Hoe een groot zorgconcern VVD-senator Loek Hermans meesleurt 

De Ondernemingskamer vindt dat bij het failliete zorgconcern Meavita van wanbeleid sprake was. Loek Hermans, oud-commissaris, stapt daarom alsnog op als VVD-senator.

De opgestapte VVD-senator Loek Hermans. Foto Martijn Beekman/ANP

Het is inmiddels meer dan zes jaar geleden dat zich een van de grootste fiasco’s in de Nederlandse zorgsector afspeelde. Maandag kostte deze zaak, het faillissement in 2009 van thuiszorgmoloch Meavita, Eerste Kamerlid Loek Hermans (VVD), alsnog de kop. Hij was destijds voorzitter van de raad van commissarissen van Meavita. Hermans legde maandag zijn senatorschap neer, vrijwel direct na de voor hem vernietigende uitspraak van de Ondernemingskamer van het gerechtshof van Amsterdam.

Het oordeel: Hermans en zijn medebestuurders, de commissarissen en de leden van de raden van bestuur van de onderdelen van Meavita, zijn schuldig aan wanbeleid. Daarmee krijgt vakbond FNV, die de zaak had aangespannen, gelijk. „De zaak Meavita maakt voor eens en altijd duidelijk dat besturen en toezichthouden geen erebaantje is, maar hard en serieus werken”, zo liet de vakbond in een reactie weten.

1. Waarom is deze zaak belangrijk?

Met 20.000 medewerkers, 100.000 cliënten en een half miljard omzet was Meavita een van de grootste zorgconcerns in Nederland. Meavita was werkzaam voor ruim 60 gemeenten. Het faillissement staat symbool voor de problemen met schaalvergroting in de zorgsector. Het bedrijf voor verpleegzorg, thuiszorg en jeugdgezondheidszorg ontstond begin 2007 uit een serie fusies van regionale thuiszorginstellingen en verpleeghuizen. Amper twee jaar na de fusie was het al einde oefening voor Meavita.

De financiële schade was groot. Zo’n tachtig miljoen euro vermogen, opgebouwd met belasting- en premiegeld, verdampte. Na het bankroet moest de overheid met 37 miljoen euro bijspringen bij de sanering van de onderdelen van Meavita in Groningen en Den Haag, die een doorstart kregen. De meeste werknemers konden aan de slag bij de onderdelen die afzonderlijk bleven bestaan, maar honderden werknemers verloren later bij die bedrijven alsnog hun baan.

Dat de FNV naar de Ondernemingskamer stapte, is uitzonderlijk. Meestal staan daar beleggers en aandeelhouders die ontevreden zijn over de leiding van ondernemingen.

2. Wat ging er mis bij Meavita?

Om te beginnen was de fusie waaruit Meavita ontstond, van thuiszorgbedrijven in Groningen, Utrecht, de Achterhoek en Den Haag, „onvoldoende doordacht”, stelt de Ondernemingskamer. „Een financiële paragraaf en een risicoparagraaf ontbraken.” Er was te weinig centrale sturing van de regionale onderdelen, terwijl Meavita wel „concernbrede ambities” had. Eén van die (gesneefde) ambities was de zogeheten ‘tv-foon’. Klanten van Meavita zouden via een webcam en de televisie met hun thuiszorghulp gaan communiceren. Het zou ultramoderne ‘zorg op afstand’ worden. Van het apparaat waren 30.000 exemplaren besteld, maar slechts een paar honderd klanten werden aangesloten. Bestuurders besloten volgens de uitspraak tot dit „zeer ingrijpende” project „zonder de daarvoor vereiste verantwoorde voorbereiding”, zoals een onderzoek.

3. Wie krijgt de schuld?

Verantwoordelijk voor het wanbeleid zijn volgens de Ondernemingskamer de raden van commissarissen en de raden van bestuur van Meavita Nederland, het overkoepelende concern, en die van de regionale onderdelen. In totaal gaat het om negentien bestuurders.

Enkelen van hen worden specifiek genoemd. Theo Meuwese, tot in oktober 2007 voorzitter van de raad van bestuur van Meavita Nederland, legde „welbewust en in strijd met de interne regelgeving” het project tv-foon niet ter goedkeuring voor aan de raad van commissarissen. Meuwese stapte in 2007 al na enkele maanden op wegens slecht functioneren.

Vooral Hermans moet het ontgelden. Zo heeft hij „medecommissarissen de belangrijke interne en externe signalen over het functioneren van Meuwese (...) onthouden”. Dat is een klap in het gezicht van Hermans, die de voorbije jaren steeds volhield dat hem geen blaam trof voor het debacle.

Hermans en zijn medebestuurders hebben de overheid altijd verantwoordelijk gehouden voor de problemen. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer in juni 2009 zei Hermans: „Er zijn fouten gemaakt bij Meavita. Maar de politiek moet het tempo van veranderingen veel beter in de gaten houden.” In deze periode kregen gemeenten in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de thuiszorg.

Het idee dat het faillissement aan externe omstandigheden lag, wijst de Ondernemingskamer in klare taal van de hand. „Er was inderdaad een cumulatie aan moeilijke tot zeer moeilijke externe factoren. In plaats van die tegemoet te treden met extra zorgvuldigheid en aandacht, vervielen bestuurders en toezichthouders in een cumulatie van tekortkomingen.”

4. Wat gaat er nu gebeuren?

In een reactie zegt de advocaat van de meeste bestuurders, Marius Josephus Jitta, dat hij „teleurgesteld” is, maar dat hij nog niet kan zeggen of hij in cassatie zal gaan bij de Hoge Raad. De FNV weet al wel wat zij gaat doen: de schade die door werknemers is geleden, proberen te verhalen op de oud-Meavita-bestuurders.

De kosten die de FNV maakte voor het onderzoek naar de zaak, kan de vakbond nu al persoonlijk claimen bij de bestuurders. Meuwese moet de vakbond meer dan 228.000 euro betalen, Hermans 155.000 euro, als de uitspraak van de Ondernemingskamer tenminste standhoudt bij eventuele cassatie.

Maar de FNV wil verder gaan. ‘Wanbeleid’ is een civielrechtelijk vergrijp op basis waarvan schadeclaims kunnen worden ingediend. De FNV wil bij Hermans en de zijnen miljoenen euro’s ophalen voor werknemers die zijn gedupeerd door het Meavita-debacle, bijvoorbeeld omdat zij verlies van inkomsten hebben geleden, zo zei de advocaat van FNV, Arno van Deuzen, maandag. „Een groot principe van de VVD is altijd geweest dat de vervuiler betaalt. Ik denk dat de VVD het volstrekt met ons eens zal zijn wanneer we dit gaan doen”, aldus Van Deuzen volgens het ANP. Commissarissen zijn krachtens de wet persoonlijk aansprakelijk voor wanbeleid bij ondernemingen. Doorgaans zijn zij hiervoor verzekerd.