Alleen maar fantastische mannen

Jubileumboek van het internationale tijdschrift staat vol mannen met een uitgesproken stijl.

Jubileumboek van Fantastic Man, 569 blz., uitgeverij Phaidon, € 39,95

De donkerblauwe trui, de grijze broek, de sportschoenen van Gert Jonkers, 49, oprichter en hoofdredacteur van mannenmagazine Fantastic Man doen misschien gewoontjes aan. Maar vergis je niet, juist in het onnadrukkelijke ligt de perfectie besloten. De trui komt van het Japanse Uniqlo, het label waar fijnproevers voor weinig geld hun lamswollen kledingstukken betrekken. Zijn broek is uit een al wat oudere collectie van modeontwerper Dries Van Noten. En ja, de Stan Smith tennisschoenen zie je nu misschien veel in het straatbeeld. Maar wacht tot hij zijn broekspijp optilt: op de schoenlip staat in groen zijn naam geprint, daaronder een treffend gelijkende afbeelding van zijn gezicht. Let ook op zijn gemanicuurde handen (met trouwring), zijn zorgvuldig getrimde, zeer korte baard (Fantastic Man verklaarde de baarddragende hipster twee jaar geleden al dood). En luister naar zijn zorgvuldige formuleringen en timide dictie.

Zo onnadrukkelijk smaakvol als de maker, is ook het blad dat Gert Jonkers in 2005 begon, samen met art director Jop van Bennekom. Het tienjarig bestaan van het blad werd deze zomer al groots gevierd in Londen en Parijs. Afgelopen weekend werd in Amsterdam het jubileumboek gepresenteerd met daarin een selectie van de interviews uit 22 nummers Fantastic Man. Gesprekken met 69 mannen; schrijver Bret Easton Ellis, kunstenaar Ai Wei Wei, architect Rem Koolhaas. Interviews geschreven in het Engels, waarin de lof gezongen wordt over hun werk, hun stijl, hun man zijn. Consequent wordt de geïnterviewde aangesproken met Mister, overdrijvingen worden in de persoonsbeschrijvingen niet geschuwd, de toon is ingehouden geestig en serieus tegelijk.

Veel tekst met knappe man ernaast

De vormgeving Fantastic Man, dat twee keer per jaar verschijnt, doet ouderwets aan, met die typemachine-achtige typografie. Hier en daar in KAPITALEN gedrukte woorden die, zoals Gert Jonkers zegt, een „gevoel van hush hush” oproepen. „Een soort fluisterend schreeuwen. Luxe gossip.” Meer dan een blad lijkt het een boek, al was het maar doordat het zo dik is (300 tot 350 pagina’s.) Weinig opsmuk of tierlantijntjes, een indeling in hoofdstukken, en naast heel veel letters verrassende foto’s gemaakt door beroemde fotografen als Wolfgang Tillmans, Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin, Bruce Weber. „Jop zegt altijd: niks zo sexy als heel veel tekst naast een foto van een knappe man”.

Jop van Bennekom woont in Londen, waar ook de redactie zit. Gert Jonkers woont, met zijn man, in Amsterdam. Je zou verwachten dat de taken onderling verdeeld zijn: Van Bennekom de vormgeving, Jonkers de tekst. Maar zo is het niet. Gert Jonkers wil best gezegd hebben dat hij een „notoire muggenzifter” is die elke komma in de kopij controleert. Maar hij was ooit fotograaf. „Tot de bijschriften onder mijn foto’s steeds langer werden. Toen ging ik schrijven.” Hij was ook muzikant, maar één die niet hield van het podium. Dus ging hij over muzikanten schrijven voor Nieuwe Revu. En later over mode voor de Volkskrant. Hij ontmoette Jop van Bennekom in 1997, toen hij hem interviewde over het tijdschrift Re- dat Van Bennekom toen maakte. Ze waren het erover eens dat het blad dat zij wilden lezen niet bestond. Ze gingen het zelf maken. Eerst in 2001, BUTT. Een op roze papier gedrukt, mooi vormgegeven, homo-erotisch blad waarin ook mannen van boven de dertig stonden. Daarna kwam Fantastic Man, een blad voor mannen met kleren aan. Ze maken nog twee bladen: de vrouwelijke evenknie The Gentlewoman en het literair tijdschrift The Happy Reader (samen met Penguin).

Klein blad, grote invloed

De oplage van Fantastic Man is nooit groot geweest, zo rond de 85.000. (Ter vergelijking: de Britse Vogue heeft een oplage van 200.000 exemplaren). „Een wereldwijde niche”, noemt Gert Jonkers het. Maar toch, of hij nou in Zuid-Korea of Brazilië is, altijd ontmoet hij wel iemand die het blad kent. Emily King, schrijver en samensteller van het boek Fantastic Man zegt: „De wereld van mannenbladen valt uiteen in twee periodes: „BFM (before Fantastic Man) en AFM (after Fantastic Man).” De afgelopen tien jaar zag je de ‘echte man met een eigen stijl en verhaal’, zoals Fantastic Man die definieerde, terug in advertenties voor bier en mode, de typische jaren-zeventig-vormgeving werd gekopieerd door andere tijdschriften en internetsites- en blogs (Mr Porter, The Sartorialist).

Welke man in het blad komt is vaak een kwestie van gevoel. Hij hoeft niet beroemd zijn, maar moet wel een zekere bekendheid hebben. Hij is iemand voor wie de makers bewondering hebben (ontwerper Helmut Lang) of hij is hun jeugdidool (zanger Bryan Ferry). Niet de nieuwste James Bond-acteur, want die staat al op zeven andere covers. Wel Kyle MacLachlan, nu op de cover van het herfst/winternummer. De acteur speelt een hoofdrol in de televisieserie Twin Peaks. „Iedereen van mijn generatie heeft de serie gezien, maar de man erachter kennen we niet.” Cruciaal is dat de coverman niet „iets te verkopen heeft”. Geen film of boek te promoten, alleen zijn eigen verhaal.

Fantastic Man is geen modeblad. Er staan sporadisch modereportages in, geen shoppingpagina’s over wat er zoal te koop is, geen do’s en don’ts. „Mode interesseert ons niet”, zegt Gert Jonkers. „Wij houden van kleren.”