Conservator Prado Museum Madrid is kritisch over Nederlands onderzoek naar Jeroen Bosch

Pilar Silva wikt en weegt haar woorden. De conservator van de Jeroen Bosch-expositie in het Prado Museum wil niemand beledigen, maar ze kan het onderzoek van het Bosch Research and Conservation Project naar de authenticiteit van De Zeven Hoofdzonden niet serieus nemen. „Ik vraag me af of deze mensen over de juiste expertise beschikken,” zegt Silva. „De echtheid is vaker in twijfel getrokken, maar nooit met zoveel toeters en bellen. Als je dat doet moet je heel zeker van je zaak zijn.”

Silva verbaast zich over de gang van zaken. Vorige week kreeg ze in Madrid een deel van het onderzoek te zien, waarin een aantal zaken ontbraken. „Ze waren niet zeker van hun zaak. Ze moesten nog dingen afronden. Dat zou in december gebeuren”, vertelt Silva. „Ik zou vorige week de tekst ter inzage krijgen. Opeens werd zaterdag het nieuws gepresenteerd. Dit is in mijn ogen niet eerlijk gespeeld.”

Sterker nog; Silva voelt dat haar naam en die van andere leden van het wetenschappelijk comité zijn misbruikt. „Er is ons nooit wat gevraagd of voorgelegd. We zijn op kosten van het project naar verschillende bijeenkomsten in Europa geweest. Maar in de uitkomst van het onderzoek zijn we niet gekend. Dat is toch vreemd? Waarom dit nu, op deze manier naar buiten moest komen is mij een raadsel.”

Er zit meer wrevel tussen het Prado en ‘Nederland’. Het Madrileense museum leent een aantal van haar werken waaronder De Hooiwagen uit aan een expositie over Jeroen Bosch die vanaf februari volgend jaar plaatsvindt in diens geboortestad ’s-Hertogenbosch. Ook het Prado zal vijfhonderd jaar na de dood van Bosch een tentoonstelling aan El Bosco wijden. De Spanjaarden zijn geïrriteerd door de wijze waarop de Nederlandsers hun expositie steeds als ‘grootste’ en ‘meest onderscheidende’ aanprijzen. Silva vindt dat het Noordbrabants museum van Den Bosch de waarheid geweld aandoet. „ De echte topstukken zoals De Tuin der Lusten, Het Antonius-drieluik, De aanbidding der Koningen en De zeven Hoofdzonden zijn alleen in Madrid te zien. En ja, die laatste komt gewoon als echt werk in de catalogus te staan.”