Gevangenen blussen als boetedoening

Californië zet op grote schaal gevangenen in bij het blussen van de vele bosbranden. Uitbuiting voor gevaarlijk werk, zeggen critici. Maar eenmaal vrij zijn er onder de blussers minder recidivisten.

Gevangenen aan het werk als brandweerman in Californië. Het is dit jaar tot diep in de herfst warm en droog, waardoor het vuur voortwoekert. Foto Rich Pedroncelli/AP

Voordat Jason Schafer de gevangenis in moest, was hij een onverbloemde thug. Een schurk, met een ‘bloeiende straathandel’ in de Californische stad San Diego. „Laten we zeggen dat het slecht nieuws was als je mij tegenkwam.”

Sinds zijn arrestatie en veroordeling is zijn bestaan anders. Schafer (32) rookt niet, drinkt niet, gebruikt geen drugs. Elke dag staat hij om vijf uur op om te sporten. Hij stelt eer in zijn werk, wil op het rechte pad blijven en ooit weer een aanwezige vader voor zijn zoontje zijn.

„Ik ben niet trots op mijn verleden”, zegt Schafer, een rustige man met een secuur bijgehouden baard. „Nu zegt mijn familie dat ik een ander mens ben. Ik kijk mensen aan.”

Zoals veel veroordeelde criminelen in Californië vertelt Schafer dat er maar één reden is voor zijn gedaanteverandering. Hij kreeg de kans om te dienen als inmate firefighter: een gevangene die in een feloranje overall brandweerlieden helpt bij het bestrijden van de enorme bosbranden in de westelijke staat. „Voor het eerst doe ik iets zinvols”, zegt hij.

Omdat het dit jaar, net als vorig jaar, tot diep in de herfst warm blijft in het droge Californië, woekert het vuur voort. Bovendien maken de jaarlijkse Santa Ana-winden, ook bekend als duivelswinden, de situatie gevaarlijk. In het noorden zijn onlangs twee grote bosbranden onder controle gebracht, een herculestaak waaraan ook Jason Schafer twintig dagen lang onafgebroken bijdroeg.

Nooit eerder stond er zo veel terrein in brand in de regio (data), nooit eerder waren er zo veel gevangenen nodig om het vuur te bestrijden. Alleen wie veroordeeld is voor ‘kleine’ misdrijven – handel in softdrugs, diefstal – kan dienen als brandweerman. Pyromanen zijn niet welkom, mannen die wegens geweldsmisdrijven of wapenbezit vastzitten evenmin.

Ligt slavenarbeid op de loer?

Dat zijn de regels. Maar de samenwerking tussen brandweerdienst Cal Fire en het California Departement of Corrections and Rehabilitation was deze zomer twee keer in het nieuws. Eerst doordat sommige veroordeelden met een gewelddadig verleden wel degelijk als brandweerman bleken te werken. Daarbovenop kwam een plan om structureel minder ‘softe’ criminelen toe te laten. De vakbond van brandweerlieden wees het binnenhalen van ruigere criminelen op voorhand af.

„Het is simpel: zonder de gedetineerden kunnen we het werk niet aan”, zegt Steven Beach, de besnorde commandant van het kamp, dat schitterend verscholen ligt in het ruige laaggebergte. De bijna 5000 beroepsbrandweerlieden van Cal Fire kamperen soms wekenlang in streken met hoog brandgevaar. Meestal doen ze het werk zij aan zij met een ploeg mannen in oranje. Zo’n 40 procent van alle brandweerlieden die Californische bosbranden aanpakken, zijn veroordeelde kleine criminelen, vertelt Beach.

Op dat grote aantal is kritiek. Uitbuiting en zelfs ‘slavenarbeid’ zou op de loer liggen als je gevangenen voor een schijntje het zwaarste en gevaarlijkste werk laat doen, soms in diensten van 12 of 24 uur. Critici zoals arbeidsrechtsexpert Alex Lichtenstein zien ook wel in dat het brandweerkamp voor veel mannen – en een klein groepje vrouwen – te verkiezen valt boven niksdoen achter prikkeldraad. „Maar deze arbeiders kunnen niet bij een vakbond en kunnen niet rekenen op bescherming”, zei Lichtenstein in maandblad The Atlantic.

De door Democraten beheerste assemblee van het Californische parlement en de linkse gouverneur Jerry Brown staan helemaal achter het werkprogramma. Ze beschouwen het als een zegen voor de gevangenen én voor de bevolking, wier huizen worden gered terwijl hun dat minder belastinggeld kost. Bovendien benadrukken politici, evenals Jason Schafer en zijn bewakers, dat het een vrijwillige baan is.

Voor en na overplaatsing naar een van de 39 fire camps moeten de gedetineerden zich consequent goed gedragen. Maken ze één keer ruzie of smokkelen ze verboden zaken – zoals telefoons of sigaretten – het kamp in, dan is het enkele reis terug naar de cel. De mannen moeten zware lichamelijke en theoretische proeven doorstaan. En ze moeten er zelf voor kiezen.

Schafer: „Als je dit niet echt wilt, heeft het geen zin. Daar is het te intensief voor.” Brian Sloat, verantwoordelijk voor het toezicht op de gevangenen in het Oak Glen, beaamt dat: „Ze kunnen zo weglopen. Gebeurt vrijwel nooit.”

Het hek om het kamp is dan ook eerder bedoeld om beren buiten te houden. Dat vinden de gedetineerden, veelal jonge, taaie kerels uit de getto’s, wel zo prettig. Ze hebben nog nooit een nationaal park of een roofdier gezien. En tijdens het werk is een ontsnapping al helemaal eenvoudig. De brandweerkapiteins dienen tijdens deze diensten tevens als cipiers, maar hun hoofdzorg is de strijd tegen het vuur. Ontsnapt iemand, dan wordt hij telkens gauw teruggevonden – meestal thuis bij moeder of vriendin.

Behoefte aan sterke mannen

Inmiddels hebben ook buurstaten van Californië, zoals Nevada en Arizona, op kleinere schaal programma’s om gevangenen in te zetten als brandweermannen. Geen wonder, zegt commandant Steven Beach, want het kent uitsluitend voordelen.

Er is behoefte aan sterke, gemotiveerde mannen voor dit werk, leggen zij uit. En de mannen zíjn gemotiveerd. Er staat voor hen immers nogal wat op het spel. Ze krijgen strafvermindering, de bezoekuren zijn ruimer, de regels minder strak. Jason Schafer vertelt dat hij voor het eerst in ruim een jaar zijn kleuter kon omhelzen. „We hebben zelfs even een honkbal overgegooid op het veldje daar”, zegt hij.

Ze ademen frisse lucht, wonen en werken in de wildernis van Californië, waar toeristen de halve wereld voor over reizen. Het eten is beter dan in de gevangenis, want het zware werk vereist genoeg calorieën en gezonde voeding. Ze krijgen 2 dollar (1,80 euro) per dag voor hun werk. Dat klinkt als een schijntje – ‘uitbuiting’. Maar het is twee keer zo veel als wordt betaald voor werk in een gevangenis.

Ze vrezen niet langer voor dreigende steekpartijen, vertelt Schafer. In het kamp heerst orde en rust. Kamp Oak Glen doet denken aan een militaire kazerne op een pittoreske heuvelrug. Heel anders dan de betonnen gevangenissen.

En een besparing voor de staat

De staat bespaart jaarlijks zo’n 80 miljoen dollar (72,5 miljoen euro) doordat veroordeelde criminelen het werk doen. Maar dat financiële voordeel is niet het belangrijkste, zegt bewaker Sloat. Dat zijn de gevolgen voor de mannen zelf. Ze komen eerder vrij en maken, anders dan de meeste gedetineerden, serieus kans op een baan na vrijlating. Daardoor is het recidivisme lager, zegt Sloat. Met hun ervaring als brandweerman, vrachtwagenchauffeur, kok of reparateur van kettingzagen krijgen ze makkelijker werk. En wie werkt, valt minder snel terug in de criminaliteit.

Ook op sociaal gebied zal de rehabilitatie gemakkelijker gaan, voorspelt Schafer, die zes jaar cel kreeg. „Het is hier veilig om je normaal te gedragen.” In de gevangenis is alles op huidskleur ingedeeld, maar in het kamp lopen alle kleuren door elkaar. „Ik moet erop vertrouwen dat we elkaars leven zullen redden als het moet.”

Zal hij in de echte wereld zwarte vrienden hebben? Zal hij autoriteit respecteren? Schafer denkt dat alles anders zal zijn na zijn kamptijd. „Laatst groeven we een greppel om iemands huis te redden”, zegt hij. De goed getrainde gevangene slikt. „De eigenaar kwam naar ons toe. Huilend. Hij ging op de knieën uit dankbaarheid.”

Hierover praatten de gedetineerden, later, voor het inslapen in de openlucht. Ze zeiden tegen elkaar: „Daardoor is dit het waard. Hier kun je het verschil maken.”