Wanneer is geweld extreem-rechts?

De politie is terughoudend met het label ‘extreem-rechts’. Tot verbazing van experts.

Een hakenkruis en de kreet ‘honden opgerot’ ontsierden vorige maand een asielzoekerscentrum in Waltrop, in de deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Op verschillende plaatsen in Duitsland zijn dit weekeinde weer asielzoekers aangevallen. Tientallen in het zwart geklede, gemaskerde mannen, deels gewapend met honkbalknuppels, verwondden zaterdagnacht drie asielzoekers in Maagdenburg. Hetzelfde overkwam twee asielzoekers die avond in Wismar (Mecklenburg-Voorpommeren). In Freital, bij Dresden, raakte gisteren in de vroege ochtend een asielzoeker gewond aan het hoofd toen een explosie van illegaal vuurwerk drie ramen van de slaapkamer verbrijzelde.

In de meeste gevallen is het onwaarschijnlijk dat de geweldplegers worden achterhaald of vervolgd. Bij de drie incidenten dit weekeinde werd alleen in Maagdenburg één verdachte aangehouden. Volgens de Mitteldeutsche Zeitung kon dat doordat de overval van de knokploeg werd geobserveerd door de politie.

In heel Duitsland zijn in de eerste tien maanden van dit jaar volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken zeker 600 geweldsdelicten gepleegd tegen asielzoekers. Van de precieze aantallen extreem-rechtse aanslagen op asielzoekerscentra is geen duidelijk beeld. Dat komt doordat de politie het label ‘extreem-rechts’ reserveert voor die gevallen waarbij bewezen is dat verdachten lid zijn van of banden onderhouden met organisaties die als zodanig bekend staan. Vluchtelingenorganisaties, Amadeu Antonio Stiftung en ProAsyl, gaan ervan uit dat er tot 30 oktober 431 aanslagen zijn gepleegd op centra of woningen waarin asielzoekers zijn gehuisvest.

Eerder werd duidelijk dat slechts een fractie van alle brandstichtingen bij onderkomens van asielzoekers door de autoriteiten wordt opgehelderd. Uit een analyse door de Süddeutsche Zeitung in samenwerking met de omroepen NDR en WDR, bleek dat tot half september 61 brandstichtingen konden worden geteld waarbij „een vreemdelingenvijandig motief op zijn minst niet kan worden uitgesloten”. Slechts in tien gevallen waren verdachten bekend en kon een strafrechtelijk onderzoek worden ingesteld.

Overigens is het aantal brandstichtingen de afgelopen anderhalve maand opgelopen tot 91. Het totale aantal geweldsincidenten is drastisch gestegen vergeleken met 2014: toen werden er 153 aanvallen op asielzoekerscentra geteld, waarvan 35 brandstichtingen.

Het Bundeskriminalamt (BKA), de Duitse nationale recherche, kwam in september met een daderanalyse die het lage ophelderingspercentage moest verklaren: mensen die zich schuldig maken aan vreemdelingvijandig geweld komen uit het midden van de samenleving en zijn niet meer „de klassieke rechts-extremist met strafblad”. Het BKA schreef dat rekening moest worden gehouden met „geëmotionaliseerde eenlingen, zonder ideologische verbindingen met rechtse structuren”.

Brandweerman Dirk D. (25), die op 3 oktober in Altena bij Solingen met een schoolvriend brandstichtte in het huis waar hij naast woonde omdat daar zeven Syrische asielzoekers in waren getrokken, beriep zich op dat emotionele motief. Tegen Bild zei de verdachte, die door een tip tegen de lamp liep, dat hij handelde uit angst. „Ergens was ik bang voor de vreemdelingen in het buurhuis.”

Het OM ging tot verbijstering van velen mee in deze redenering en liet de twee brandstichters na verhoor gaan. De mannen kwamen uit een stabiele sociale omgeving, waren niet vluchtgevaarlijk en er was volgens justitie geen gevaar voor herhaling. Bovendien: „Vreemdelingenhaat is niet hetzelfde als een rechts-radicale gezindheid.”

Dat oordeel riep verbazing op bij criminoloog Henning Ernst Müller die in een blog de vloer aanveegde met de redenering dat er bij de daad van D. geen sprake was van een politiek motief. Aan de telefoon verduidelijkt hij: „Dat de verdachte zou hebben gehandeld op grond van persoonlijke emotie en niet vanuit een politieke motivering vind ik zeer merkwaardig.”

Ook dat de beide mannen alleen brandstichting ten laste wordt gelegd begrijpt Müller niet: „De verdachte heeft de brandmelder doorgeknipt. Dat lijkt er toch op te duiden dat de het niet de bedoeling was van de verdachte dat de brandweer snel kwam. Hoe beoordeelt het OM dat gegeven?”

BKA-chef Holger Münch liet vrijdag weten dat hij zich intensiever gaat richten op extreem-rechts geweld. Verwijzend naar de bruine terreurcel NSU, die in 2011 werd ontdekt, zei Münch: „We willen geen nieuwe NSU en we zullen er alles aan doen zulke structuren te verhinderen.”