Hendrik dealde gewoon door

Wie: Hendrik

Kwestie: witwassen, drugshandel, wapenbezit

Waar: Utrecht

Wat kunnen we nog met Hendrik? De strafzitting tegen de Volendammer van 58 wil maar niet in de gebruikelijke formeel strenge toonzetting belanden. Hendrik zit in de drugs, MDMA om precies te zijn. Kennelijk al lang, gezien zijn strafblad. Hij werd vorig jaar met 117 pillen gepakt, terwijl hij voorwaardelijk vrij was van een eerdere straf van negen jaar. Daarvan had hij er zes uitgezeten – de officier wil dat Hendrik het restant van drie jaar uitzit.

Valt er nog wel wat af te rekenen met Hendrik? De verdachte heeft prostaatkanker met uitzaaiingen en zal het niet lang meer maken. „Erger dan uitzichtloos”, omschrijft hij zijn toestand aan de rechter, die opmerkt dat „u er slechter uitziet dan toen ik u de vorige keer zag”.

Voor de zitting nam hij minder morfine dan anders, om het goed te kunnen volgen. Hij hoopt de geboorte van zijn eerste kleinkind mee te kunnen maken. Hendrik draait shagjes, onder de tafel. Lage, schorre stem.

„Wanneer is uw dochter uitgerekend”, vraagt de voorzitter. Over zes weken. Daarna is het voor Hendrik wel klaar, gezien de pijn. Hij heeft zijn euthanasie voorbereid. De advocaat overhandigt een „medische update” namens de huisarts. Daarin vallen termen als „levenseindekliniek” en „morfine zonder beperking”.

Dit gaat dus over de laatste bladzij van zijn strafblad. Met de officier heeft Hendrik een transactie gesloten voor het witwassen. De Bentley, de Mercedes, de Alfa en het Fiatje 500 zijn afgestaan. Net als de aangetroffen 29.000 euro en de 22.000 Britse ponden. Voor de Beretta en de twee Walther-pistolen, de geluiddemper en de munitie eist de officier negen maanden cel, waarvan drie voorwaardelijk.

Hendrik hoort het aan. Hij kan niet verder meer lopen dan „ongeveer honderd meter”. Maar hij is enthousiast over zijn e-bike, „dan ben je nog echt even onderweg”.

De officier wil dat Hendrik na de zitting meteen weer in hechtenis gaat. De parketpolitie staat al klaar, achter in de zaal. Zij vindt Hendrik namelijk een „torenhoog recidiverisico”. Ondanks de strafzaak en zijn kanker zette Hendrik de drugshandel voort. Vorig jaar mocht hij van de rechtbank immers met een enkelband en een locatieverbod uit voorlopige hechtenis. Die vrijheid heeft hij kennelijk gebruikt.

Onlangs diende het Finse Openbaar Ministerie een verzoek in om Hendrik te mogen vervolgen, in Finland dus. Bij de rechtbank Amsterdam ligt een verzoek tot overlevering. De officier in Utrecht is oprecht boos. Een nieuwe verdenking, uit Finland, hoe kan zoiets? En háár zaak is nog niet eens klaar. Hendrik op vrije voeten is volgens haar onverantwoord, doodziek of niet.

Scandinavië is Hendriks werkterrein. De eerdere veroordeling betrof een Noors vonnis, dat hij hier mocht uitzitten. In Noorwegen kreeg hij 21 jaar, dat omgezet naar Nederlands straftarief op 9 jaar uitkwam. De vuurwapens schafte hij aan omdat hij was gewaarschuwd dat „twee serieuze jongens” van plan waren hem te overvallen. De advocaat erkent de feiten, maar vindt, gezien Hendriks gezondheidstoestand, iedere straf zinloos. De rechtbank besluit na een schorsing dat Hendrik het vonnis thuis mag afwachten.

Twee weken later veroordeelt de Utrechtse rechtbank Hendrik tot negen maanden cel. Er is principieel geen ruimte om zijn ziekte en levensverwachting mee te wegen in de straf. Wel wordt het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven „zodat verdachte een eventueel hoger beroep in vrijheid kan afwachten”. Van de Amsterdamse rechtbank mag Hendrik aan Finland worden overgeleverd.