Turkije omarmt zijn sterke man

President Erdogan heeft gegokt en gewonnen. Als Europa met Turkije belt om zaken te doen over vluchtelingen of Syrië is voortaan duidelijk wie er opneemt. Er zijn zorgen over Erdogans autoritaire neigingen.

Een Turkse man kust een foto van president Erdogan op een krant die vanochtend uitpakt met de winst van regeringspartij AKP bij de parlementsverkiezingen. Erdogans partij herwon haar meerderheid. Foto Hussein Malla/AP

Bang voor het oplaaiende geweld om hen heen, zijn veel Turken terug gevlucht in de armen van de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) van president Tayyip Recep Erdogan. De AKP behaalde opnieuw een absolute meerderheid in het parlement. In Turkije blijft de AK Partij alleen de dienst uitmaken.

Als Europa de komende jaren met Turkije wil bellen om zaken te doen over vluchtelingen of de oorlog in Syrië, is duidelijk wie er opneemt. De verkiezingsuitslag heeft de positie zeker gesteld van Erdogan, een van de oprichters van de AKP en haar onbetwiste leider. Zondagavond bedankte de president de bevolking in een geschreven boodschap voor het „verdedigen van de toekomst van Turkije”. Kiezers stemden zondag volgens Erdogan tegen „het duistere gezicht van terreur” dat zich in Turkije na de vorige verkiezingen liet zien.

De opvallend grote winst van de AKP, die bijna 9 procentpunt groeide, is vooral te danken aan een compromisloze opstelling tegen gewapende Koerdische opstandelingen van de PKK, die het goed doet bij Turkse nationalisten.

In de vijf maanden sinds de vorige verkiezingen kwam de 2,5 jaar oude wapenstilstand met de PKK ten einde. Het zuidoosten, waar veel Koerden wonen, veranderde in een oorlogsgebied waar het dagelijks leven vrijwel tot stilstand is gekomen.

Vrees voor chaos

De AKP wist kundig de vrees onder de Turkse bevolking voor verdeeldheid en chaos aan te wakkeren met een campagne die, met een stevige grip op de media in Turkije, die van alle andere partijen overheerste.

De uitslagen laten zien dat zowel ultranationalisten als een deel van de Koerden geloof hechten aan de verzekering van de AKP dat deze als enige kan zorgen voor voorspoed en stabiliteit. Ook de linkse HDP, die voortkomt uit de Koerdische beweging, leed verlies en haalde dit keer maar net de kiesdrempel van 10 procent.

De uitslagen weerspiegelen de extreme omstandigheden waaronder de campagnes zijn gevoerd. In de vijf maanden sinds de vorige verkiezingen, die over moesten omdat er geen wil was een coalitie te vormen, is de situatie in het land ingrijpend veranderd.

Ingebakken weerzin

Het land werd bestuurd door een door de AKP gedomineerde interim-regering. Die trok zich weinig aan van haar beperkte mandaat en nam grote besluiten. Turkije speelt na lang aarzelen een hoofdrol in de internationale coalitie die IS bestrijdt in Syrië en Irak. Tegelijk verklaarde de regering de oorlog aan iedereen die ze als terrorist beschouwt en viel de PKK in Irak aan.

Intussen pleegde terreurgroep Islamitische Staat (IS) meerdere zelfmoordaanslagen die 135 levens eisten, ook in de hoofdstad Ankara. Televisiedebatten ontbraken. In plaats daarvan was in nieuwsprogramma’s te zien hoe tijdens de vele begrafenissen zware beschuldigingen aan het adres van politici werden geuit.

Het overheersende gevoel was dat van onveiligheid, gecombineerd met een ingebakken weerzin tegen coalities, die een slechte reputatie hebben. De laatste coalitieregering was tijdens de diepe financiële crisis van 2001.

Die zorgen wonnen het van het groeiende onbehagen over machtsmisbruik door de AKP en uitholling van de gebrekkig functionerende democratie. Turkse kiezers hebben de AKP ruimte gegeven door te gaan met het volgende punt dat hoog op de agenda staat: invoering van een presidentieel systeem. Een sterke leider als antwoord op het geweld en de chaos.

Lees ook: Voor welke problemen staat Erdogans Turkije?