Religieonderwijs is juist nu heel hard nodig

Kennis van religie is, net als van Engels en economie, nodig om de wereld van deze tijd te begrijpen, vinden vijf jonge religiewetenschappers.

Palmyra, Syrië. In augustus blies IS deze tempel van de hemelgod Baal Shaamin op, gebouwd in de tweede eeuw na Christus. Foto Wikipedia

Er is iets vreemds aan de hand met religie in Nederland. Met grote regelmaat vliegen half geïnformeerde stellingen over Mohammed en ‘de islam’, over de joods-christelijke wortels van Nederland en over de al dan niet progressieve aard van paus Franciscus ons om de oren. Ondanks dit alles is religie op onze scholen vaak het ondergeschoven kindje. Leerlingen in het openbaar onderwijs krijgen nauwelijks les over religie, terwijl de scholen die godsdienst wel onderwijzen dit doen vanuit een levensbeschouwelijke visie, en niet vanuit een onafhankelijke, kritische blik op de rol van religie in onze wereld. Als we jonge Nederlanders willen voorbereiden op een geglobaliseerde maatschappij, waarin religie steeds nieuwe rollen krijgt toebedeeld, zal er snel iets moeten veranderen.

Het Platform Onderwijs 2032 presenteerde kortgeleden een conceptadvies voor het onderwijs van de toekomst, maar liet een uitgelezen kans schieten om het religieonderwijs te versterken. Burgerschap is het toverwoord van het advies, en grondwaarden zoals democratie en mensenrechten moeten ervoor zorgen dat leerlingen niet alleen ‘vaardig’ worden, maar ook ‘aardig’ en ‘waardig’. Het advies ziet geen rol voor religieonderwijs, gezien de afname van ‘traditionele vormen van houvast zoals godsdienst’. Met andere woorden: religie is achterhaald in onze ontkerkelijkte samenleving en kan daarom genegeerd worden in het onderwijs.

Sla de krant open en zie dat deze redenering de plank flink misslaat. Wereldwijd neemt de hoeveelheid gelovigen juist toe. Volgens het Amerikaanse onderzoeksinstituut Pew zal in 2050 87 procent van de wereldbevolking religieus zijn (tegen 84 procent nu). John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, stelde onlangs niet voor niets: „Ik zeg vaak dat ik, als ik opnieuw zou kunnen kiezen, religiewetenschappen zou studeren in plaats van politicologie. Want religieuze actoren en instituties spelen een belangrijke rol in alle regio’s van de wereld en in bijna alle vraagstukken van de Amerikaanse buitenlandse politiek.”

Met Kerry stellen wij dat kennis van religie essentieel is om de wereld van de 21ste eeuw te begrijpen. De leerlingen van nu zijn de diplomaten, politici en zakenlui van de toekomst. Of het nu de Arabische wereld, de VS, China, of Latijns-Amerika zal zijn, toekomstige burgers zullen terecht komen in maatschappijen waar religie een dominant referentiekader is. Als Nederland internationaal een rol van betekenis wil spelen, kan het zich niet veroorloven om wereldvreemd te zijn. Maar ook op nationaal niveau is religieonderwijs van fundamenteel belang. De laatste decennia is er veel debat geweest over ’de islam’ en de Nederlandse ‘joods-christelijke cultuur’. Hierbij is vaak niet duidelijk wat er bedoeld wordt: is ‘de islam’ inderdaad een ideologie of toch een religie? Hoe heeft het religieuze verleden het huidige Nederland gevormd? Het helpt natuurlijk niet wanneer scholieren nauwelijks iets meekrijgen over religie. Inzicht in de verschillende vormen van de islam, jodendom en christendom is onontbeerlijk in een religieus-pluriforme maatschappij als Nederland.

Kortom, bij de hedendaagse samenleving hoort goed religieonderwijs. Hiermee bedoelen we niet catechese of levensbeschouwelijke vorming. Wij zien een noodzaak voor kritisch, onafhankelijk onderwijs over religie. We noemen dit religiekunde. Religiekunde werkt vanuit een neutraal en religiewetenschappelijk perspectief. Het besteedt aandacht aan de geleefde religie van gelovigen, maar stelt ook leerlingen in staat om kritisch te kijken naar religie.

Of je de toekomst van religie een warm hart toedraagt of niet is niet de vraag. Kennis van religie, net als kennis van Engels en economie, is simpelweg noodzakelijk om de uitdagingen van de 21ste eeuw aan te gaan. We kunnen ons hoofd niet in het zand steken en hopen dat religie als vanzelf verdwijnt. Daarom pleiten wij voor een vaste plek voor religiekunde in het voortgezet onderwijs.