Raad voor Cultuur gaat rekening houden met doelstellingen van instellingen zelf

De Raad voor Cultuur gaat bij het beoordelen van aanvragen voor rijkssubsidie meer rekening houden met de doelstellingen die culturele instellingen zelf hebben bepaald, en ze minder afrekenen op prestatiecriteria die voor iedereen gelden. Dat betekent dat bij sommige instellingen het ene criterium zwaarder kan wegen dan het andere criterium. „Als een culturele instelling bijvoorbeeld zegt dat zij zich toelegt op innovatie en talentontwikkeling, dan hoeft ze niet per se volle zalen te trekken”, zegt Jeroen Bartelse, directeur van de raad. „We kijken er wel naar of een instelling doet wat zij belooft: als je ambitie is om tot de top te behoren, dan toetsen wij of je die excellente kwaliteit ook echt kan waarmaken. Zo willen we ervoor zorgen dat er verscheidenheid in de culturele sector blijft.”

De raad heeft vandaag zijn beoordelingskader voor subsidieaanvragen bekendgemaakt. Daarin staat hoe de raad aanvragen voor rijkssubsidie zal beoordelen. Tussen 1 december en 1 februari kunnen culturele instellingen aanvragen indienen voor de periode 2017-2020. De raad brengt hierover op 19 mei adviezen uit aan het ministerie. Op Prinsjesdag wordt bekend welke instellingen subsidie krijgen.

Cultureel ondernemerschap is geen doorslaggevend criterium meer. Wel kijkt de raad nog of de bedrijfsvoering van aanvragers gezond is. Ook mogen culturele instellingen voortaan zelf kiezen voor welke doelgroep zij educatieve activiteiten ontplooien. „Sommige basisscholen en middelbare scholen werden bedolven onder de aanbiedingen voor cultuureducatie”, zegt Bartelse. „Maar instellingen kunnen hun educatieve activiteiten ook richten op volwassenen of andere doelgroepen.”