Vijf vragen over de zaak Endstra

Foto NRC/ Maurice Boyer

De zaak tegen drie verdachten van de moord op vastgoedhandelaar Willem Endstra is vandaag begonnen. Wie wilde hem dood en waarom?

Op maandag 17 mei 2004 wordt vastgoedbaron Wim Endstra voor zijn kantoor aan de chique Apollolaan in Amsterdam-Zuid geliquideerd. Iets na twaalven schiet een man hem van dichtbij door het hoofd. Vandaag staan twee in Alkmaar geboren Turkse neven terecht voor deze moordaanslag. Een derde verdachte verblijft vermoedelijk in zijn geboorteland Turkije en wordt bij verstek berecht. Vijf vragen over de meest besproken moord in de Amsterdamse onderwereld.

1. Wie was Endstra?

Willem Alexander Arnold Peter Minne Endstra (1953), zoon van een Amsterdamse ondernemersfamilie, begon in de jaren tachtig te handelen in vastgoed met geld van de familie. Die handel groeide zo snel dat Endstra, Wim voor intimi, eind jaren tachtig naast het familiebedrijf in spoorwegmaterieel een eigen vastgoedbedrijf startte: Convoy Vastgoed. Endstra was een harde werker en een gewiekst zakenman, daarover bestaat geen twijfel, maar hij nam ook graag risico’s.

Al vroeg in de jaren tachtig kwam hij in aanraking met de onderwereld, zo beschrijft vriend en hasjhandelaar Willem de Moor in zijn boek De Penozejaren van Kleine Willem. Volgens De Moor was Endstra een goedgehumeurde vriendelijke man die zich aangetrokken voelde tot de onderwereld. De Moor beschrijft hoe hij ooit geld leende van Endstra ter financiering van een hasjtransport: „Endstra was een thrillseeker, iemand die hield van de spanning.”

Wat begint als een vriendendienst groeide uit tot een serieus verdienmodel. Grote criminelen beleggen tientallen miljoenen aan drugsgeld bij Endstra die er op grote schaal vastgoed van koopt. In 1992 wordt hij aangehouden omdat de politie hem verdenkt van het witwassen van de criminele winsten van een grote Nederlandse xtc-bende. Bij een van de verdachten werd intertijd 11 miljoen gulden in contanten gevonden. Endstra komt met de schrik vrij en krijgt de aanklacht van tafel met een schikking.

2. Wat was de rol van Endstra in de onderwereld?

Ondanks zijn aanvaring met justitie behoudt Endstra zijn status als bonafide vastgoedhandelaar en groeit hij in de loop van de jaren negentig uit tot een van de grootste particuliere vastgoedinvesteerders van het land. Hij verdient er een solide plek mee in de rijkenlijst van zakenblad Quote.
Die dankt hij aan zijn goede contacten met bankiers en, minder bekend, aan de contante cashflow van zijn criminele cliëntèle. Hij slaagt erin miljoenen aan contant drugsgeld te investeren in vastgoed, ondanks de toenemende aandacht voor witwassen. Endstra verdient er zijn latere bijnaam mee: „bankier van de onderwereld”. Het vermoeden bestaat dat op enig moment de helft van zijn vermogen een criminele herkomst had. Endstra schatte dat vermogen op zijn hoogtepunt op ruim 200 miljoen euro.

Als een van zijn cliënten van het eerste uur, de xtc-handelaar Ronald van Essen, aan het einde van de vorige eeuw zijn geld terugwil, komt Endstra terecht in een conflict dat uitloopt op een onderwereldoorlog. Na een mislukte moordaanslag op Van Essen eind 1999 zoekt Endstra steun bij Heinekenontvoerder Willem Holleeder met wie hij sinds het midden van de jaren negentig bevriend is geraakt.

De ruzie om het bij Endstra belegde criminele vermogen eist vanaf 2000 vele slachtoffers. Aan het begin van deze Amsterdamse onderwereldoorlog trekken Endstra en Holleeder met elkaar op. Maar dat verandert in 2002. In dat jaar krijgt Holleeder ruzie met John Mieremet, een crimineel kopstuk die zijn status vergaarde met handel in drugs en wapens. Vanaf het najaar van 2002 wordt Endstra door zowel Holleeder als Mieremet afgeperst.

3. Waarom moest Endstra dood?

De druk op Endstra wordt zo groot dat hij in 2003 in gesprek gaat met de politie. Hij is zo bang dat Holleeder dit te weten komt dat Endstra alleen praat op de achterbank van een rijdende auto.

Tijdens deze zogeheten „achterbankgesprekken” met de politie vertelt Endstra uitvoerig over de onderwereld en zijn eigen rol. De politie probeert Endstra over te halen om in het openbaar te getuigen tegen Holleeder, maar dat durft hij niet.
Begin 2004 kapt hij het contact met de politie af en onderzoekt hij de mogelijkheid om Holleeder te laten liquideren. Hij benadert een aantal Hells Angels maar zij voeren het plan niet uit. Uiteindelijk wordt Endstra zelf vermoord.

Volgens zijn zus Astrid wist Willem Holleeder dat Endstra plannen had om hem te vermoorden. Op een opname die Astrid in het geniep maakte is te horen dat Willem Holleeder zegt: „Endstra heb me willen pikken, daarom (….) heb ik het gedaan.” Tegen zijn andere zus Sonja zei Willem Holleeder: „Het was hij of ik.”
Na de liquidatie van Endstra zijn er twee grote onderzoeken gestart. Eén naar de moord op Endstra en één naar de afpersing van Endstra door Holleeder die in 2007 werd veroordeeld tot negen jaar cel. De verdachten van de moord op Endstra zijn al sinds 2006 in beeld maar de echte doorbraak kwam pas in 2011 toen de vermoedelijke schutter via dna-sporen kon worden gekoppeld aan het moordwapen.

4. Wie staan er nu terecht?

De vermoedelijke schutter is een Rus: Namik Abbasov. Zijn dna is gevonden op kogelhulzen, en een rode jas die samen met het moordwapen werd gevonden in een gestolen auto. Abbasov, die vertelde dat zijn advocaat werd betaald door de groep Holleeder, is echter in het voorjaar van 2012 in een Nederlandse cel overleden aan een hersenbloeding.

De man die wordt verdacht van het organiseren van de moord, Ziya G., is sinds 2006 niet meer in Nederland gesignaleerd. Hij was volgens justitie de leider van een groep criminelen die in Alkmaar en Amsterdam contact had met Holleeder. De andere twee verdachten zijn Turkse neven die in Alkmaar werden geboren: Ozgür C. en Ali N.

Deze twee mannen hebben volgens justitie geholpen bij het uitvoeren van de moord. Daarvoor zijn alleen indirecte bewijzen. Zo is de vingerafdruk van Ozgür C. gevonden op een parkeerkaartje dat op de ochtend van de moord vlakbij het kantoor van Endstra is gekocht. Het kaartje lag in een gestolen autobus die op een minuut lopen van de moordplaats was geparkeerd. Volgens de politie werd deze bus als uitvalsbasis gebruikt. In de bus zijn ook sporen gevonden van de vermoedelijke schutter Abbasov.

Naast dit bewijs zijn er verklaringen van de vriendinnen van de verdachten die hebben verteld dat de twee neven zich na de moord op Endstra verdacht gedroegen en over veel geld beschikten. Daarnaast is er een getuigenis van een Turkse crimineel, Hidr K., die deel uitmaakte van de groep rond Ziya G. Hij heeft belastend verklaard over de betrokkenheid van de twee neven. Zijn verklaring is pas eind 2014 aan het strafdossier toegevoegd nadat hij een omstreden regeling had getroffen met justitie. Hij wilde optreden als getuige op voorwaarde dat hij geld kreeg om zichzelf te kunnen beschermen.

5. Waarom staat Holleeder niet terecht?

Willem Holleeder was al sinds de dood van Endstra in beeld als mogelijke opdrachtgever van de moord. Maar ondanks zijn veroordeling voor de afpersing van Endstra in 2007 was er nooit voldoende bewijs om hem voor moord te vervolgen. Daarom is hij in deze strafzaak nooit als verdachte aangemerkt.

Eind 2014 is justitie een aparte zaak gestart tegen Holleeder mede op basis van de verklaringen van Hidr K. en de verklaringen van zijn zussen Astrid en Sonja Holleeder en zijn ex-vriendin Sandra Klepper. Zij stellen dat Holleeder achter de moord op Endstra zit en ook nog vier andere mannen uit de Amsterdamse onderwereld heeft laten liquideren. Het onderzoek naar de rol van Holleeder bij die vijf moorden is in volle gang. De verwachting is dat deze zaak medio 2016 in een openbare zitting zal worden behandeld. De behandeling van de zaak tegen de drie Turkse verdachten zal enkele weken in beslag nemen. De rechtbank zal waarschijnlijk eind december of begin januari 2016 uitspraak doen.