mildheid meer opbrengen als politici in de fout gaan. Lekker puh.

Toch heb ik vragen. De onzekerheid over de snelle treinen en de NS is door het afscheid van Mansveld niet verdwenen. De hoognodige discussie over de rol van de Eerste Kamer is na Hermans’ vertrek zelfs geruime tijd teruggeworpen.

Uitgerekend vandaag zou de senaat hiermee beginnen; Hermans had het aangezwengeld en voorbereid. Hij moet gistermiddag totaal overvallen zijn door het oordeel van de Ondernemingskamer: nog ’s ochtends voerde hij, alsof er niets aan de hand was, vooroverleg met andere fracties over dit debat.

Er kwam uit dat hij vandaag steun zou hebben voor onderzoek naar de rol van de senaat gezien de grilligheid van de kiezer: blijft het land regeerbaar als we het tweekamerstelsel handhaven? Geen kleinigheid.

Maar goed – dat is dus even van de baan. En meteen vielen we terug op de, sorry dat ik het zeg, kortzichtigste discussie over de Eerste Kamer: dat senatoren zoveel ‘bijbanen’ hebben. Een Eerste Kamerlid besteedt één dag per week aan dat werk; dit levert 25.000 euro per jaar op. Ik ben altijd benieuwd hoe tegenstanders van ‘bijbaantjes’ het willen hebben: vier dagen werkeloos omdát je senator bent?

Principiëler: Hermans vertrok als senator, maar maakte in die rol geen fouten. Hij faalde in een bijbaan. Wat nu: zijn de honderden bijbanen van senatoren voortaan allemaal politiek afrekenbaar? Het lijkt me sterk.

Dus ik vrees dat Hermans’ vertrek een ondoordachte reflex was op al die onbesuisde kritiek op ‘bijbanen’ van senatoren. Modderig bijbaantjespopulisme met louter slechte gevolgen – voor nu, en voor later.