Column

Plagiaat

Een opmerkelijke reactie op de plagiaataffaire van De Volkskrant kwam zaterdag van Sytze van der Zee, oud-hoofdredacteur van Het Parool. „Als eindverantwoordelijke heeft Remarque [hoofdredacteur] dik boter op zijn hoofd”, schreef hij in een ingezonden brief in De Volkskrant.

Van der Zee vond dat Remarque „die verantwoordelijkheid niet kan afwentelen op een narcistische jongeman (…).” Hij vroeg zich af hoe het mogelijk was dat een stagiair van 19 in een korte periode zeventig artikelen kon schrijven over belangwekkende onderwerpen. Uit zijn tijd herinnerde hij zich dat stagiairs er in eerste instantie waren om „berichten te tikken en hand- en spandiensten te verlenen.”

Die herinnering komt overeen met mijn eigen ervaring. Toen ik in de jaren zestig als twintiger bij een provinciale krant begon, zat ik de helft van de tijd voornamelijk proefstroken te corrigeren. Die werden vanuit de zetterij in een koperkleurig, ijzeren bakje via een smalle koker omhoog gestuurd, waarna ik ze na correctie zo snel mogelijk moest retourneren.

Verder zat ik simpele berichtjes te tikken, hield de telexrollen in de gaten en kletste wat met collega’s, onder wie leeftijdgenoot Henriëtte, de latere echtgenote van burgemeester Jozias van Aartsen. In mijn vrije tijd schreef ik – toen al – columns die nog afgedrukt werden ook, tot bedroefdheid van mijn zeer roomse hoofdredacteur als hij ze anti-katholiek vond. Dat klopte soms – ik herinner me een spottende column over aflaten.

Waarom een goede krant als De Volkskrant een onervaren jongen zoveel belangrijk werk laat doen, weet ik niet. De hoofdredacteur noch de ombudsvrouw van die krant geeft daarop een duidelijk antwoord. Misschien lag het aan de werkdruk op de redactie; ik neem aan dat die veel hoger ligt dan destijds bij mijn eerste krant. Overigens heeft Remarque, in tegenstelling tot wat Van der Zee constateert, in zijn eerste bekendmaking in zijn krant wel degelijk „de volle verantwoordelijkheid” voor dit plagiaat op zich („en andere leidinggevenden”) genomen.

Deed De Volkskrant er goed aan de naam van de stagiair te noemen? Waarom niet bij een zware misdadiger en wel bij een jonge stagiair? Remarque heeft daarvoor goede redenen aangevoerd, zoals de waarschijnlijkheid dat die naam via internet snel onthuld zou worden. Toch blijft het wringen. Zo noemt De Volkskrant, net als NRC Handelblad, de moordenaar van Fortuyn wel „Volkert van der G.”, ook al weten we allemaal hoe die achternaam luidt. Het heeft wel iets chics om daarmee door te gaan, vind ik. „Dat een naam elders, bijvoorbeeld op internetsites, wél volledig wordt gemeld ontslaat ons niet van de plicht een eigen afweging te maken”, stelt het Stijlboek van NRC Handelsblad terecht.

In dit verband is een vraag van een andere briefschrijver in De Volkskrant relevant: verdient die stagiair geen tweede kans? „Een tweede kans verdienen veel mensen. Zeker op deze leeftijd, met talent en ambitie.” Bovendien, zeg ik erbij, in progressieve kringen is men toch altijd zo voor tweede kansen?

Remarque zal tegenwerpen dat de stagiair al een tweede kans had gekregen na een waarschuwing; maar die waarschuwing betrof een vrij licht vergrijp. De toekomst van een jonge man staat op het spel. Het risico van recidive lijkt me zeer gering. Ik pleit, edelachtbare, voor een laatste kans bij het bedrijf dat hem te vroeg te veel kansen gaf, juist ook omdat de leiding van dat bedrijf „de volle verantwoordelijkheid” voor dit plagiaat op zich heeft genomen.

Frits abrahams