Knielen, maar dan met moeder en zoon

Illustratie Paul van der Steen

De meest succesvolle roman van na de Tweede Wereldoorlog is Knielen op een bed violen van Jan Siebelink. Er werden, alleen al in Nederland, ruim 700.000 exemplaren van verkocht. In 2009, bij het verschijnen van de vijftigste druk, merkte Siebelink in een interview op dat er ook wel een keerzijde zat aan het grote succes. „Je komt er niet zomaar overheen.” Hij zat bepaald niet bij de pakken neer en schreef na Knielen op een bed violen nog zes boeken, die stuk voor stuk net iets minder enthousiast werden ontvangen.

Met zijn nieuwe roman, Margje, opent hij vol de aanval op zichzelf, zou je kunnen zeggen, door een regelrecht vervolg te schrijven op de dikke succesroman van tien jaar geleden. De accenten liggen anders en de invalshoek verschilt, maar in grote lijnen vertelt Siebelink met Margje hetzelfde verhaal als tien jaar geleden. Nog altijd een bijzonder verhaal, met aangrijpende en ook ronduit malle kanten, maar er is betrekkelijk weinig nieuws onder de zon.

Ook nu gaat het over een tuindersgezin, aan de Velper Bergweg, dat de eindjes met moeite aan elkaar knoopt. Wel doet deze nieuwe roman een stuk eigentijdser aan, omdat hij wat losser gecomponeerd is: kortere hoofdstukken, kernachtiger zinnen, meer witregels, wispelturiger verbanden, minder bijbelcitaten, minder details ook over de rotte tanden, de zalverige praatjes, meer licht en lucht op de bladzijden. Dat leest prettig weg, al betekent het nog niet dat we met al die losheid op een onbekommerd slot afkoersen.

De aandacht gaat hier vooral uit naar moeder Margje en naar Ruben, haar oudste zoon. Was Knielen vooral een vader-zoon-roman, in Margje wordt ingezoomd op de omgang tussen moeder en zoon, die wat de zoon betreft niet innig genoeg kan zijn.

Dat is meteen een van de minpuntjes van deze nieuwe familie-saga: de wat kleffe manier waarop de omgang tussen moeder en zoon wordt beschreven. Ook tussen de broers worden soms kussen en lieve woorden uitgewisseld, terwijl ze elkaar op andere momenten dan weer een flinke loer weten te draaien.

De grote tegenstelling die Siebelink in Margje steeds opnieuw wil laten uitkomen, is die tussen de vader die zich vooral zorgen maakt om het hiernamaals en de wereldse moeder. Die tegenstelling komt niet altijd even goed uit de verf en blijft wel eens in gemeenplaatsen steken.

De vraag is natuurlijk wat de uitkomst is van deze in onderdelen heus wel geanimeerde en op het eind zelfs spannende vervolgroman. Hebben de broers Sievez zich op hun oude dag weten te ontworstelen aan hun benepen opvoeding? Nee. Allebei wonen ze nog steeds in Velp.

Onder die ogenschijnlijk zo kneuterige gieters en cyclamen, zo blijkt in het verrassend explosieve slothoofdstuk, gaat veel opgekropte woede, wraakgier en verongelijktheid schuil. Dan blijft er maar één conclusie over: ook naaste familieleden hebben, ook al durven ze dat niet hardop uit te spreken, lang niet altijd het beste met elkaar voor.