De Vries laat zijn klanken sampelen

Mendelssohn is niet je eerste associatie bij het luisteren naar de muziek van componist Klaas de Vries (1944). Maar voor zijn nieuwe Schizzo heeft De Vries zich naar eigen zeggen door Mendelssohns ‘briljante’ lichtvoetige scherzo’s laten inspireren. En dat hoor je: de overrompelende wemeling van ideeën die in De Vries’ orkestwerken vaak donker klinkt, was ditmaal uitgesproken licht van toon.

Schizzo, voor klein orkest en live elektronica, begon zeer beweeglijk, met een soort instrumentaal getwinkeleer dat de etherische vogelzangtranscripties van Messiaen in herinnering riep. Gaandeweg trad een schaduw in het geluid op de voorgrond en openbaarde zich een dubbelganger: live-opnames van het orkest werden door geluidskunstenaar René Uijlenhoet elektronisch bewerkt en vormden een tweede laag in de compositie. In de popmuziek is het volstrekt normaal om geluidsbronnen live te sampelen, maar door de technische vereisten is dit op de Nederlandse orkestpodia nog niet erg courant.

Vooral in de tweede helft van Schizzo, toen de caleidoscopische drukte steeds meer plaatsmaakte voor langgerekte tonen, zorgde de interactie tussen akoestische en elektronische klanken voor spannende effecten. In een bruisend, genereus werk speelde De Vries met de waarneming van de luisteraar – en wist ondertussen ook nog geweldig te schertsen, bijvoorbeeld met een duetje tussen contrabas en timbales en hun holle elektronische avatars.

De Vries noemde het verwachtingsvolle slot een opmaat voor Mendelssohns Vioolconcert, bij wijze van eerbetoon.

Grappig genoeg werkte het eerder andersom, toen de trillers in de cadens van de uitstekende solist Stefan Jackiw deden terugdenken aan het briljante gekwetter van Schizzo.