Hoogleraar, topambtenaar, topcommissaris

Een gezichtsbepalende supercommissaris van Rabobank en uitvinder van de ‘sterfhuisconstructie’.

Koopmans bij zijn afscheid in 2013. Foto Olivier Middendorp/NRC

Een boerenjongen die om het huis heen moet kunnen lopen. Zo karakteriseerde Lense Koopmans zichzelf toen hij een paar jaar geleden vertrok als president-commissaris van Rabobank.

Deze krant sprak toen met hem in zijn huiskamer in Sondel, waar hij uitzicht had op het Friese zwartbont en de Lakenvelders. Rond zijn vijftigste was hij teruggekeerd vanuit de Randstad naar zijn geboortegrond.

Koopmans, van wie dit weekeinde bekend werd dat hij op 72-jarige leeftijd is overleden, was een autoriteit in Nederland, die het liefst achter de schermen werkte. Koopmans, een jurist, promoveerde in 1968 bij econoom Jan Pen. Op zijn 29ste werd hij de jongste hoogleraar van Nederland aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zelf begeleidde hij ook vooraanstaande economen. Zo was hij de promotor van Nout Wellink, met wie hij later bevriend raakte.

Niet alleen een academicus

Maar Koopmans was te onrustig voor de academische wereld. Hij werd topambtenaar op het ministerie van Financiën en ging later het bedrijfsleven in. Tegelijkertijd bleef hij verbonden met de wetenschap en schreef samen met Flip de Kam en Nout Wellink een boek over overheidsfinanciën dat als standaardwerk geldt op Nederlandse universiteiten.

Begin jaren tachtig was Koopmans financieel directeur van handels- en bouwbedrijf Ogem (20.000 werknemers), een onderneming die in problemen kwam na omstreden overnames. Koopmans geldt als de uitvinder van de sterfhuisconstructie die toen voor het eerst werd toegepast: de levensvatbare onderdelen werden uit de failliete boedel getild, het moederbedrijf en de zieke onderdelen bleven achter.

De ondergang van Ogem kreeg veel aandacht en leidde tot jarenlange juridische procedures. ‘Bedrijvenhorzel’ Pieter Lakeman beet zich vast in de misstanden. De Hoge Raad constateerde later wanbeleid, maar dat leidde nimmer tot persoonlijke aansprakelijkheid van Koopmans. Wel meed hij sinds zijn avonturen bij Ogem de media.

Op zijn eigen manier dwong hij rehabilitatie af: door een lange reeks van invloedrijke nevenfuncties. In de pensioenwereld, bij energiebedrijven, openbaar vervoer, landbouw, kunstsector en last but not least het bankwezen.

Na zijn tijd aan de Erasmus Universiteit was Koopmans jarenlang hoogleraar economie van de gezondheidszorg aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ook was hij een van de oprichters van het Republikeins genootschap.

Bij Rabobank groeide hij uit tot ‘Mister Rabo’. Meer dan tien jaar hield hij toezicht op de directie, de laatste jaren als voorzitter.

Het coöperatieve bestuursmodel werkte volgens hem het beste voor banken. Volgens hem had de kredietcrisis aangetoond dat een bank niets te zoeken heeft op de beurs. Uitgerekend deze maand maakt ABN Amro naar verwachting zijn rentree als beursgenoteerde onderneming.