Zijn we niet te streng voor al die vermeende jihadisten?

In terrorismezaken zet justitie steeds te hoog in. Misbruik van strafrecht, vindt de verdediger van diverse jihadverdachten.

Uit frustratie gooide Azzedine C. tijdens het gesprek met zijn advocaat een pen tegen de muur. Er brak een stukje af, dat hij niet meer kon terugvinden. „We wisten allebei wat dat betekende”, zegt André Seebregts, die zijn cliënt opzocht op de terroristenafdeling (TA) in Vught.

De balpen moest heel worden ingeleverd. Anders zou Azzedine worden gevisiteerd. Hij weigerde. De bewaker zei: „Meneer Seebregts, ik verzoek u nu de ruimte te verlaten.” Toen stormden acht bewakers binnen om Azzedine tegen de grond te werken, een stok in zijn knieholte te duwen, zijn kleren uit te trekken en zijn benen te spreiden om in zijn anus te kijken. Seebregts krijgt er nog kippenvel van.

Het terrorismebeleid is doorgeschoten, vindt de 44-jarige advocaat die vandaag Azzedine C. (alias Abou Moussa) verdedigt. De Haagse prediker is hoofdverdachte in het jihadproces in de „bunker”, de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam. Ruim een jaar lang werd Azzedine C. verdacht van ronselpraktijken. Hij zou moslimjongeren hebben gerekruteerd voor de jihad in Syrië. Vorige week bleek dat het Openbaar Ministerie (OM) die beschuldiging niet hard kan maken. C. wordt nu nog vervolgd voor opruiing en lidmaatschap van een terroristische organisatie.

Vast wegens stoerdoenerij

Opvallend dat het OM zijn verdenking voor ronselen intrekt terwijl er niets aan het strafdossier is veranderd, zegt Seebregts. „Waarom kon het OM niet vorig jaar bedenken dat het deze beschuldiging niet kon hardmaken?” De advocaat ziet een patroon: justitie zet in terrorismezaken steeds te hoog in. Het strafrecht wordt volgens Seebregts zo „misbruikt”. Potentiële jihadisten worden „voor de zekerheid” opgesloten in het allerzwaarste gevangenisregime – de terroristenafdeling (TA) – en pas daarna wordt uitgezocht of er genoeg bewijs voor is.

Seebregts stond de afgelopen twee jaar diverse terrorismeverdachten bij die volgens hem zonder harde bewijzen op de TA zijn geplaatst. De 33-jarige Kaya K. zat er omdat het OM dacht dat hij in Syrië wilde gaan vechten. Dit was niet te bewijzen. De Iraakse Nederlander Mohammed G. werd ontslagen van rechtsvervolging na een verblijf op de TA omdat hij naar Syrië zou willen. Arnhemmer Adil C. zat er omdat hij duizend euro zou hebben overgemaakt aan een bevriende Syriëganger. Ook hij is weer vrij.

De Amsterdamse Marokkaan Mohamed B. had op Facebook zitten bluffen over de jihad en werd opgepakt als potentiële terrorist. De rechter sprak hem vrij. „Hij heeft wel elf maanden onterecht op de terroristenafdeling gezeten vanwege stoerdoenerij”, aldus Seebregts. Hetzelfde geldt, zegt hij, voor Salim S., ex-zwerver met psychische problemen die een Syrische asielzoeker zou hebben proberen te ronselen voor IS. Volgens Seebregts ongeloofwaardig, maar toch een verblijf op de TA waard.

Het strafrecht was altijd het ultimum remedium: je zet het in als niets anders meer werkt. Maar dat is in terrorismezaken aan het veranderen. Het OM ziet het strafrecht in deze zaken als optimum remedium, zei de aanklager in het Haagse jihadproces twee weken geleden. Justitie let vooral op hoe effectief het is een potentiële jihadist van de straat te halen. Zo kan een aanhouding verstorend werken in een groep die van plan was naar Syrië te gaan: de rest schrikt er zo van, dat ze van hun voornemen afzien. Of het leidt tot een veroordeling, is van ondergeschikt belang. „We moeten ons realiseren dat het bijna onvermijdelijk is dat we zo nu en dan een zaak hebben waarbij we te weinig bewijs hebben”, vertelde een officier van justitie onlangs in het justitiële vakblad Opportuun. „Als het risico te groot is, grijp je bij twijfel eerder in.”

Zijn we niet doorgeschoten?

Volgens Seebregts leidt deze aanpak ertoe dat rechten worden geschonden. „Vroeger lieten we liever tien schuldigen vrijlopen dan dat er één onschuldig vastzat. Nu niet meer. De houding van het OM is: ‘Waar gehakt wordt, vallen spaanders.’  De vraag is of het medicijn niet erger gaat worden dan de kwaal.”

„Ik snap dat we met terrorisme liefst geen enkel risico nemen. Maar het moment is gekomen om ons af te vragen of we niet zijn doorgeschoten in ons veiligheidsdenken. De aanpak van het OM leidt ertoe dat er minder gewicht wordt toegekend aan de rechten van burgers. De rechtsstatelijke waarborgen zijn in het geding.”

Vandaag voert Seebregts de verdediging van Azzedine C., tegen wie zeven jaar cel is geëist omdat hij op social media zou hebben opgeruid tot terrorisme. „Zeven jaar is disproportioneel”, zegt Seebregts. „Terrorisme was: aanslagen op burgers. Het OM is het veel ruimer gaan zien. Azzedine zou een terrorist zijn omdat hij het goed vindt dat er wordt gestreden tegen een ronduit ‘abject regime’. Niet mijn woorden: zo heeft de Haagse rechtbank het regime van de Syrische president Assad genoemd . Wanneer het om abjecte regimes gaat, gaat vrijheid van meningsuiting verder. Het is iets anders dan wanneer je zegt dat er gestreden moet worden tegen de regering Rutte.” Seebregts zal vandaag vragen om vrijspraak.