Doodgehakt in Bangladesh om hun seculiere idealen

De angst groeit bij liberale Bengalen na aanslagen van extremisten op uitgevers. De regering kijkt lijdzaam toe.

Als de plegers van een reeks gruwelijke moorden, vaak uitgevoerd met kapmessen, hadden gehoopt de seculiere gemeenschap in Bangladesh het zwijgen op te leggen, kwamen ze gisteren bedrogen uit. Honderden mensen gingen onvervaard de straat op in de hoofdstad Dhaka en elders in het land om te protesteren tegen twee nieuwe bloedige aanslagen, ditmaal op uitgevers. Een van hen, Faisal Arefin Dipon, kwam zaterdag om. Doodgehakt. De ander, Ahmed Rashid Tutul, raakte gewond, evenals een dichter en een blogger bij hem in zijn kantoor in Dhaka.

De betogers hekelden ook de regering van premier Sheikh Hasina, die te passief zou zijn bij de bestrijding van moslimfundamentalisten. Die zitten waarschijnlijk achter de aanslagen. Minister van Binnenlandse Zaken Asaduzzaman Kamal sprak van „geïsoleerde incidenten” en noemde de veiligheidssituatie – ondanks alle moorden – met een stalen gezicht „goed”. Sheikh Hasina gaf de schuld, zoals meestal bij tegenslagen, aan de oppositiepartij van haar rivaal Khaleda Zia.

Bijna niemand twijfelt er echter aan dat de moorden van dit jaar op vier seculier ingestelde bloggers, op twee buitenlanders en nu op twee uitgevers het werk van sunnitische extremisten zijn. Net als de moord op twee buitenlanders, een Italiaanse medewerker van de Nederlandse hulporganisatie ICCO en een Japanse landbouwexpert, een bomaanslag op de shi’itische minderheid en een reeks moorden op soefi’s, representanten van een mystieke vorm van de islam die de radicalen niet aanstaat. Bangladesh kent geen fundamentalistische traditie.

Kort na de aanslagen stelde een groep die zich Ansar al-Islam noemt en aan Al-Qaeda gelieerd zich per email verantwoordelijk. „Deze seculiere en atheïstische uitgevers voerden oorlog tegen de islam”, stelde de groep, die dreigt iedereen te vernietigen die tegen de islam opstaat.

„Het wordt steeds duidelijker dat hun acties zijn gecoördineerd”, meent Parvez Alam, een schrijver en blogger, die zelf op een door de fundamentalisten samengestelde lijst van 84 mogelijke doelwitten voorkomt. „Doordat de politie ze niet oppakt, en ze zich niet voor de rechter hoeven te verantwoorden, groeit hun zelfvertrouwen. Dat tonen ze nu met deze twee acties tegelijkertijd”, vertelde hij deze krant. Parvez is extra aangeslagen. Tutul is de uitgever van twee van zijn boeken.

De politie zei niet te geloven dat de groep aan Al-Qaeda gelieerd is. Zoals ze eerder ontkende dat de aanslagen op buitenlanders door IS waren gepleegd, wat boodschappers claimden. De politie verdenkt een lokale groep van radicale sunnieten, Ansarullah Bangla Team genaamd.

Hoe het ook zij, de autoriteiten maken geen slagvaardige indruk. Er zijn wat eenvoudige jongens opgepakt die bij de aanslagen betrokken zouden zijn. Maar hun opdrachtgevers zijn tot dusverre allen buiten schot gebleven.

Juist doordat de regering zo’n hulpeloze indruk maakt, zit de angst er in bij liberale intellectuelen. „De mensen die tot nu toe slachtoffer zijn geworden, zijn mensen die nadenken, mensen die geloven in de vrijheid van meningsuiting en die geloven in seculiere waarden”, zei Mohiuddin Ahmed, een uitgever uit Dhaka tegen de Britse krant The Guardian. „Ik voel me volstrekt getraumatiseerd.”

Ook bij de buitenlandse gemeenschap zijn de moorden hard aangekomen. Cafés en restaurants in Dhaka waar buitenlanders plachten te komen zijn stukken stiller geworden en diplomaten verschansen zich meer dan tevoren achter kogelwerend glas.

Voor Bangladesh staat er veel op het spel. Het land krijgt nog altijd veel buitenlandse hulp en ook de kledingindustrie waar – tegen de zin van de fundamentalisten – veel vrouwen werken, hangt af van buitenlandse klanten. Als die buitenlanders Bangladesh de rug toekeren, zou veel van de economische vooruitgang van de laatste decennia in gevaar komen.