Misschien wel de beste rugbyploeg ooit

Nieuw-Zeeland versloeg Australië in de finale van het WK. De bekroning voor een unieke generatie rugbyers.

Topscorer en man van de wedstrijd Dan Carter (rechts) van Nieuw-Zeeland in duel met Australiër Sekope Kepu.

Snelheid, koelbloedigheid, brute kracht, sluwheid. En Daniel Carter. De verschillen tussen de machtige All Blacks en de rest van de rugbywereld werden zaterdag op een kolkend Twickenham in Londen nog één keer aangetoond. Na een zinderende finale, waarin Australië maar niet wilde opgeven, prolongeerde Nieuw-Zeeland als eerste rugbyploeg in de geschiedenis de wereldtitel.

De overwinning in de eerste WK-finale tussen beide aartsrivalen (34-17) leverde de All Blacks hun derde Webb Ellis Cup op, na 1987 en 2011. En voor het eerst nam de Nieuw-Zeelandse sterrenploeg de gouden beker in ontvangst in het buitenland.

Een dropgoal vanuit het niets

Het laatste succes van de All Blacks is de bekroning van het werk van een unieke generatie. Een ploeg die het mondiale rugby al decennia met straffe hand regeert, maar pas in 2011 echt is gaan oogsten. Het team dat zaterdagavond in Londen werd gehuldigd is volgens velen het beste ooit.

Om eens één statistiek te noemen: sinds hun vorige wereldtitel verloren ze slechts drie duels. Of één moment waarin de WK-finale feitelijk werd beslist: toen golden boy Daniel Carter (33), met Australië nog volop in de race, vanuit het niets een dropgoal maakte, met onnavolgbare, mathematische precisie. Juist hij, de man die zijn laatste duel voor de All Blacks speelde en tevens zijn eerste WK-finale. In 2011 moest hij voor de finale in eigen land geblesseerd afhaken.

Met de negentien onbetaalbare punten van zaterdag bracht Carter, op zijn laatste werkdag, zijn carrièretotaal op 1.598. De man uit Canterbury is daarmee met afstand topscorer aller tijden. Uit alle hoeken en standen scoorde hij de afgelopen twaalf jaar, honderden penalty’s en dropkicks, het resultaat van een ongekend trainingsregime dat hij zichzelf oplegde.

De koele kicker toonde zich geëmotioneerd met de mooiste prijs uit zijn loopbaan. Voor Nieuw-Zeelanders een belangrijke, omdat het succes eindelijk werd behaald op Britse bodem. De All Blacks is jarenlang verweten dat ze buiten Nieuw-Zeeland tekort kwamen als het er echt op aankwam. Met die twijfels rekenden ze de afgelopen weken hardhandig af. „Twee keer op rij de wereldtitel winnen is een droom die uitkomt”, zei man of the match Carter na de finale voor de microfoon in het stadion. „Wij proberen dingen te doen die andere ploegen nog nooit hebben gedaan. Het is een bijzonder gevoel om deel uit te maken van deze groep spelers.”

De zege van Nieuw-Zeeland, het eerste rugbyland dat drie WK’s heeft gewonnen, betekent tegelijkertijd het einde van een tijdperk. De trotse aanvoerder Richie McCaw, volgens velen de beste speler ooit, nam stralend afscheid in zijn 148ste testmatch. Zijn waarde de laatste jaren als leider van de All Blacks is, zeker na het teleurstellende WK van 2007, met geen prijs uit te drukken. De cijfers in zijn internationale loopbaan vertellen het verhaal van de ploeg die elke week weer zijn grenzen verlegde.

Afscheid van sterspelers

De selectie van de All Blacks zal drastisch worden vernieuwd, met het afscheid van Carter en McCaw, maar ook van Ma’a Nonu, Keven Mealamu, Conrad Smith en Tony Woodcock. Een deel van hen zal nog fortuin proberen te maken bij goed betalende clubs in Frankrijk, de kans dat zij het heilige zwarte shirt nog zullen dragen is minimaal. Maar het rugbygekke land heeft zoveel diepte dat de All Blacks ook bij het volgende WK, in 2019, een hoofdrol zullen spelen.

Zaterdag waren ze net te sterk voor de Wallabies, al straalden ze niet de macht uit die ze eerder dit WK hadden getoond. Het was Carter die met een penalty de eerste punten voor de All Blacks op het bord zette (3-0). De Wallabies kwamen niet toe aan aanvallen – het zat ze ook niet mee. De ploeg van bondscoach Michael Cheika verloor al snel twee cruciale spelers: Kane Douglas en Matt Giteau. Daarmee was de angel uit het Australische spel gehaald. De All Blacks profiteerden optimaal en leidden bij rust met 16-3.

Terugkomen van zo’n achterstand leek een te grote opgave voor Australië, dat in de 155 onderlinge duels met Nieuw-Zeeland sinds 1903 slechts 42 keer had gewonnen. Nieuw-Zeeland liep verder uit na de pauze. Toch leek de finale te kantelen, toen All Black Ben Smith voor tien minuten naar de kant werd gestuurd. De Wallabies knokten zich terug in de wedstrijd: 21-17. Dat was het moment voor Carter om zijn ploeg nog eens aan te sporen. Eerst die fraaie dropgoal, gevolgd door een penalty die hij vlak voor tijd van 51 meter tussen de palen kreeg (27-17). Een try van Beauden Barrett besliste het duel definitief (34-17).

De finale stond garant voor een waardig slot van een WK dat tal van records brak. Ook al werd gastland Engeland vroeg uitgeschakeld, in zes weken kwamen bijna 2,5 miljoen toeschouwers naar de stadions in Engeland en Wales, los van de tientallen miljoenen televisiekijkers.

Het WK van 2015 leerde ook dat er vooral voor Europa, en de andere landen van het noordelijk halfrond, veel werk aan de winkel is. Met vier halvefinalisten – Zuid-Afrika versloeg vrijdag Argentinië in de strijd om de derde plek – was de dominantie van het zuidelijk halfrond, aangevoerd door de All Blacks, groter dan ooit.

    • Rob Schoof