In Brussel is ’t simpel wapens kopen

De wapens bij de aanslag op Charlie Hebdo kwamen uit ‘ideale schuilplaats’ Brussel. War on weapons, klinkt het in de politiek.

Wapens die werden geconfisqueerd door de federale politie toen ze in 2012 een wapenhandelbende oprolde. Toch heeft België geen zicht op de logistiek achter de handel, aldus onderzoekers.

Eerst even shoppen in Brussel, en dan zwaarbewapend op het terroristische pad: het wordt een patroon. Bij de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs gebruikten de gebroeders Kouachi begin dit jaar oorlogswapens afkomstig uit de Belgische hoofdstad. Ook de schutter die in mei 2014 vier slachtoffers maakte in het Joods Museum in Brussel kocht er zijn kalasjnikov. En deze nazomer stapte de Thalys-schutter op de trein naar Frankrijk met een machinegeweer aangeschaft in het Brusselse criminele circuit.

„Bij steeds meer aanslagen in Europa blijkt er achteraf een link te zijn met Brussel”, zegt de Vlaamse politicus Hans Bonte. Hij roept op tot „een war on weapons” in zijn land. „Er circuleren duizenden illegale wapens. Onze veiligheidsdiensten en justitie hebben er geen enkel zicht op.”

Bonte is burgemeester van Vilvoorde, een gemeente aan de rand van Brussel, waarvandaan verhoudingsgewijs veel jongeren zijn vertrokken naar Syrië. „Mijn stad is hofleverancier van jihadisten”, zegt Bonte, die bekendheid kreeg door zijn inventieve aanpak van radicaliserende moslimjongeren. Hij was eregast van president Obama, die hem als spreker uitnodigde op een veiligheidsconferentie in Washington. Bonte: „Wij weten intussen waar we moeten kijken, naar wie we moeten luisteren. In Vilvoorde is iedereen extra alert.”

Hij had gehoopt op dezelfde alertheid in heel België, maar er wordt naar zijn zeggen „nauwelijks prioriteit” gegeven aan de problematiek. „Na grote incidenten, zoals de verijdelde aanslag in januari in Verviers, waar twee zwaarbewapende Belgische terroristen werden uitgeschakeld, springt de politiek er heel even bovenop. Daarna zakt het weer snel als een pudding in elkaar.”

Gruwelijk gebrek aan capaciteit

Bonte staat niet alleen in zijn kritiek. Er is „een gruwelijk gebrek aan capaciteit”, zo oordeelde de toezichthouder van de politie vorige maand over de antiterreureenheid die sinds de verhoogde waakzaamheid op internet moet zoeken naar potentieel gevaarlijke groeperingen. ‘Internet Intelligence Support Unit’ heet het team. Team? Er werkt één vrouw, op een deeltijdcontract, constateerde de toezichthouder.

Bij het opsporen van wapens geldt dezelfde ondercapaciteit, zegt Bonte. „Na het Thalys-drama beloofde de regering dat er een coördinatiecomité voor de strijd tegen wapenhandel zou komen. Wij wachten af.”

Hoeveel wapens er in België zijn? „Niemand heeft een idee”, zegt Nils Duquet van het Vlaams Vredesinstituut, dat onafhankelijk onderzoek doet naar wapenhandel en radicalisering. „Achthonderdduizend vuurwapens is een ruwe schatting. Het kunnen er ook twee miljoen zijn.”

Om de handel in illegale wapens in kaart te brengen zou het handig zijn snel informatie te vinden over eerdere veroordeelden, zegt Duquet. „Maar er bestaat geen cultuur van datamanagement. Processen-verbaal en vonnissen van rechtbanken worden niet gedigitaliseerd. Je moet zoeken naar vergeelde documenten in vochtige kartonnen dozen in de kelders van justitie. Onbegonnen werk.”

Pas in 2006 werden vuurwapenhouders in België verplicht een vergunning aan te vragen. „Ondanks die strengere wetgeving staat België nog altijd bekend als een land waar je eenvoudig aan wapens komt”, zegt Duquet. Er komen veel wapens via smokkel vanuit de Balkanlanden België binnen.

„Daarnaast zijn er via diefstal zeer veel wapens in omloop. Er zijn gevallen bekend van oud-werknemers van de Luikse wapenfabrikant FN Herstal die wapens en onderdelen stalen”, weet Duquet.

Negentiende-eeuwse toestanden

„Hier is ’t makkelijk shoppen”, zegt veiligheidsexpert Brice De Ruyver, verbonden aan de Universiteit Gent. „Maar met zo’n stoere war on weapons-verklaring bereik je niks. Je moet beginnen met hervormingen aan de basis”, aldus de criminoloog.

Net als onderzoeker Duquet hekelt De Ruyver de situatie bij de Belgische justitie. „Negentiende-eeuwse toestanden. De trein van de digitalisering is daar nooit aangekomen.” De Ruyver pleit vooral voor een radicaal andere opsporingsmethode. Alle aandacht gaat nu naar de daad en daarna de dader, zegt de wetenschapper. „Je moet ook snel kunnen traceren wat de logistiek is achter de misdaad: waar kopen ze hun materieel, hun wapens? Daar heeft men helaas nog amper oog voor.”

De „zware jongens” uit Vilvoorde wisten hoe ze zware wapens moesten hanteren „nog vóór ze als jihadist naar Syrië vertrokken”, weet burgemeester Bonte. Wapens, handel in drugs en radicalisme, het is allemaal met elkaar verbonden. Terwijl de internationale misdaad steeds internationaler opereert, zitten wij hier met een justitieel apparaat waarop al jaren wordt bezuinigd.”

Op straat vertelde een jongen hem laatst vol bravoure dat hij geen toekomst meer had in Vilvoorde. „Zegt die gast: ik word in Vilvoorde te veel in de gaten gehouden, ik verhuis naar Brussel, want daar ben ik vogelvrij.”

Volgens Bonte is de verklaring even simpel als pijnlijk. „Brussel, hoofdstad van Europa, heeft negentien gemeenten en zes politiezones, waartussen het niet botert. Dat is georganiseerde chaos, de ideale schuilplaats voor radicaliserende jongens.”