Deze zes streepjes heeft papier (nog) voor op digitaal

Waarom zijn de krant en het tijdschrift ook in 2015 nog levensvatbaar? Op de Web Summit in Dublin werd het verplichte nummer meteen maar afgehandeld.

Web Summit-oprichter Paddy Cosgrave bij zijn openingspraatje

“Het wordt een snelle dood voor een aantal, een langzame dood voor velen en overleving voor een paar.” Zo, die zit. Nog voordat de eerste bak koffie op is, heeft Tanya Cordrey, hoofd digitaal van The Guardian, papieren media een bittere survival of the fittest in het vooruitzicht gesteld.

Cordrey heeft plaats in een panel over ‘de toekomst van print’ op dag 1 van de Web Summit. De driedaagse tech- en mediaconferentie in Dublin groeide sinds de eerste editie in 2010 spectaculair (van 400 bezoekers toen naar 42.000 nu), maar één ding zal steeds hetzelfde zijn gebleven: dat er gepraat wordt over wat de digitale revolutie betekent voor traditionele media. Een verplicht nummer inmiddels, maar daardoor niet minder relevant.

Het panel, met naast Cordrey gespreksleider Samantha Henig (plaatsvervangend hoofd digitaal van The New York Times), Wil Harris (hoofd digitaal van Condé Nast, dat onder meer Vogue uitgeeft) en Eric Schurenberg (hoofdredacteur Inc, een maandblad over het bedrijfsleven), zit hier niet om zich weg te laten drukken door Google, Facebook en Twitter. Sterker nog: volgens het programmaboekje krijgen we te horen waarom we papieren media “nog niet kunnen afschrijven”.

Daar komt het gesprek, na Cordrey’s waarschuwende woorden aan het begin, uiteindelijk dan toch op. Harris, Schurenberg en zij komen gedrieën tot zes manieren waarop papier (nu nog) beter is dan digitaal.

Eén: de analyses. “De helft van de mensen die ‘s ochtends The Guardian kopen”, zegt Cordrey, “doet dat niet om te weten wat er gebeurd is, want dat weten ze al. Ze doen het om ‘s middags de analyses te kunnen lezen.”

Twee: de leeservaring. Daar kan geen enkel digitaal initiatief aan tippen, vinden ze alle drie. Het tijdschrift of de krant is er voor de momenten van de dag dat de lezer zichzelf een pleziertje gunt. Even afstand wil van alle schermen. Luxury time. Cordrey: “Maar uiteindelijk zal digitaal die code ook wel kraken. Flipboard komt al dichtbij.”

Drie: geld. Harris en Schurenberg zeggen dat er veel meer geld gaat naar hun tijdschriftartikelen dan naar webinhoud. In de coverartikelen van Inc zit soms maanden werk, net als in de photoshoots die Vogue maakt. Dat merkt de lezer, zegt hij: vaak is het best gelezen artikel van de maand op Inc.com het stuk dat op de voorpagina van het blad stond.

Vier: serendipiteit. Cordrey zegt dat de krant je geïnteresseerd kan krijgen in onderwerpen die je niet uit jezelf opzocht. Schurenberg valt haar bij: inderdaad, dan krijg je nog dingen voorgeschoteld waarvan je niet eens wist dat je ze wilde weten (dit argument hoorden we vorig jaar ook, trouwens). Harris gaat daartegenin: “Ik verdwaal voortdurend in wormholes via Reddit, Facebook of Twitter.”

Vijf: schaarste. Schurenberg: “Wij komen tien keer per jaar met een nieuwe uitgave. Ik kan dus slechts tien keer een politicus, een beroemdheid of een bepaald onderwerp op de voorpagina kan zetten. Het betekent nog iets als je op die plek staat. De voorpagina van onze website verandert vijf keer per dag.”

Zes: identificatie. “Als je vroeger met een Vogue in de bus zat”, zegt Schurenberg, “dan kon iedereen zien wat je las. Dat maakte het onderdeel van je identiteit. Het lezen werd een sociale interactie. Je zei ermee: dit ben ik, in dit merk ben ik geïnteresseerd. Nu zien ze alleen de achterkant van je telefoon.”
Harris: “Waar ‘Apple’ op staat.”
Schurenberg: “Ja, dat is waar. Dat is ook een sterk merk.”

Mediaredacteur Peter Zantingh is deze week op de Web Summit in Dublin, Ierland, en blogt.