Yannick en het Rotterdams magistraal in Tsjaikovski

Russisch repertoire groeide onder de vorige chef-dirigent, Gergiev, uit tot een Rotterdamse specialiteit. Die erfenis creëerde voor zijn opvolger een spanningsveld, en Russische muziek was de afgelopen acht jaar ook maar in geringe mate Chefsache. Maar dit weekend bewees Yannick niet voor Gergiev onder te doen, ook niet in Tsjaikovski, Sjostakovitsj en Prokofjev.

Tsjaikovski’s klankgedicht Francesca da Rimini toonde het orkest in optima forma. De dynamische bandbreedte en de gelaagdheid waren grandioos, de ruimtelijke effecten subtiel en messcherp en Julien Hervé speelde de klarinetsolo zó breekbaar en mooi dat je nauwelijks durfde ademen. In verkeerde handen heeft de nogal langdradige Francesca volop potentie voor drakerige sentimentaliteit, maar Yannick maakte van haar een ijzersterk karakterstuk.

In het ‘andere’ celloconcert van Sjostakovitsj, nr. 2, maakte solist Truls Mørk verpletterende indruk met zijn intense spel en ziedende, loepzuivere toon. Het Tweede celloconcert is geen vehikel om vingervlugheid te etaleren, maar vergt het vermogen diep in de op papier eenvoudige noten door te dringen. Van de gure lijnen van het openingsdeel tot de huiveringwekkende nepvrolijkheid van het middendeel en het dolgedraaide, vastlopende slot groef Mørk zich adembenemend in, perfect ingetuned op het orkest. Prokofjevs Zevende symfonie bleek daarna iets minder spectaculair, al was de uitvoering uitstekend, niet in de laatste plaats door het glockenspiel.