Een deal of geen deal met jihadist?

Syriëganger Jordi de J. beweert dat hij heeft samengewerkt met de AIVD. Maar die weet niets van een ‘deal’.

Jordi de J. voelt zich voor de gek gehouden. De 22-jarige Syriëganger riskeert drie jaar cel, terwijl hij zelf dacht een deal te hebben gesloten met de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).

Dat bleek gisteren bij het jihadproces in de ‘bunker’, de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam. De Nederlandse bekeerling Jordi de J. zou deel uitmaken van een Haagse ronselorganisatie die jongeren rekruteerde voor de strijd in Syrië. Jordi vertrok in 2013 naar Syrië, maar keerde na drie maanden terug. Hierna voerde hij diverse gesprekken met „een overheidsdienst”, zei zijn advocaat Bart Stapert gisteren tijdens het proces, waarmee hij de geheime dienst bedoelde.

Tijdens de gesprekken zou de AIVD Jordi immuniteit hebben beloofd in ruil voor informatie, beweert de advocaat. Jordi zou te horen hebben gekregen dat hij niet wordt vervolgd wanneer hij meewerkte. Halverwege 2014 werd hij tóch opgepakt. Hij bracht enkele maanden door op de terroristenafdeling.

Niet te bewijzen

De deal tussen Jordi en de AIVD valt niet te bewijzen: er was niemand anders bij aanwezig en de afspraak is niet op papier vastgelegd. Toch vindt advocaat Stapert dat er wel waarde moet worden toegekend aan de woorden van een inlichtingendienstmedewerker. De AIVD wil niet zeggen of hij met Jordi heeft gesproken.

Het is praktijk dat Syriëgangers die terugkeren bezoek ontvangen van de inlichtingendienst of politie. Sommigen houden tijdens zo’n gesprek de kaken stijf op elkaar, anderen zijn bereid te verklaren over hun ervaringen in Syrië. Dit kan waardevolle informatie opleveren voor opsporingsinstanties. Zo kreeg de Belgische Syriëganger Jejoen Bontinck tientallen foto’s van strijders voorgelegd: of hij wilde aanwijzen wie bij IS had gevochten. Zijn verklaringen dienden als bewijs tegen teruggekeerde Syriëgangers, ook uit Nederland.

Of een verdachte iets te winnen heeft bij het helpen van de inlichtingendienst, is onduidelijk. Hoewel Bontinck de Belgische aanklager had geholpen, eiste de aanklager vier jaar cel. Bontinck kwam weg met veertig maanden voorwaardelijk.

Zeker is dat de AIVD zélf geen deal kan sluiten met een verdachte over vervolging. Dergelijke toezeggingen kunnen uitsluitend door het Openbaar Ministerie worden gedaan.

Toch gebeurt het dat de geheime dienst op de stoel van justitie gaat zitten, bleek vorig jaar uit een rapport van toezichthouder CTIVD. De AIVD zou zijn agenten meermalen de indruk hebben gegeven dat ze strafrechtelijke problemen kunnen oplossen. De CTIVD noemt dit handelen „onzorgvuldig”.

De toezichthouder zegt dat de AIVD in gesprekken met agenten duidelijker moet zijn dat de dienst niet kan garanderen dat zij niet worden vervolgd.

Mocht Jordi inderdaad een ‘deal’ hebben gesloten, dan zal dit dus geen invloed hebben op zijn proces. Omdat hij waarschijnlijk niet optrad als ‘agent’ van de AIVD maar slechts gesprekken voerde, én omdat de geheime dienst zelf helemaal geen deals kan maken.