Onderwijs moet vooral stampen zijn

Weer een onderwijsrapport dat pleit voor minder feiten. Maar feiten stampen moet juist, vindt Sebastien Valkenberg.

Illustratie kap

Even dacht ik dat er een krant van uit de beginjaren van deze eeuw op de deurmat was gevallen, toen onderwijskundigen het Nieuwe Leren onlangs aanprezen. Maar nee, er stond toch echt dat het 2015 was. Het Platform Onderwijs 2032 had zijn aanbevelingen een dag eerder gepresenteerd en mocht die nu in het ochtendblad toelichten. Oude wijn in nieuwe zakken, ik kan niet anders zeggen.

Meest in het oog springend was de zoveelste oorlogsverklaring aan de feiten. Rijtjes stampen, historische data inprenten – het zou weer eens een hopeloos gedateerde methode zijn. „De betekenis van kennis is veranderd,” aldus Platformvoorzitter Paul Schnabel in een interview met Trouw. Niemand weet nog wanneer koning Willem III regeerde, maar hoe erg is dat eigenlijk. „Tegenwoordig pak je je mobieltje erbij. Vroeger zat kennis in je hersenen en boeken, nu is dat de computer.”

Ironisch. De retorische vraag naar de regeerperiode van Willem III is bedoeld om het belang van historisch besef te relativeren. In werkelijkheid relativeert de opmerking zichzelf. Onbedoeld laat ze zien waartoe een gebrek aan historisch besef leidt. Iets meer kennis van het recente verleden had geleerd dat de Schnabel-claim niet het unieke inzicht is waarvoor het gehouden wordt.

Hoe heette het destijds ook alweer? „Leren is in de eerste plaats een proces van kennisconstructie door de leerling zelf, waarbij wordt verondersteld dat kennis vaak niet kan worden overgedragen door de docent, maar juist ge(re)construeerd moet worden door de leerling zelf. […] Er is dus geen sprake van docentgestuurd leren, maar van zelfverantwoordelijk leren in de zin dat leerlingen meer verantwoordelijkheid krijgen in het stellen van eigen leerdoelen en het reguleren van het eigen leerproces.”

Nee, dit is geen fragment uit het nieuwste boek van filosoof Peter Sloterdijk en ook geen hermetische poëzie. Het komt uit de notitie Leren van het nieuwe leren van het Kohnstamm-instituut uit 2006. De teneur: een docent die vertelt en een leerling die luistert, dat kan echt niet meer. En het reguleren van het eigen leerproces is beleidsjargon voor het gebruiken van ICT-toepassingen – de computer en smartphone van Schnabel.

Feiten hoeven niet meer in het hoofd, want alles staat op internet. Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Een gesprek voeren wordt tomeloos gecompliceerd. Doodvermoeiend als je gesprekpartner elk woord opzoekt („Momentje hoor”) en moet googlen wanneer de Tweede Wereldoorlog ook alweer plaatsvond.

Onwerkbaar dus, deze outsourcement van onze kennis naar een externe geheugen. Maar, en dit weegt nog zwaarder, ook nogal misplaatst om dit te bepleiten. Het mag dan mogelijk zijn om alles op te zoeken, maar waarom zou je dat überhaupt doen? Daar moet een prikkel aan vooraf gaan. Je moet eerst het vermoeden hebben dat iets niet klopt en dat veronderstelt de aanwezigheid van een zekere basale kennis.

Stel dat iemand het heeft over de Tweede Wereldoorlog, die in 845 begon… Hopelijk gaan de alarmbellen af. Die kunnen echter alleen af gaan dankzij de wetenschap dat 1939 het startjaar was. Als het ontbreekt aan historisch besef, is er geen enkele aanleiding om te interrumperen. Die schat aan informatie op internet blijft ongebruikt. Het dwaallicht dat de Tweede Wereldoorlog in de Middeleeuwen situeert, kan gewoon doorratelen.

Het is een denkbeeldig scenario, maar daardoor nog niet onrealistisch. Onlangs haalde wetenschapsjournalist Simon Rozendaal het volgende voorval aan. Een leerlinge heeft zojuist een spreekbeurt gehouden over de Eerste Wereldoorlog. Heel boeiend, aldus haar juf. Maar wel een beetje jammer dat Anne Frank niet voorkwam in haar voordracht.

Slordig, maar we vergissen ons allemaal weleens, nietwaar? Het is een te milde benadering, ben ik bang. Was het maar zo dat je het verlies aan parate kennis gewoon opvangt door Wikipedia vaker te raadplegen. Vermoedelijk is de schade groter. Alleen blijft dit buiten beeld als je kennis reduceert tot een set weetjes. Vroeger sloeg je die in je hoofd op, nu haal je die gewoon elders. Tja, op deze manier speelt er weinig meer dan een logistieke kwestie.

Vereng kennisoverdracht tot het aanbieden van feiten en – zie de verwijzing naar de regeerperiode van Willem III – je kunt er een leutige opmerking over maken. Maar leerlingen importeren niet alleen informatie, maar ontwikkelen ook nuttige vaardigheden. Vrijwel ongemerkt, maar het gebeurt wel.

Verbanden leggen, hoofd- van bijzaken onderscheiden, je woordenschat vergroten. In een stichtelijke bui mag je het rijtje uitbreiden met: doorzetten, geduld betrachten. Het zijn vaardigheden waar je een leven lang van profiteert.

Letterlijk zelfs. Ik zal me wel schuldig maken aan economisme, maar de meest klassieke opleiding is ook de meest profijtelijke, blijkt uit onderzoek van Elsevier. Gemiddeld genomen verdienen gymnasiasten later meer dan ‘gewone’ vwo’ers.

Ze hebben eigenschappen die ervoor zorgen dat ze succesvol zijn, licht hoogleraar arbeidseconomie Lex Borghans de uitkomst toe.

Overigens hoef je ouders van schoolgaande kinderen dit niet uit te leggen. Ze staan te dringen voor de poorten van de categorale gymnasia, elk jaar weer. Kennelijk is het helemaal geen bezwaar dat leerlingen talen (Grieks, Latijn) bestuderen die zo dood zijn als een pier en eindeloze reeksen vervoegingen en verbuigingen moeten kennen. Uit hun hoofd.

Een paar jaar terug deed de parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem onderzoek naar de noviteiten in het onderwijs. De toon was kritisch. Zo pleitte ze ervoor om didactische vernieuwingen niet klakkeloos te voeren, zo was het in het verleden te vaak gedaan. Platform Onderwijs 2032 zou er goed aan doen het rapport nog eens te raadplegen.

Schnabel kan het gewoon vinden via zijn smartphone of computer. Maar zonder ironie: hij heeft dit natuurlijk niet nodig. Hij is universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Zo’n prestigieuze aanstelling krijg je alleen maar door een leven lang te doen waar hij nu zo lichtzinnig over spreekt: door kennis in zijn hersenen te stampen.