De Rembrandt van het inkleuren

Dirk Jansz van Santen maakte in Gouden Eeuw van zwart-wit drukwerk kleurrijke boeken

De echte kleuren van de Gouden Eeuw, zo zou de tentoonstelling over de zeventiende-eeuwse ‘boekkleurder’ Dirk Jansz van Santen eigenlijk moeten heten. Deze ambachtsman bracht handmatig stralende kleuren, gouden luister en zilveren schitter aan in van oorsprong zwart-wit gedrukte bijbels, atlassen en boeken. Toch is het woord ‘echt’ net iets te riskant. Want wat zijn de ware kleuren van eeuwen her?

„De kleuren van schilderijen en plattegronden die mensen aan de muur hebben hangen, verbleken snel”, zegt Maarten van Bommel, hoogleraar conservering en restauratie cultureel erfgoed aan de Universiteit van Amsterdam. „Daarom vormen de kleuren in boeken een referentie. Die zijn dichtgeslagen, waardoor de kleuren perfect geconserveerd blijven. Het verouderen van kleuren geldt niet alleen voor de Gouden Eeuw, ook voor kunstwerken van recenter datum. Neem De slaapkamer uit 1888 van Van Gogh. De muren die nu blauw ogen, waren paars van origine. Dat hebben we kunnen reconstrueren aan de hand van het verkleuringsproces van paars.”

De tentoonstelling Dirk Janszoon van Santen en de kleuren van de Gouden Eeuw in de Bijzondere Collecties biedt meer dan alleen de gekleurde boekwerken. In het KleurenLab toont de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onder andere een reproductie van Van Goghs schilderij zoals het toen was en zoals het nu is, een Amsterdamse stadsplattegrond van Joan Blaeu uit 1649 en een stoel uit het begin van de twintigste eeuw van meubelontwerper Piet Kramer. Dit alles met een doel: de kleurverandering laten zien. Van Bommel: „We stellen ons de vraag wat aanvaardbaar is in zowel esthetisch als kunsthistorisch opzicht. Willen we de kleur paars terug in Van Goghs schilderij of houden we het bij blauw? Aanvaarden we de verbleekte stadsplattegronden of moeten we ze aan de hand van Van Santens illuminaties weer terugkleuren naar de originele staat? En wat is de oorspronkelijke kleur van Kramers meubel?”

Zeventiende-eeuwse ‘inkleurders’ gebruikten kleurstalen en kleurstroken. Deze zijn ontdekt door conservator Truusje Goedings, die al decennia onderzoek doet naar de vaak anonieme ambachtslieden. Van Santen (1637-1708) was volgens haar „de onbetwiste meester en daarom is zijn naam aan de vergetelheid onttrokken”. Hij was de Rembrandt van het inkleuren: hij legde zich toe op het ‘verlichten’ van gedrukte prenten en boeken. In een mooi woord heet dit ‘afsetten’. Met gewreven bladgoud, vermiljoen, violet, oker, ultramarijn en zilver vergulde en verrijkte hij het drukwerk. Een door hem geïllumineerd boek bracht destijds evenveel op als een schilderij van Rembrandt of Vermeer.

Met Van Santen verdween het gedrukte zwart-wit en werd de Gouden Eeuw der boeken kleurrijk. Een stadsprofiel van Venetië van ca. 1700 door de kaartenmaker Blaeu laat zien wat kleuren vermogen: het heldere roodsteen van de huizen, het doorschijnend blauw van de lagune en het heldergroen van parken. Kleurgebruik in atlassen was de grote innovatie van die tijd, die tot op de dag van vandaag wordt gebruikt.

Te midden van de exuberante boekenpracht vormen de handleidingen en de kleurstroken van de ‘Verlichterie-Kunde’ bescheiden juwelen. Deze staalkaarten dienden als inspiratiebron voor de inkleurders. In smalle verticale strepen staan de kleuren afgebeeld: van loodwit tot roetzwart en alle schakeringen, de mengkleuren, daartussenin. Voor restauratie- en conserveringsprojecten vormen ze „een ijkpunt”, zegt Van Bommel. „Bij restauratie van een waardevol schilderij staan restauratoren vaak voor de vraag wat zij moeten en mogen met verkleuringen. Mogen zij die terugbrengen in originele staat? Deze vraag raakt aan de restauratie-ethiek. Wat is origineel, authentiek en verantwoord?”

Het voordeel van deze door Van Santen en tijdgenoten ingekleurde boek- en atlasbladen is dat ze nooit konden verkleuren. In de dichtgeslagen boekwerken zijn de kleuren fris en sprankelend gebleven, net als vier eeuwen terug. De zoektocht naar echte kleuren begint in de boeken. Nu liggen ze in de expositie opengeslagen en zijn de ‘Coleuren’ , zoals dat destijds ook al heette, „sprekend”.